Vrijheid op ‘t water is onbetaalbaar
Vrijheid op ‘t water is onbetaalbaar
Dagblad Waterland gaat op stap. Of beter Op Klus. Onder die naam volgen we iedere week iemand een ochtend, middag of avond tijdens de uitoefening van zijn beroep. Wat maakt iemand mee tijdens zijn werkzaamheden en wie komt men tegen? We gaan mee op karwei of het nu belastingcontroleurs, verloskundigen, marktkooplui of tennisleraren zijn.
Het is de wereld van zware shag en sterke koffie. Ruwe bolsters met blanke pitten. Het is flink aanpoten tijdens lange werkdagen. Toch zouden ze het geen dag willen missen. Het is de vrijheid op het water, maar ook het eigen baas zijn, legt Gerrie Schilder - de jongste van de drie Volendamse broers die de VD64 bemannen - uit. Onbetaalbaar voor een echte vissersman.
Het zijn geen misselijke tijden. De VD64 vertrekt om vier uur'; ochtends. Zorg datje op tijd bent is het devies. „En neem brood mee, wantje krijgt er honger van", luidt het advies. Hard werken dus in de zilte zeelucht. Bij wijze van spreken dan, want zout is het water hie al vele tientallen jaren niet meer. Maar de werkdag begint met een verrassing. We starten met slapen. „Je moet elk uurtje meepikken", glimlacht Patrick, terwijl hij in een van de drie kooien kruipt. Gerrie ligt er al in en boven in de stuurhut ligt bemanningslid jaap Mossel (Pos) snurkend op de bank. jack staat aan het roer - ofschoon de 'automatische piloot' het werk doet en ook Dick Jonk houdt een oogje in het zeil.
In de kooi hoor je de golven beuken op de boeg en ruikt het naar een mengeling van diesel en vis. Niks mis mee. Het dreunen van de motor maakt dromerig en het schommelen van het schip maakt slaperig. We kunnen nog twee uur slapen voor we de eerste fuiken langs de dijk van Enkhuizen naar Lelystad bereiken.
Aanpakken
Snel een bakkie koffie en een shagje gedraaid - zware Van Nelle uiteraard. Maar dan is het direct flink aanpakken. De taakverdeling is helder. Patrick, jack en Dick varen in de sloep naar de fuiken om ze te legen. De gespierde armen bewijzen dat daar kracht voor nodig is. Gerrie spuit de netten schoon, inspecteert ze op beschadigingen en herstelt dat. Hij wordt geholpen door jaap. Over het dek schalt Radio Veronica, sporadisch door een wolk meeuwen overstemd. Het wordt vandaag 29 graden voorspelt Veronica door de ether. De vissers lachen schamper. De mannen zien er uit als van een andere planeet. Dit is de wereld van gele regenjassen en dito overalls. Groene rubberlaarzen en wollen mutsen. De oranje rubberhandschoenen completeren het bonte geheel. Om half zeven 's ochtends is 29 graden hier nog heel ver weg. De vangst is minder dan de vorige keer. „Dat ligt aan de wind, die is noord. Dan is er aal bij Pampushaven", zegt Patrick. „Voor de dijk Enkhuizen het je zuidwest nodig of beter nog: west. Dan waait de aal zo de fuiken in", weet Gerrie. „De tijd van het jaar speelt ook mee", voorspelt Dick. „Over een week of drie is er weer meer aal. Maar het hoe of waarom weet ik ook niet." We gaan onderweg naar de volgende serie fuiken langs de dijk.
Even tijd voor koffie en een boterham. De tijd wordt gedood met grappen en grollen. Jaap speelt daarin een belangrijke rol. Hoewel hij de oudste is, met zijn 66 jaren, heeft hij de rol van clown en soms ook kop van jut. Tot genoegen van zijn collega's mag Jaap graag even klagen. „Jezus zo'n pijn in mijn rug. Ik voel mijn benen nu al. Daar heb ik pillen voor van de dokter, maar die slik ik niet meer. Ik ben uitgepild", moppert jaap. „Ach Japie, jij houdt gewoon niet van werken", valt jack hem in de reden. En vragend naar de verslaggever: „Heb jij soms een hassebassie (borreltje, red.) voor jaap meegenomen? Dat lust-ie beter dan water hóór."
De (soms harde) grappen horen bij het leven aan boord. Een milieu van ruwe bolsters, die het verder verdomd goed met elkaar voor hebben. Een beetje dollen doen ze graag. Met het zelfde gemak waarmee vloeken en krachttermen lachend naar elkaar worden gesmeten, wordt een minuutje later een vers shagje - brandend en al - bij de ander tussen de lippen geschoven. Met natte handen kun je immers niet draaien. „Niet vergeten een bakkie koffie voor jack. Drie klontjes anders moet-ie het niet", roept jaap, als hij de sloep richting schip ziet draaien. Zo zijn ze dan ook weer.
Nauwgezet
Zo vrolijk en ruig als het tijdens de verplaatsingen gaat - er wordt koers gezet naar Broekerhaven bij Enkhuizen - zo serieus en nauwgezet gaan de vissers aan werk. De netten en fuiken worden zorgvuldig en voorzichtig behandeld. Goed schoonmaken is belangrijk
vertelt Gerrie, terwijl hij de modder en algen eraf spuit. En aan boord wordt nauwlettend in de gaten gehouden hoeveel aal er uit de fuiken in de sloep wordt overgebracht. „Dick steekt zijn duim op", hoopt jaap tegen beter weten in. „Nee hoor, 't is niet veel", bromt Gerrie. De vangsten worden met collega's via radio en mobiele telefoon uitgewisseld. Broekerhaven levert gelukkig een goede vangst op: zestig pond. De verwachtingen voor de laatste fuiken ter hoogte van de Pieterman en Katwoude zijn hooggespannen. „Voor de Gouwzee is noordenwind wel gunstig", zo leren we.
De oversteek van twee uur, Jack en Patrick duiken de kooi in, biedt gelegenheid voor een goed gesprek. „Varen is mijn hobby. Maar vergis je niet hé. Als we straks aan de kade liggen ben ik nog niet klaar met werken. Elke dag van vier tot 's avonds acht uur. Dan houdt mijn vrouw de kleine nog even wakker, zodat ik die nog even zie. Het mooie van vissen is de vrijheid. Twintig weken in het jaar (het seizoen eindigt in september) doen we waar we zin in hebben. We zijn eigen baas en hebben het mooiste en modernste schip van de IJsselmeervloot", zegt stuurman Gerrie. „Maar twee oude lullen van boven de zestig
doen het werk", bromt jaap. In de sanering die de regering voor ogen heeft - de helft van de 68 vissers op het IJsselmeer moet verdwijnen - zien de Volendammers niets. „Mijn hele stamboom bestaat uit Gerrit Schilders die visser zijn geweest. 't is mijn afkomst. Ik heb deze winter gestukadoord, maar dat is geen leven. We hebben alles gegeven voor een mooi bedrijf en nu gaat de regering dat om zeep helpen." Verder naar de Gouwzee, de laatste fuiken.
De mannen zijn stil en moe na een lange dag. Buiten klimt het kwik ruim boven de twintig graden.