Naar de inhoud

Edammer Kees van Wissen realiseerde uniek bungalowpark in Afrikaanse savanne

Bron: Stadskrant

Edammer Kees van Wissen realiseerde uniek bungalowpark in Afrikaanse savanne
In 1997 ontstond er tussen Kees van Wissen, eigenaar van Markee Boek & Kantoor, en een familie uit Karatu in Tanzania een contact dat voortduurt tot de dag van vandaag. Een contact met verrassende gevolgen. Want wie kan zeggen dat hij ‘pleegvader’ is van een ondernemende, jonge Tanzaniaan en hoeveel Nederlanders staan er aan de basis van een inmiddels goedlopend bungalowpark midden op de Afrikaanse savanne. Verslag in twee delen van een stuke ontwikkelingshulp ‘avant la lettre’. Zie ook: www.kudu-karatu.nl

Dan begin je toch een hotelletje?
Al zo’n dertig jaar schrijft Kees van Wissen met penvrienden over de hele wereld. Zijn reden was (en is nog steeds) zijn eigen horizon te verbreden en via brieven van mensen uit landen, die je alleen maar uit een atlas kent, iets meer over andere delen van de wereld te weten te komen. Ook leer je over het gewone leven, de gewoonten, de politiek in die landen en ook hoe zij tegen wereldse zaken aankijken. Met de ene penvriend klikt het wat beter dan met een andere, met sommigen uit die begintijd schrijft hij nog steeds. “Ongeveer twaalf jaar geleden vroeg een penvriend uit Florida of ik misschien met een jongen van 21 uit Tanzania wilde schrijven. Die wilde zo graag met iemand uit Nederland schrijven. Zo begon een vriendschap met Dawson Minja, die al spoedig resulteerde in de wens elkaar een keer te kunnen ontmoeten.” In 1997 stond de vlucht naar Kilimanjaro International Airport gepland. “Vijf weken voor de ontmoeting overleed zijn vader, maar hij wilde toch persé, dat ik kwam. Onze ontmoeting begon daardoor met een familieceremonie, want 40 dagen na het overlijden komt de hele familie van heinde en ver bij elkaar; de begrafenis is dan al geweest. Die ceremonie, aan de voet van de Kilimanjaro bij het ouderlijk huis van Dawson, heeft wel indruk op me gemaakt. Tijdens de ceremonie werd een kalf geslacht, een voor westerlingen toch wel bijzonder iets.”

De hals werd opengesneden en het bloed werd in een grote schaal opgevangen, later wat aangelengd met een soort meel. Die schaal ging daarna rond om er allemaal iets van te drinken. “En wie mocht als eerste drinken? Juist, de enige witte man tussen zo’n vijftig zeer zwarte mensen. Weigeren kon uiteraard niet, maar ik moet zeggen dat de smaak geenszins onprettig was en bij de tweede ronde durfde ik zelfs een echte slok te nemen.” Daarna werd het kalf geslacht en uiteindelijk ging ieder familielid met een flinke moot vlees huiswaarts. “Tijdens het bezoek aan het graf, in de tuin van het ouderlijk huis, vroeg Dawson mij of ik wellicht de taak van zijn vader over kon nemen. Ook dat kon ik niet weigeren en zo ontstond een speciale band, die nu nog altijd voortduurt.”

Op die vakantie in Tanzania reisden Kees en Dawson vervolgens af naar Karatu, een dorpje op zo’n 500 kilometer van het ouderlijk huis. Karatu, waar Dawson woont, ligt nabij de prachtige nationale parken Ngorongoro en Serengeti. Daar was Dawson de bediende in een klein guesthouse/eetgelegenheid, opgezet door zijn vader. “In dat guesthouse had hij ook zijn eigen kamer, waar ook ik verbleef. Tijdens wandelingen door het dorp werd ik als een van de zeer weinige blanken nog wel eens aangesproken door langsrijdende toeristen met de vraag waar ze konden overnachten. Op dat moment wist ik al dat Karatu eigenlijk nauwelijks accommodatie had voor toeristen, want in het guesthouse mochten toeristen niet komen van de overheid.” Daar was geen stromend water en ook geen toilet. Er waren strikte regels voor hotels voor toeristen. Ook had Kees inmiddels ontdekt dat de lodge, enige kilometers buiten het dorp, maar liefst $ 60 voor een overnachting vroeg, terwijl het guesthouse genoegen nam met 400 Tanzaniaanse shillingen, omgerekend $ 1,50 voor de Tanzaniaanse mensen die een nachtje een bed nodig hadden.

“Op dat moment kwam mijn vraag aan hem, of het niet veel zinniger was om het guesthouse om te bouwen en geschikt te maken voor toeristen. Daar kon je geld mee verdienen! Dit plan viel echter bij mede-erfgenamen niet in goede aarde; je kon het levenswerk van Pa niet zo maar veranderen. Dawson, als jongste van de kinderen, dacht daar heel anders over. Ook in Tanzania zie je dan dat jongeren toch anders tegen tradities, die alleen maar verlammend werken, aan gingen kijken. Mijn vraag zette ons aan het denken en uiteraard waren we er al snel uit, dat je om iets te beginnen pecunia nodig hebt. Ik had al ook snel begrepen, dat we hier wel over andere bedragen praten, dan die wij in Nederland gewend zijn. We zijn onder andere bij een bank wezen praten, waarbij ik wellicht borg zou kunnen staan. Echter, met een rentetarief van 36% ben je snel uitgepraat. Logisch dat het niet zo simpel is om daar iets voor jezelf te beginnen.”

Het plan ging in de ijskast en Kees ging eerst lekker vakantie houden en waarbij uiteraard de nationale parken werden bezocht. Dat was toch wel een heel bijzondere belevenis. Terug kwam het plan nog een keer ter sprake met enige familieleden en de oudste broer van zijn vader, die nu in feite familie-oudste was, had overigens wel oren naar de plannen. Maar ook hij had niet het geld om zelfs maar enigszins de helpende hand te bieden.

“Mijn eerste reis naar Tanzania zat er op en alle indrukken bleven nog zeer lang in mijn hoofd. Het schrijven ging gewoon door (e-mail bestond nog niet) en twee jaar later belde Dawson me of ik hem even terug kon bellen. Dat was overigens in die tijd geen sinecure, want Karatu had geen automatische telefoon en alleen via diverse operators kon je Karatu met telefoonnummer 7 te pakken krijgen. Hij vertelde me toen dat een oom wilde minderen met zijn agrarische bedrijf en hem, wetende van onze plannen, de helft van zijn land aanbood. Volgens hem was de locatie goed, direct aan een weg (hoewel wij bij het woord ‘weg’ wel aan iets anders denken) en de perfecte plek om iets te beginnen.”

Het stuk grond was ongeveer 4 ha en zou 7.000 gulden moeten kosten. Na enig overleg met zijn echtgenote Mariet werd besloten om het te kopen, want we wisten al uit de correspondentie dat grond, ook in Tanzania, alleen maar duurder werd. Veel risico was er dus niet. Ik wist vanaf dat moment ook al, dat dit het begin zou worden van een grotere investering in Tanzania, waarbij toch ook een groot risico aanwezig was, dat we het geld wellicht nooit meer terug zouden zien.”

“Bij mijn tweede bezoek was het land vrij gemaakt van alle gewassen en lag er keurig bij. Arbeid kost in Tanzania weinig (loonniveau ongeveer 20 dollar per maand in die tijd, nu 30 dollar) en dus kon je zonder veel risico’s enige mensen inhuren. Hier lag trouwens voor mij ook een doel, wat ik altijd voor ogen heb gehad met de investering. Ik wilde graag mensen in de derde wereld helpen, maar niet door gewoon geld over te maken. Ik wilde komen tot een duurzaam project, waarmee ik mensen aan werk kon helpen, niet voor enkele weken, maar voor een heel lange tijd. Dit project paste geheel in die strategie.”

“We gingen aan de slag en op papier probeerden we onze ideeën vast te leggen. Vanaf de eerste dag heb ik er op gehamerd dat er bomen en struiken moesten komen, zowel voor schaduw als voor een goede eerste indruk. Dawson zag daar eerst niet veel in, maar achteraf heeft hij gezien dat die bomen, struiken en vooral kleurige bloemen veel extra gasten opleverden. De eerste indruk bij het zien van het park was zo goed door die kleurenpracht, dat mensen niet eens meer verder gingen kijken.
Dat was de locatie waar ze wilden verblijven!”

Investeren en terugbetalen
De initiatiefnemers moesten ook een naam voor het park verzinnen en kwamen uiteindelijk op Kudu. De koedoe is een groot soort hert, nog maar heel beperkt in leven op enige Zuid-Afrikaanse savannen. Ook moest er uiteraard gebouwd worden. “Hoewel ik geen enkele architectenervaring heb, maakte ik een prachtige schets en een lokale aannemer en architect hebben mijn tekening vrijwel letterlijk overgenomen.” ‘Mijn’ receptiegebouw bestond naast de receptie, uit een restaurant met keuken, twee hotelkamers en een ruimte met douches voor de kampeergasten, die al snel met groepen neerstreken. Dat was onze start en snel er na zouden twee bungalows gebouwd gaan worden.”

Die laatste investering kon vrijwel geheel betaald worden uit de eerste winsten. Kuducamp had zijn eerste bungalows in 1999. In dat jaar ging Kees van Wissen met vrouw en drie dochters ‘zijn’ park bezoeken. Hij was er toen zelf ook al twee jaar niet geweest en was ook zelf verbaasd over de grootte van de bomen en struiken, het vele groen, de kleurige bloemen en ook de prachtige vogels, die de kleurenpracht ook wel wisten te waarderen. Het werd voor het gezin Van Wissen de vakantie van hun leven en uiteraard hebben ze het er nog altijd over. De kinderen zijn weliswaar nog niet terug geweest, maar dat zal er spoedig van gaan komen.

Nog drie jaar later was het park een waar bungalowpark geworden. In die jaren is alle winst gebruikt voor het verder uitbouwen van het park. “Helemaal eens met die opzet was ik toen niet altijd; ik wilde eigenlijk mijn geld wel weer een keer terug zien. Dawson wilde echter maar verder investeren, zonder dat hij me precies aangaf, welke redenen hij daar voor had. We ontdekten trouwens nog iets. Op een bepaald moment had Dawson voldoende geld om terug te betalen en pas toen ontdekten we, dat het helemaal niet toegestaan was om harde valuta te kopen en te transfereren naar Nederland.”

“Dat was toch wel even een vreemde gewaarwording en ik bedacht toen ook dat ik mijn geld wellicht nooit meer terug zou zien. Dawson vond echter alsnog ene oplossing. Doordat hij inmiddels twintig mensen in luxe bungalows onder kon brengen, kon hij –eindelijk- zaken doen met grotere touroperators. Eentje ervan was het Nederlandse bedrijf Sawadee. Die had al diverse keren met kleinere groepjes gebruik gemaakt van de accommodatie op Kudu en was zeer tevreden over de service en de locatie. Echter, zij reisden in de regel met groepen van 16 tot 24 mensen en Kudu was altijd net even te klein. “Nu voldeden we geheel aan hun eisen en Dawson had inmiddels bedacht, dat als zij nu eens geen geld over zouden maken naar Tanzania, maar de kosten aan mij zouden betalen, dit een middel was om mij terug te kunnen betalen. Inmiddels betalen enkele Europese touroperators hun boekingen voor Kudu-park op een bankrekening in Nederland en zo komt toch, weliswaar vele jaren na de eerste investering, ons geld terug.”

Bovendien ziet Kees door deze boekingen en betalingen ook, hoe de zaken in Tanzania lopen. “Eigenlijk wist ik dat langzamerhand wel, mede gezien, wat er allemaal is gebouwd in slechts zes jaar operationeel bedrijf. Tijdens mijn laatste bezoek in mei dit jaar deed mijn ‘zoon’ me wederom versteld staan. Hij vertelt wel veel, maar houdt ook van verrassingen. Inmiddels heeft hij ook het tweede deel van de grond van zijn oom over kunnen nemen en ook daar iets heel moois van gemaakt. Uiteraard voelt dit park een beetje aan als mijn eigen bedrijf. Zonder de eerste investering uit Nederland had dit nooit opgebouwd kunnen worden, maar het meeste werk is toch in Tanzania verricht.

Kees van Wissen: “In de nieuwste uitgaven van zowel de Bradt-guide Tanzania van Philips Briggs als in de nieuwste Lonely Planet Guide wordt ‘mijn’ park genoemd met alleen maar positieve woorden. Als je verder bedenkt, dat er alleen maar parken in staan, die al veertig jaar of langer bestaan, dan is dit ook een succes van de eerste orde.”
Ook de eerste Edammers zijn op bezoek geweest, waaronder de familie IJsselmuiden, het burgemeestersechtpaar dat nog steeds in Volendam woont. Maar ook diverse stagiaires uit Edam-Volendam en omgeving hebben hun weg gevonden naar Karatu.

“Zoals al gezegd, een van de redenen van mijn investering was niet alleen om Dawson te helpen, maar het achterliggende doel was om mensen in de derde wereld te helpen. Ook in dat doel ben ik ruimschoots geslaagd. Meer dan dertig gezinnen uit Karatu hebben een beter leven door hun werk in Kudu Campsite en dat ze er blij mee zijn is ook goed te merken, als ik zelf door Karatu wandel en eigenlijk vrijwel geen huis voorbij kan lopen zonder uitgenodigd te worden voor een kopje thee. Liever hebben zo nog dat je gelijk mee komt eten, want gastvrij zijn de Tanzanianen zeker. Het is een veilig land, met mensen die respect voor elkaar hebben.”

“De eerste president Nyerere heeft de mensen iets geleerd, iets we ze nooit meer zullen vergeten. In Tanzania leven vele totaal verschillende stammen. Er was ooit wel strijd, al was dat nooit zo heftig, als we in andere delen van Afrika zien. Nyerere zei altijd, we zijn allemaal Tanzanianen en we mogen leven in dit land waar we willen, met respect voor elkaar. Dat is ook gebeurd. Dawson en zijn familie komen uit het Kilimanjaro gebied en zijn neergestreken in een dorpje, waar heel andere stammen woonden. Nooit heeft dit problemen gegeven, de mensen gaan prettig met elkaar om; daar kunnen vele landen nog iets van leren. Tijdens mijn bezoeken ben ik ook met verschillende stammen in aanraking gekomen. In mei was ik te gast bij de Masai en heb tussen de mensen geleefd en ook daar zou ik een heel verhaal van kunnen schrijven. Misschien een volgende keer…

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.