Tattoo’s
Tattoo’s
Mijn grootvader had het in uitgezaaide vorm en is er aan overleden. Mijn vader had het en was na de behandeling volledig genezen. Nu heb ik het ook: prostaatkanker. U begrijpt het al dames, dit wordt een stukje voor mannen onder elkaar. Maar blijf toch maar even meelezen, je weet maar nooit of u ooit nog eens in de gelegenheid bent om uw geliefde echtgenoot tijdig op het goede spoor te zetten.
Omdat mijn vader op de leeftijd die ik nu heb problemen begon te krijgen, leek het me een goed idee om de boel eens te laten nakijken. Ergens had ik gelezen dat de mogelijkheid van prostaatkanker kan worden vastgesteld door de aanwezigheid van een bepaald soort eiwit (PSA) in je bloed te meten. Bij mij kwam die uit op 10. Niet direct alarmerend hoog, maar omdat het in de familie zat, was dat wel een reden om de zaak verder te onderzoeken. Niet echt een leuk onderzoek, maar goed, wat moet je anders. In de stukjes die uit mijn prostaat waren genomen kon worden vastgesteld dat de tumor niet erg uitgebreid was en dat de kankercellen matig actief waren (Gleasonscore 6, voor de ingewijden).
Natuurlijk was ik geschrokken van de uitslag. Maar omdat ik er rekening mee had gehouden stortte mijn wereld niet gelijk is. Je hoort op zo’n moment ergens in de verte de klanken van de dodenmars en je beseft dat de luxe van een probleemloos levensperspectief verleden tijd is geworden. Om mijn omgeving niet al te erg te laten schrikken zei ik (naar waarheid) dat ik een beetje ‘kanker’ had en besloot dat het mijn leven niet zou mogen overheersen. Dit jaar viel ik voor het eerst onder het ziekenfonds. Omdat het hoofdbestanddeel van mijn inkomen bestaat uit een WAO-uitkering en aanvullend pensioen, geldt dat laatste deel, idioot genoeg, niet meer als inkomen. Ik was benieuwd of dat voor de behandeling wat uitmaakte. Iedereen die zich die vraag ook wel eens heeft gesteld, kan ik gerust stellen. Je krijgt als kankerpatiënt een klassebehandeling!
Bij een second opinion in het Anthonie van Leeuwenhoekziekenhuis werd de eerdere uitslag min of meer bevestigd, alleen hadden ze slecht nieuws. Een deel van de tumor bleek in het kapsel te zitten. Dus geen Brachy-therapie voor mij. Dat is een therapie waarbij een aantal radioactieve naaldjes in de prostaat worden geschoten. Daarna mag je weer naar huis en na vijf dagen kan je weer fietsen. Ook een operatie bleek discutabel, want als de tumor in het kapsel zit, weet je nooit of er wat achter is gebleven nadat de prostaat verwijderd is. Ik vond het allesbehalve vervelend, ik had toch al niet veel zin in een operatie. Dus werd het bestralen. Een oncoloog noemde kankercellen geniale krankzinnigen. Dat ben ik eigenlijk wel met hem eens.
Het is verwonderlijk hoe kankercellen zich weten te onttrekken aan alle regelmechanismen die het lichaam kent om de gezondheid stabiel te houden. Ik begon mijn opstandige cellen ‘batmannetjes’ te noemen. Batman was immers ook een mens, maar onttrok zich aan alle natuurkundige wetten die voor een gewoon mens gelden. En hoewel ze levensbedreigend kunnen zijn, lukte het me niet om ze kwaadaardig te noemen. Wie weet gaat het hier wel om de allerlaatste poging van je lichaam om door het creëren van bijna onoverwinnelijke cellen de boel te repareren. En je kunt het je lichaam toch niet verwijten dat de evolutie bij de uitvinding van onoverwinnelijke cellen geen regelmechanisme heeft bedacht om de boel in de hand te houden. En zo kwam het dat ik mijn batmannetjes begon te bedanken voor hun poging om mijn prostaat te redden van de bedreiging door een langdurig tekort of overschot van bepaalde stoffen. En natuurlijk vroeg ik ze meteen om alsjeblieft op te hoepelen als ze zich niet aan mijn interne regelmechanismen willen houden.
Kankercellen moet je doden. Door ze weg te snijden, met gammastralen te bombarderen, ze te bevriezen of te verhitten. Er zijn allerlei behandelingen mogelijk. Dat wijst er al op dat de ideale behandeling (nog) niet bestaat. Die zit misschien wel al in de pijplijn. Binnen tien jaar zullen er nieuwe, minder beschadigende, behandelingen mogelijk zijn. Dat hoop ik maar voor mijn zoons, voor zover ze ook genetisch vatbaar blijken te zijn voor prostaatkanker.
De behandeling, ik zit nu over de helft, valt erg mee. Het meeste last heb ik nog van de hormoontherapie. Er zijn van die dagen waarin de opvliegers zich aan elkaar rijgen. Maar het heeft ook voordelen. Het kalende kruintje op mijn achterhoofd begint weer kleiner te worden, blijvend hoop ik. Als andere gelukkige omstandigheid valt te melden dat ik, als een van de eersten, een nieuwe therapie krijg, waarbij het te bestralen gebied met 30 procent is verkleind. Er wordt waarschijnlijk een televisiedocumentaire van gemaakt en ik zal de regisseur vragen of ik dan even naar jullie allemaal mag zwaaien. Bij de huisarts hoorde ik dat prostaatkanker een epidemie lijkt te worden. Er zijn dus veel lotgenoten. Hallo jongens, beterschap!
Beterschap is een goede wens, heb ik gemerkt. Als je er redelijk op tijd bij bent, kom je er weer helemaal van af. Het enige dat ik er van over zal houden, zijn de tattoo’s die op mijn onderlijf zijn gemaakt als herkenningspunten voor het instellen van het bestralingsapparaat.
Mij is nooit verteld dat als het in de familie zit, je vanaf de leeftijd van veertig het jaarlijks moet laten controleren. Als het niet in de familie zit, zou je het vanaf je vijftigste moeten doen. Dus heren, we weten het nu en ik heb de dames gevraagd mee te lezen omdat wij mannen nu eenmaal een zetje nodig hebben om naar de dokter te gaan.
Peter Louter