Waar bleef Aart Roos
Waar bleef Aart Roos
Aart Roos (86) is de bekendste beeldend kunstenaar van Edam. Hij wordt beschouwd als de nestor van de Waterlandse kunstenaars. Zestig jaar lang legde hij zijn wereld vast in geniale abstract-expressionistische werken. Zijn honderden olieverfschilderijen, gouaches, tekeningen, beelden, scrafitto’s, muurschilderingen en glas-in-loodramen vormen een indrukwekkend oeuvre. Roos is van oorsprong Zaankanter. Hij werd in 1919 geboren in Zaandam. In 1953 kwam hij samen met echtgenote Amy naar Edam en precies vijftig jaar later verliet hij zijn geliefde stadje voor een verzorgingshuis in Purmerend. Ofschoon hij dus niet meer actief is als schilder, is er sprake van een heuse revival rond Aart Roos en zijn kunst. Onlangs werd de ‘Stichting Aart Roos’ opgericht om zijn werk te beheren, een boek over hem uit te geven en een grote, landelijke overzichtstentoonstelling te organiseren en binnenkort gaat de website www.aartroos.nl on line.
Zesduizend gulden. Dat was het bedrag waarmee Aart Roos Edammer werd. Aart en zijn vrouw Amy leenden dit voor hen destijds astronomische bedrag in 1953 om het meest romantische bouwval van het westelijk halfrond, het ‘Huis De Meeuwen’, te kunnen kopen. Dit pilarenprieel stond letterlijk op instorten. Met engelengeduld, niet aflatend optimisme en vooral twee ongelooflijke rechterhanden, herstelde Roos niet alleen de oude luister van het witte paleis aan de dijk, maar transformeerde een paar decennia later ook een naastgelegen boerenstal met hooiberg tot een uniek woonatelier. Twee dingen waren al meteen duidelijk: Roos kon niet alleen schilderen maar ook briljant bouwen en hij zou nooit meer weggaan uit zijn geliefde stadje. Of toch? Twee jaar geleden wilde hij als gevolg van een hersenbloeding die hem in zijn bewegingen beperkte, niet meer thuis blijven wonen en hij verhuisde naar verzorgingshuis de Tien Gemeenten in Purmerend. Maar van daaruit volgt hij nog intens wat er in Edam gebeurt. Roos: “Ja, dat is niet zo vreemd, het grootste deel van mijn leven heeft zich in Edam afgespeeld. En mijn vrouw Amy en mijn vriendin Tine wonen er nog steeds. Bovendien, ik heb alleen maar mooie herinneringen aan Edam. Ik heb er echt een hele fijne tijd gehad. Wat ik er zo fijn aan vond? Ik denk de rust. Ik vond het een heerlijk rustig en ouderwets stadje. Vooral in het begin, in de jaren vijftig en zestig. En ik kende iedereen, was met iedereen bevriend. Zonder vrienden kun je natuurlijk nergens leven. Nou, ik kende echt onnoemelijk veel mensen.”
Op zich waren die hechte vriendschappen die Roos in de jaren vijftig opdeed, vrij bijzonder. Alvorens je in die tijd van importburger tot ‘echte’ Edammer werd verheven, konden er zomaar tientallen jaren voorbij gaan. Maar Aart Roos werd gek genoeg al snel liefdevol in de schoot van het stadje opgenomen. Roos: “Dat kwam doordat Gerrit Bij ‘t Vuur, Freek Swalve en Piet Slegt, echte Edammers, vrij snel vrienden van mij werden. Via hen kwam ik overal en werd ik ook snel geaccepteerd. Ik ontmoete Gerrit door het Huis De Meeuwen. Hij voerde loodgieterswerk en dakherstel uit. We deden dat samen en op die manier leer je elkaar heel goed kennen. Piet Slegt was timmerman en met hem klikte het ook al snel. En onderwijzer Swalve heb ik weer via Gerrit en Piet leren kennen. We hadden ook een kaartclubje. Nou ja, en de rest van het inburgerschap ging ongemerkt. Nee, eenmaal in Edam heb ik nooit meer naar de Zaanstreek terugverlangd. En ook Amsterdam als woonplaats heeft me nooit gelokt. Ook niet als kunstenaar. Ja, het is waar, daar gebeurde ‘alles’ natuurlijk wel, maar ook vanuit Edam maakte ik daar veel van mee. Ik was lid van de Amsterdamse kunstenaarssociëteit de Kring op het Leidseplein, dus ik ontmoette veel kunstenaars en ik had toch wel het gevoel dat ik daar bij hoorde. Ik bedoel, ik kreeg op een gegeven moment zelfs een solo-tentoonstelling in het Stedelijk Museum.”
Als je 86 jaar bent, is je hersenpan tot de nok gevuld met sweet memories. Ook de beker van Roos loopt wat dat betreft over. Hij herinnert zich bijvoorbeeld de legendarische Middeleeuwse feesten uit ‘57 toen het 600-jarig bestaan van Edam gevierd werd waarbij alle inwoners via schitterende kledij en aangepaste levensstijl zes eeuwen terug in de tijd reisden. Of de honderden borreltjes met vrienden en collega’s op het terras van zijn atelier met uitzicht op zijn weelderig begroeide natuurtuin en de prachtige contouren van het Edamse fort. Of de vlakbij gelegen haven waar Roos vaak op zijn eigen boot te vinden was. (Roos ontwierp de vlag met de stier van de watersportvereniging en zeilde vaak met botterwedstrijden mee). Of Mahogany Hall, waar jazzfan Roos prachtige concerten beleefde: “Saxofoonlegende Arnett Cobb herinner ik me bijvoorbeeld. Heb ik nog een gesigneerde elpee van.”
Een speciale plek was ook de Knijp. Roos: Daar heb ik mooie herinneringen aan, ik ging er elke vrijdagavond naar toe. De Knijp was een café in de slijterij van Theo Stevens in de Prinsenstraat. De vaste klantenkring van de Knijp bestond uit iedereen in Edam die een borreltje lustte. Dat druppelde om een uur of zeven, acht vol en ging door tot elf uur. De oude Stevens, de vader van Theo en Joop kwam dan binnen en riep: “Heren, het is de hoogste tijd!” Meestal werd hij dan uitgelachen. Niemand wilde er ooit weg.”
“Een van mijn mooiste herinneringen is de grote overzichtstentoonstelling van mijn werk in de Grote Kerk in 1979. Dat was echt een hoogtepunt. Toen zag ik namelijk voor het eerst al mijn werk op één plek samengebracht. Want ik heb erg veel schilderijen gemaakt, maar die verdwijnen in de kast of ze worden verkocht. Nou, dit was de eerste tentoonstelling die helemaal bestond uit werk van mij door de jaren heen. Dat was echt heel fijn om te zien. Ik weet nog goed, we mochten nog geen spijkertje in de muur van die Grote Kerk slaan. Dus heb ik heel veel schilderijen opgehangen aan touwen. Prachtig gezicht. En ik heb losse wanden gecreëerd van schotten die aannemer Bertus Butter belangeloos beschikbaar stelde.”
Al die herinneringen kunnen je echter ook wijzen op de grote vergankelijkheid. En ook die slaat Aart Roos wel eens om het hart. Roos: “Ja, het is heel naar dat iedereen om je heen dood gaat. Soms denk ik: ‘Laat ik van de week even bij Gerrit (Bij ‘t Vuur, red.) langs gaan’. En dan het volgende moment: ‘Oh nee, die is er niet meer.’ En Vouf, zijn vrouw, ook niet. Maar goed, er zijn natuurlijk in latere perioden veel jongere mensen bijgekomen waar ik wel nog steeds contact mee heb. Mijn huidige banden met Edam bestaan dan ook vooral uit die vrienden en kennissen. En natuurlijk mijn vrouw Amy en mijn vriendin Tine. Ik hou nog steeds van Edam en ik ga er regelmatig met Tine naar toe. Mijn hart bloeit altijd weer op als ik Edam in de verte zie naderen. Officieel ben ik nu eigenlijk Purmerender, maar ik zal mijzelf altijd Edamse schilder blijven noemen.”