Naar de inhoud

Vraagtekens bij het IOP

Bron: Groen Links

Vraagtekens bij het IOP
Onlangs heeft het College van Burgemeester en Wethouders het Integraal Ontwikkelingsplan Waterfront Volendam (IOP) uitgebracht. Een “definitief ontwerp”, gemaakt door BVR (Riek Bakker), in opdracht van het College. Enkele belangrijke elementen uit het plan:
- Weg onderlangs het Noordeinde naar keerlus autobussen op het Kleipark,
- Nieuwbouw voorzieningen aan de zuidkant van de Haven (vooral horeca en winkels),
- Dempen Golf van Ma voor auto-toegangsroute naar zuidkant Haven,
- Woningbouw op bedrijventerrein Slobbeland.
Het plan is breed gepubliceerd, besproken en gepresenteerd. Kosten van dit IOP: meer dan een euroton. Geschatte uitvoeringskosten: meer dan 10 miljoen euro.

GroenLinks zet vraagtekens bij deze plannen. Vraagtekens die wij ook bij de start van dit ontwerp al gezet hebben, en zelfs al bij de start van het hieraan voorafgaande onderzoek, het Toeristisch Ontwikkelings Plan (TOP). Onze voornaamste vragen zijn de volgende:

Hoe belangrijk is het toerisme?
In het IOP wordt de toeristische sector “een der belangrijkste economische motoren van de gemeente” genoemd. GroenLinks heeft al meerdere keren de vraag gesteld: Hoe belangrijk, in vergelijking met andere sectoren? Dat wil je toch weten, vóór je als gemeente veel gemeen­schaps­geld investeert in onderzoek naar/voor die specifieke bedrijfstak. Daar is echter tot nog toe geen antwoord op gekomen. Wij vrezen dat het economisch belang van het toerisme zwaar wordt overschat. Een simpele schatting maakt dat duidelijk: Als twee miljoen mensen per jaar Volendam bezoeken, en ze geven gemiddeld 30 euro per persoon uit, dan is de jaaromzet van de hele toeristische sector 60 miljoen. Omzet, geen winst. Een bouwbedrijf dat in een jaar 300 woningen bouwt, heeft dan dus een vergelijkbare omzet als de complete toeristische sector alhier, inclusief alle toeleverende bedrijven. Hoe verantwoord je dan het investeren van veel gemeenschapsgeld in het toerisme? Doen we dat ook voor andere, veel grotere sectoren? Is de toeristensector een noodlijdende branche?

Welke mensen hebben welke wensen?
De bereikbaarheid van de Haven, per auto (zuidkant) en per bus (noordkant), wordt in het IOP (en ook al in het TOP) als absolute voorwaarde gezien. Er zijn echter veel soorten toeristen in Volendam, die verschillende eisen stellen. Qua vervoer kun je ze grofweg in twee groepen onderverdelen. Aan de ene kant de haastige bustoeristen, die in één dag(deel) behalve Volendam ook nog Marken en de Zaanse Schans willen doen. Die willen hier wel koffie met gebak of een lunch, maar alleen als ze voor de deur uit kunnen stappen. Weliswaar kan de bus ook de Zaanse Schans niet in, maar ja, dáár kunnen ze lekker wandelen in een mooi voetgangers­gebied. Hier zouden ze zich maar tussen de (andere) toeristenbussen moeten wringen. Ziet u de vicieuze cirkel? Tegenover deze groep toeristen staat een andere, hele grote groep, bestaande uit alle andere soorten toeristen: de mensen die zelf per auto, motor, fiets of OV komen, of met “eigen” bussen (met meer tijd, zonder arrangement met Spaander of De Koe), of met de Marken Express, of met de pleziervaart of de bruine vloot. Voor al díe mensen hoef je niet met de auto of de bus tot op de Haven te komen. Sterker nog: die hebben daar alleen maar héél erg veel last van. Wat GroenLinks graag zou willen weten is dit: Hoe groot zijn die twee verschillende groepen toeristen, hoeveel besteedt elke groep in Volendam, en (vooral) wáár besteden die verschillende groepen dat? Dat zou toch een rol moeten spelen bij de vraag wélke wensen we willen vervullen en aan wie dat dan ten goede komt….

Wie betaalt welke prijs voor een autovrije Haven?
Volgens GroenLinks zou je bovenstaande vragen éérst moeten beantwoorden vóór je überhaupt begint met planontwikkeling voor het toerisme. Een autovrije Dijk is al jarenlang een duidelijke wens van het overgrote deel van onze bevolking. Niet alleen voor de toeristen: ook gewoon voor onszelf! Tot nog toe heeft de toeristenbranche – althans: een specifiek deel daarvan – dat tegen kunnen houden, door er de eis “bussen tot aan de Haven” aan te verbinden. Hoewel dat draconische, absurd veel geld kostende maatregelen vraagt (weg onderlangs of tunnel door het Noordeinde), wordt dat tot nog toe door het College en door een meerderheid in de Raad een redelijke eis gevonden. Met als gevolg dat er na 30 jaar nog steeds niets is gebeurd op dat punt. Ook dit TOP bevat weer een interessant samenspel van “zoet en zuur”: het “zuur”, dat zijn de planelementen die onze inwoners pijn doen (stuk Slobbeland weg, buitendijkse bouw achter het Zuideinde), maar die nodig zijn om het “zoet” – de bus tot aan de Haven – te bekostigen. Dat brengt mij op de laatste vraag van GroenLinks: Hoe lang trappen onze inwoners hier nog in?

Namens Groen Links Edam-Volendam,
Herman Sier.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.