De N247
De N247
De door mij voorgenomen zomerpauze moet noodzakelijkerwijze worden beeindigd. Al een paar weken is het onrustig in mijn hoofd. In mijn hoofd zijn al een paar ‘kladblokjes’ voldragen geraakt en hoe ik ook protesteer, ze willen er uit. Vanwege een medische behandeling (waarover later meer) ben ik deze zomer thuis. Dat is denk ik de reden waarom mijn innerlijk protest niet helpt. Mijn hersenen laten zich niet voor de gek houden en roepen voortdurend; ‘je hebt tijd zat en je hoeft ze alleen nog maar uit te tikken. Vooruit dan maar.
Een van die zeurpieten in mijn hoofd is ontstaan door het gedoe rond de V.V.V. van Edam. Klopborstige politici namen daar ferme besluiten over en lopen nu met een veldheersblik rond
alsof ze door hun vernuft een veldslag hebben gewonnen. Nog voor hun vakantie begint, wil ik ze graag uit de droom helpen. Het is een flutbesluit, het is een besluit van drie keer niks, het is een besluit waar de spruitjeslucht van kleindenkerij hinderlijk van af dampt. Natuurlijk hoort die VVV in Edam een behoorlijke subsidie te krijgen en is het baarlijke nonsens om ze te laten fuseren met die van Volendam. De toeristische mogelijkheden van beide kernen van onze gemeente zijn zo verschillend dat de regel van ‘gelijke monnikken, gelijke kappen’ volstrekt niet opgaat. Ik stel voor dat we volgend jaar dat eens met visie gaan oplossen.
Of je nu een klein of een groot VVV-kantoor hebt, bepaalde kosten zullen moeten worden gemaakt. Het moet bemand worden, er is een telefoon en een fax nodig, een balie en stapels folders. Laten we voor die vaste kosten beide VVV’s 50.000 euro ieder geven. In ruil daarvoor vragen we een creatief plan dat het toerisme bevordert. Vervolgens corrigeren we het basisbedrag voor beide met een aftrek voor het aantal ondernemingen per kern dat profiteert van het toerisme. De achterliggende gedachte is dat die als belanghebbenden, afhankelijk van hun omvang, aan hun VVV gaan meebetalen.
Ze hoeven niet te fuseren. Dat is grote onzin. Naar aard, opzet, sfeer, achterland en potentie gaat het om twee absoluut verschillende grootheden. Dat geeft per VVV andere beperkingen en mogelijkheden en dat vereist een verschillende aanpak. Kleindenkers zien dat over het hoofd. In plaats van naar een fusie, zou gekeken kunnen worden naar samenwerking op een aantal punten om voor de hand liggende kostenbesparingen te realiseren. Daar kan in de subsidie rekening mee worden gehouden. Bijvoorbeeld door te bepalen dat kostenbesparingen, die door samenwerking gerealiseerd worden, verhoudingsgewijs toevallen aan beide VVV’s en naar eigen inzicht kunnen worden besteed.
Wat mij betreft is het zaak, om als dit naar tevredenheid is opgelost, eens verder te kijken dan de VVV-neuzen lang zijn.
Sinds mijn jongste zoon in Hoorn woont en wij daar met enige regelmaat naar toe gaan, valt me, sterker dan voorheen, op hoe mooi die N247 eigenlijk is. Als je vanaf het Schouw de Broekerpolder induikt, rijdt je tot Hoorn op een van de mooiste groene en landelijke wegen die ons land kent. De N247 is een parel; nee, eigenlijk een ketting waar de Ijsselmeerdorpjes als parels aan geregen zijn. Als voormalig bewoner van de Noordzeekust weet ik dat het landschap aan de oostelijke kant van de provincie veel minder is aangetast. En als inmiddels langdurig bewoner van deze kant weet ik dat we van Durgerdam tot en met Hoorn over toeristische potentie beschikken waar de rest van het land jaloers op zou kunnen zijn. Verder hebben we bovendien nog de nabijheid van Amsterdam als bonus. Dus in plaats van dat Amsterdam ons gebied als bonus ziet, draaien we de zaken om.
Dit is het plan
Die N247 wordt een beschermde groene weg, waar we reclame mee kunnen maken. Voor zover mogelijk moet de landschappelijke aantrekkelijkheid verder worden verhoogd. Die houtzaagmolen in Monnickendam moet er bijvoorbeeld komen. Dat is een gezamenlijk belang van Durgerdam tot en met Hoorn. De gemeenten in dat gebied gaan dan ook gezamenlijk een plan ontwikkelen om de toeristische mogelijkheden van dit gebied verder te vergroten. Kansen te over. Het dagtoerisme in het gebied is al redelijk groot. De kansen om kort verblijf en langer verblijf aantrekkelijk te maken zijn legio. Afzondelijke VVV’s of gemeenten kunnen dat niet. Het moet dus gezamenlijk worden gedaan met als economisch belang de uitbreiding van de werkgelegenheid in het gebied.
De N247 is de as van een gebied waarin natuur, cultuur, aktiviteiten (kaasmarkt bv), geschiedenis, landschap, verhalen (de goudschat van Neeltje Pater bv) en de bestaande infrastructuur grandioze mogelijkheden bieden voor actieve verblijfsrecreatie. De plannen voor het Pietermangebied passen uitstekend in dat concept. Maar dan moet er in de politiek, binnen de VVV’s, en binnen de ondernemingen die op toerisme zijn aangewezen, niet klein worden gedacht.
De verblijfsrecreatie in het N247-gebied, kan de komende tien jaren vertienvoudigd worden. De mogelijkheden zijn in meer dan royale mate voorhanden. Om zo’n visie te verwezenlijken moet alleen nog het besef groeien dat het individueel belang het best gediend is door een gezamenlijk belang na te streven.
Peter Louter