Naar de inhoud

Openbare Moedige Moeders bijeenkomst: ‘Praten over drugs is voor alle ouders een ramp’

Bron: NIVO

Openbare Moedige Moeders bijeenkomst: ‘Praten over drugs is voor alle ouders een ramp’
`Lieve God; als me dat maar niet overkomt', luidden de woorden van Henk Schilder (kos) tijdens de recente bijeenkomst van Moedige Moeders in het Jozefgebouw. Schilder kreeg aan het begin van de avond de gelegenheid een woordje te doen namens een nieuw initiatief: de Preventie-ouders. Daarna kwamen ervaringsdeskundigen op drugsgebied aan het woord. Ruud Hansen, sinds zijn terugkeer uit de Schotse kliniek clean, Romeo Ashruf van Parnassia Verslavingszorg en Jan Tol (19), die aan het afkicken is. Een boeiende avond, die door zo'n honderd geïnteresseerde ouders werd bezocht. „Waar was de rest van de ouders?", was een veelgehoorde kreet naderhand.

„We heten preventie-ouders, maar je kan het de `garantie-tot-de-voordeurgroep' noemen. Duidelijk is dat Volendam er aan toe is: aan iets groots (Moedige Moeders) en iets kleins zoals wij zijn opgestart. We moeten kunnen praten over tijden van thuiskomen, die mag dit, die mag dat, worden kinderen anders buitengesloten als ze iets niet mogen? We moeten de discussie losmaken. We zijn uniek in sport, muziek, humor, waarom kunnen we op dit gebied niet uniek zijn? Vertel straks het verhaal van deze avond ook verder in Volendam."
Schilder werd afgelost door Ruud Hansen, die ook pleitte voor het `verspreiden van het woord'. „Als je iemand kent waarvan je weet dat die gebruikt, bepraat het, geef het door. Via de site van Moedige Moeders of de Nivo kun je aan een nummer komen. Dan volgt er hulp. Want alleen kun je het niet, heb ook ik gemerkt. Ik had mijn moeder, die me zo heeft geholpen. Samen sta je sterker."

Romeo Ashruf hield een helder, luchtig en inhoudelijk uitermate sterk verhaal over de ziekte drugsverslaving, de oorzaken, gevolgen, behandeling. „De overheid is aan het wegbezuinigen in de zorg: dus moeten we meer voor elkaar gaan zorgen." Daarna kwamen er vragen uit de zaal. Of meisjes ook meer zijn gaan gebruiken? „Meisjes zijn niet meer de meisjes van het met poppen spelen. De maatschappij is veranderd; met roken zijn ze de jongens al voorbijgestreefd, met alcohol is het bijna gelijk en met drugs experimenteren jongens over het algemeen toch nog wat meer: 60 tegen 40 procent. Experimenteren doen ze bijna allemaal, dat zullen de meeste ouders nooit aan de weet komen. Maar tegenwoordig blijven er meer jongeren in hangen."

Op de vraag om handvaten, om te voorkomen dat kinderen gaan gebruiken: „Het gros experimenteert en het middel is niet eens belangrijk. Het gaat erom dat de meeste geen `nee' durven zeggen tegen hun vriendjes of vriendinnetjes. Het wordt er doorgedrukt om er maar bij te horen. Of om zogenaamd volwassen te willen zijn. Toch zie je zoiets, het niet durven en verlegen zijn, al eerder -bij kinderen. Dan hebben ze juist extra begeleiding nodig. Het gaat in dit leven steeds meer om materiële dingen, maar als het over aandacht voor elkaar gaat, dan wordt dat tegenwoordig minder. Ouders zijn veelal met zichzelf bezig en daar botsen kinderen tegenaan."

„Vroeger had je meer controle over elkaar. Nu krijgen kinderen zoveel op zich af. Dat kunnen ze niet aan en dan willen ze in het weekend uit hun bol gaan, letterlijk en figuurlijk. Daar komen genotsmiddelen bij kijken en dat gaan we niet tegen. Dus moeten we de jeugd niet langer beschermen maar ondersteunen. Dus: praat erover met elkaar. Mijn vader zei altijd: „Ik kan weer een uur met m'n vader op de bank zitten zonder te schreeuwen naar elkaar" als je dat gaat doen, breek ik je poten. Dat heb ik zelf ook geuit tegen mijn kinderen. Maar dat is niet de juiste manier. Als je merkt dat er iets is: gebruikers willen niet praten. Toch moet je. We reageren als ouders vaak niet goed als hij of zij binnenkomt en je iets merkt. Best is: de eerste keer omarm je het kind, in plaats van dat je zegt `weet je wel wat je je ouders aan
doet?'. Praten over drugs is voor alle ouders een ramp. Omdat we daarin geen ervaringsdeskundigen zijn. Geef dat openlijk toe aan je kind. Wil leren! Laat zien dat het iets is wat het kind kan delen met z'n ouders. Er zijn inderdaad ouders die pas veel later de verslaving van hun kind ontdekken. Toch zijn er kenmerken waaraan je het eerder kunt zien. Laat je daarover informeren."

Vervolgens ging de negentienjarige Jan Tol ontspannen zitten voor zijn relaas. „Op m'n dertiende had ik mijn eerste pilletje en jaren later, toen m'n relatie strandde, wilde ik alles uitproberen. Ghb, coke, speed, paddo's. De geruchten kwamen, maar ik ontkende tegenover mijn ouders. `Waar zie je mij voor aan? Denk je echt dat ik gebruik?', zei ik. Ik werkte genoeg om het gebruik te kunnen betalen, tot ik eens vier pilletjes nam en in de slaapkamer van m'n ouders stond, waarvan ik dacht dat het de mijne was. Zei ik dat m'n ouders mijn bed uit moesten gaan. Toen wisten ze genoeg. Na verloop van tijd ben ik het huis uitgezet, kwam ik bij Johan Tol van de Anonieme Drugszelfhulpgroep. Ik dacht echter dat ik het zelf wel kon. Onderging een urinetest wekelijks, maar die werd steeds minder afgenomen. Na verloop van tijd probeerde ik het weer eens. Werd ik betrapt ook coke, moest ik weer het huis uit.°Ik zou het nooit meer doen, zei ik. Maar ik wilde niet stoppen. En alles wat m'n vader zei, dat wilde ik niet."

„Even later ging het cd-tje weer rond met de coke erop en snuiven maar. Ik loog alles aan elkaar, takelde af en wilde mezelf voor de trein gooien. Ik belandde in de schuur van m'n oma, daar mocht ik slapen. Ik stond op het punt mezelf van kant te maken, werd elke nacht wakker. Het was of dood of hulp zoeken. Ik was te jong om dood te gaan. Toen heb ik Johan Tol weer gebeld en ben `groepen gaan lopen'. Vriendin tevreden, baas tevreden, ik werkte daarbij achter de bar en kwam weer thuis te wonen. 51 weken was ik onderweg om clean te worden. Tot ik met vakantie ging en er een pakje doorgegeven moest worden aan iemand anders. En ikzelf weer voor de bijl ging. Ik kwam terug als een wrak, was na 51 weken weer terug bij af. Ik moest weer groepen lopen, maar dacht `ze zoeken het maar uit'. Het frappante was dat ik daarna gebeld werd door een jongen die ik daarvóór altijd mee moest slepen naar de AD. Nu belde hij mij. Ik heb de draad weer opgepakt, heb langzamerhand het contact met m'n vrienden verbroken, heb m'n vakantie afgeboekt en sinds januari loop ik twee hulpgroepen, ook de NA."

„Ik word elke dag wijzer. Ik dacht nog dat een weekendgebruiker geen verslaafde was. Maar het gaat me nu voor de wind, ik kan weer lachen, uitgaan zonder te drinken en te gebruiken. Ik kan weer een uur met m'n vader op de bank zitten zonder te schreeuwen naar elkaar. M'n vrienden? Ze kwamen mij nooit opzoeken in de schuur van m'n oma. Dat voel je wel. Ze stoten mij af, maar ik stoot hen ook af, anders krijgen ze een spiegel voorgehouden en dat willen ze niet. Hoe ik er aan kwam? Dat is tegenwoordig zo gemakkelijk. Of de dealers worden aangepakt? Ik ga ze niet aangeven. Bovendien staan er zoweer vijf andere op."
Vervolgens besloot Henk Schilder de avond weer: een stuk wijzer dan hij al was. „Met betrekking tot preventie-ouders dacht ik dat de afstand tot drugs behoorlijk groot was. Ik heb zelf kinderen waarvan de oudste dertien is. Ik hoor nu steeds vaker verhalen van jongeren. Ik wist niet dat het zo dicht bij was."

Je hoorde Schilder en een aantal ouders denken: `Lieve God, als me dit maar niet overkomt'.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.