Jan Smit kan niet zonder vrienden
Jan Smit kan niet zonder vrienden
Ergens tijdens het gesprek zegt hij over zijn hechte vriendenkring: ,,Ik heb ook vrienden die ik alleen op zaterdag zie, 's avonds, in de kroeg. Als ik er al bij kan zijn.'' Er valt een korte stilte. ,,Dat is dus nooit. Die zie ik dus nooit.''
Jan Smit heeft het druk, druk, druk. Radioprogramma's, televisieopnames, fotosessies, interviews. En natuurlijk de optredens in het land, vaak twee op één avond. De successen van de televisiesoap 'Gewoon Jan Smit', sinds vandaag op dvd, en zijn inmiddels gouden cd 'JanSmit.com' hebben hun prijs. Jan heeft nauwelijks nog tijd voor zijn vrienden.
,,Mijn uren zijn op'', zegt hij, haast verontschuldigend. ,,We zagen elkaar altijd in de kroeg, als we uit gingen. En op verjaardagen. Maar dat kan nu niet meer. Ik rij elke dag van hot naar her. Het is veel erger geworden dan we ooit hadden gedacht. Zei ik erg? Nee, dat bedoel ik natuurlijk niet. Het is hartstikke leuk, maar ik heb geen enkel uur meer voor mijzelf. Ook dat is niet erg, want ik hou van mijn werk en ik heb er plezier in.''
Terwijl buiten de toeristen op de Volendamse Dijk flaneren, zit Jan Smit binnen op zijn praatstoel. Geflankeerd door Aloys Buys, zijn manager. Jan, plagerig: ,,Hij is geen vriend van mij of zo, hoor.'' Dat is Aloys dus wél, al een jaar of negen zelfs. Hij is er één van Jan's vriendenploeg. ,,Twintig man,'' herinnert Jan zich.
Vanwege alle drukte zijn er nog maar vier, vijf vrienden met wie hij dagelijks optrekt. ,,Dat zijn studenten, omdat die overdag zeeën van tijd hebben. Dat moet ik hebben. Want ik moet meestal 's avonds om zes uur starten. Dan ben ik weg. Ik zie ze in ieder geval meer dan de jongens die tot vier uur hard moeten werken in de bouw.''
Jan wil zijn vrienden graag bij zijn werk betrekken, en ze laten zien wat hij aan het doen is. ,,Laatst had ik een vriend meegenomen naar een feestje. Daar was ook Froukje de Both. Dat vinden ze gewoon hartstikke leuk. Want je komt natuurlijk bekende mensen tegen. En er zaten ook een paar vrienden van me in de soap. Ik kan niet altijd met hen mee, dus dan moeten ze maar met mij mee.''
Een leven zonder vrienden kan Jan Smit zich niet voorstellen. ,,Ik ben, al zeg ik het zelf, heel gezellig ingesteld. Ik hou niet van alleen zijn. Absoluut niet. Geen seconde. Ja, als ik slaap. Ik moet mensen om mij heen hebben. Er moet reuring zijn. Ik kan ook mijn mond niet houden, hè. Ik praat de hele dag. Maar dan moet er af en toe wel iemand zijn die iets terug zegt.''
Het moge duidelijk zijn: je komt Jan Smit niet gauw in z'n uppie tegen. ,,Dat is eigenlijk al mijn hele leven zo. Ik ben niet anders gewend. Wij hebben een heel hecht gezin, een heel grote buurt en een grote familie. Ik heb 35 neven en nichten. Ik weet nog wel dat het vroeger bij mijn opa thuis altijd hartstikke druk was.''
Jan heeft, weten we uit de soap, een oudere en een jongere zus. En een heleboel vrienden, maar geen broer. ,,Die heb ik eigenlijk nooit gemist'', is zijn toch wel verrassende reactie. Want toen Monique, de jongste zus, was geboren, had kleine Jantje van drie jaar daar nog een heel andere mening over.
,,Ik weet nog dat ik tegen iedereen vertelde dat ik een broertje had gekregen. Omdat ik toen een broertje wilde. Ik zei tegen de juf op school: 'mijn broertje heet Bob'. Na een week kwam juf op kraamvisite. Even naar Bob kijken. 'Ik heb helemaal geen zoon gekregen', zei mijn moeder.''
Vriendschap betekent voor Jan Smit vooral contact. ,,Je moet toch mensen hebben aan wie je iets kwijt kan. Die heb je nodig. Het doet me goed als ze aan mij vragen 'Gaat het?' en 'Wat ben je aan het doen?' en 'Is het leuk?'. Als ik thuis kom, wil ik mijn vrienden zien. Dan gaan we bijvoorbeeld 's avonds even de Dijk op. Het maakt niet uit wat we doen. Het is gewoon fijn als ze er dan voor je zijn.''
Zijn mobieltje is ook een van Jan's grote vrienden. ,,Vooral in het buitenland bel ik. Onbeperkt. Dat is mijn hobby, omdat ik contact wil houden. En ik sms heel veel. Omdat ik steeds op pad ben. Ik ben trouwens altijd on the road. Buiten. Lekker voetballen. Als je buiten bent, en als de zon schijnt, dan word je bruin. In huis word je niet bruin, hoor.''
Daarom zit Jan ook nooit achter de computer. ,,En ik haat televisie kijken. Dat vind ik zonde van mijn tijd. Ik wil samen met mensen zijn. Ik hou van communiceren.'' Tussen zijn handen klemt hij, denkbeeldig, een breedbeeldtoestel. ,,Ik had zó'n televisie op mijn kamer. En mijn zusje had zo'n kleintje. Die hebben we omgeruild. Ik kijk toch niet.''
,,De jeugd verloedert door de computer'', vindt Jan. ,,Neem nou eens dat msn'en. Mijn zusje komt om half vier uit school en die zit tot een uur of elf achter dat beeldscherm.'' Op het tafelblad tikt Jan zogenaamd met tien vingers blind. ,,Met een fles cola naast zich.'' Jan tikt gewoon verder. ,,Ik bel liever iemand op of ik ga naar iemand toe. Oké, als ik in het buitenland zit en ik kan een e-mailtje ontvangen, dat vind ik te gek. Dan is internet een perfecte uitvinding.''