Naar de inhoud

Zingende vissersweduwe uit Volendam

Bron: Volkskrant

Zingende vissersweduwe uit Volendam
Louis Grijp en Herman Roodenburg: Blues en balladen, over de oorsprong van de Amerikaanse en de Nederlandse folkbeweging. Salomé; € 14,50. Terwijl aan de andere kant van de Atlantische Oceaan een vrolijke man met opnameapparatuur aanschuift bij de dwangarbeiders die in de bloedhete zon spoorrails aan het leggen zijn op het ritme van een lied waarin zekere Rosie een druk weekeinde wordt voorspeld als ze haar achterdeur niet op slot doet, houdt ook in Nederland een jonge onderzoeker zijn microfoon bij de mond van een niet-geschoolde zanger.

De Amerikaan met de baard en de luide stem is de grote muzikale ontdekkingsreiziger Alan Lomax, over wie in deze krant al veel is geschreven. Zijn Nederlandse tegenhanger is minder bekend. Al moeten er nog heel wat luisteraars zijn die zich zijn programma Onder de groene linde herinneren, dat van 1957 tot 1994 werd uitgezonden.

Ate Doornbosch is de naam van de man die er 37 jaar lang voor zorgde dat er elke week een uur lang Nederlandstalige veldopnamen op de radio klonken. Zijn zangers heetten geen Leadbelly of Woody Guthrie, om een paar van de ontdekkingen van Lomax te noemen. Nee, Doornbosch ging naar Zwaagwesteinde, om de oude koppelwerkster Bontje Dalman-Douma vast te leggen. Of hij trok naar Volendam, waar de vissersweduwe Trijntje Steur-Tuip hem ontving met de versregels: 'Kom maar binnen van de nacht, want ik heb op jou gewacht.' Een andere vaste leverancier was Clara Schellen-Habraken uit Udenhout, een kloosterzuster die later boerin was geworden. Met manspersonen bouwde Doornbosch zelden een hechte band op.

Doornbosch begon zijn loopbaan als radiomaker. Met zijn liedjesprogramma werd hij al snel een belangrijke bron voor het folklore-onderzoek in Nederland. Zo belangrijk, dat het Meertens Instituut hem in 1966 in vaste dienst nam; hij werd er later hoofd van het volkslied-archief. In Het Bureau van J. J. Voskuil komt hij voor als Jaring Elshout. Voskuil, eigenlijk Maarten Koning, is aanvankelijk onder de indruk van het vermogen van Elshout om oude omaatjes aan het zingen te krijgen. Maar na een tijdje gaat het hem vervelen: 'Ik zal de dag zegenen dat je ophoudt met dat veldwerk van je.'

Met Blues en Balladen hebben Louis Peter Grijp en Herman Roodenburg deze sleutelfiguur in de archivering van het Nederlandse lied voor de vergetelheid willen behoeden. Ze doen dat op een aangename manier, goed ingevoerd maar tegelijk - of juist daardoor - op een licht relativerende toon. Wat weer wordt afgezwakt doordat Doornbosch nadrukkelijk aan Alan Lomax wordt gespiegeld. Beide mannen wordt daarmee geen recht gedaan. Lomax was een visionair, die het liefst alles wat geluid maakte met zijn muziektheorie wilde omhelzen, en daarbij fantastische muzikanten wist op te sporen. Doornbosch beperkte zich tot de rol van archivaris van wat in muzikaal opzicht een van de saaiste werkterreinen ter wereld moet zijn.

Als om dit nog eens te onderstrepen gaat het boekje vergezeld van een cd met veldopnamen. Bij Lomax volstaan twee handen en een stem om een song een fundament te verschaffen, terwijl de soms fascinerende Nederlandse teksten vastgebakken zitten aan looiige melodieën en stemmen zonder macht.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.