Naar de inhoud

Volendammer kermis na de oorlog

Bron: Volendams Museum en Oud Volendam

Volendammer kermis na de oorlog
Met uitzondering van 1942 was er in de oorlogsjaren 1940 tot en met 1945 geen kermis.
Tijdens de bevrijdingsfeesten van mei 1945 werden er wel twee danspodia opgebouwd tegenover het café van Jan Motje en voor de kinderen was er in de Conijnstraat een draaimolen. De eerste naoorlogse kermis werd in beide kommen weer gehouden in 1946 vanaf de 4e woensdag in de maand juli tot en met zondag daarop. Behalve de gebruikelijke attracties stond toen aan het eind van de Conijnstraat tegenover de garage van Henk Ruis een bioscoop. Ondanks de goede visvangsten van dat jaar was de kermis zelf vrij sober, maar met de bange oorlogsjaren nog zo vers in het geheugen was de stemming er een van een verlaat bevrijdingsfeest. Nog niet bewust van de ernst van de oorlog in Indonesië en middenin het uitstekende visserijjaar 1947 was de kermis van een ongekende vrolijkheid, de band van Thoom Dekker en de hernieuwde EVO-band speelden de sterren van de hemel en ieder zong de nog sterk nationaal getinte kermishit ‘Cheerio’ uit volle borst mee.

Kermis van 1950 tot 1960
In 1954 werd het kermisterrein in Volendam uitgebreid met het parkeerterrein achter de AMVO en na 1956 toen de tram werd vervangen door de bussen van de NZH kwam het aangrenzende deel van de Zeestraat erbij. In 1956 werd besloten dat de Edamse kermisdagen zouden lopen van donderdag tot en met zondag en die in Volendam van vrijdag tot en met de daarop volgende maandag (tot 2 uur ‘smiddags, later verlengd tot 11 uur in de avond). In de periode tussen 1950 en ’60 was de Volendammer kermis overwegend een aangelegenheid voor de eigen ingezetenen al waren er altijd de vaste bezoekers uit de naaste omgeving alsmede een contingent Amsterdammers en op hun eigen vissersschip verblijvende Urkers.

Amsterdammer kreeg gratis nieuw pak na doop
Het waren kermissen waarbij de ploegen feestvierders van de ene gelegenheid naar de ander konden trekken en er allerlei practical jokes ofwel ‘geintjes’ werden uitgehaald. Zo werd een Amsterdammer die al dagenlang met een ploeg was opgetrokken gedoopt door hem van de helling af te laten glijden de haven in. Na de plechtigheid kreeg de dopeling bij Thoom Sier een volledig nieuw pak aangemeten waarna de ploeg met de verse bekeerling in hun midden de kermis met een gerust hart voortzette.

Janus Sier met paard en wagen taxibedrijf met kermis
Een speciale attractie was het taxibedrijf dat Janus Sier met paard en wagen onderhield tussen de diverse uitgaansgelegenheden. Van het paard ging de mare dat hij bij het horen van een cafénaam als Jan Motje eigener beweging die kant uitging.

Volendammer mannen rijk voorzien van vruchten der aarde
Behalve van een fraaie papieren roos of kermispet van Alfons (later van Henk Rikkers) hadden de mannen in die jaren de gewoonte om zich rijkelijk te voorzien van de vruchten der aarde. Zo liep men rond met bossen wortelen, bloemkolen, trossen bananen en druiven en menigeen liep met een lever- of metworst om de nek. Mogelijk had het te maken met het in het najaar overvloedig aanwezige assortiment aan groente en fruit, maar eenmaal per jaar leek men zich te willen gedragen als schatrijke Romeinen in de decadente nadagen van het Romeinse rijk. Op de maandag verrasten de nieuwbakken schoonzoons de ouders van hun meisje met een taart, fruitmand of een stuk vlees waarna de nieuwe stellen ter afsluiting naar de film gingen in het Flevotheater en vanaf 1953 in het Julianatheater boven de AMVO. In de jaren tussen 1950 en ’60 werd de kermis geleidelijk aan steeds drukker bezocht en meer lawaaiig. De toeloop van meest jongere bezoekers uit de regio en van nog verder weg is daarbij in de loop der jaren sterk toegenomen. De toename van het lawaai kwam doordat het geluid van de traditionele draaiorgels steeds meer werd overstemd door allerlei via luidsprekers verspreide muziek. Tijdens een wandeling over het kermisterrein wordt men tegenwoordig getrakteerd op een oorverdovende kakofonie van geluiden waarin men zich slechts met de nodige inspanning verstaanbaar kan maken. In de horecagelegenheden is het al niet veel anders en het valt niet te ontkennen dat een en ander ten koste is gegaan van de eigen zang en dans alsmede van de door geestrijk vocht geïnspireerde conversatie.

Van kermis tot regionaal festival
De inkomsten uit staangeld namen in de periode tussen 1961 en ’70 toe van 16.500 tot 80.200 gulden en daarbij trok de kermis een toenemend aantal bezoekers van buiten. De grotere opbrengst uit de staangelden is deels te verklaren door de inflatie, maar toch vooral door het verlengen van de kermistijd tot maandagavond 11 uur, het invoeren van de lappendag - bekend om de carnavaleske verkleedpartijen - en het aantrekken van grotere en duurdere attracties.. De vooral bij mooi weer enorme toeloop heeft ervoor gezorgd dat de Volendammer kermis naast die van Tilburg en Hoorn tot de drukst bezochte festivals van Nederland is gaan behoren en intussen aan staangelden meer dan 3 ton in guldens opbrengt.
In de bekende schoolboekenreeks Heemschut stond de Volendammer kermis in de jaren 1950 en ’60 vermeld als een folkloristisch feest. Deze positieve kwalificatie is mogelijk mede ingegeven door de talrijke schilderijen, tekeningen, foto’s en beschrijvingen van kunstenaars, schrijvers en journalisten die Volendam vooral in de periode van 1900 tot 1950 bezochten.

Aan ‘skik’ geen gebrek....
De Volendammer kermis heeft door de uitbundige maar tegelijkertijd ook gemoedelijke sfeer een goede naam verkregen. De Volendammer gaat te kermis om ‘skik’ te maken en zeker niet om vetes uit te vechten zoals dat elders nogal eens het geval is. Intussen heeft de kermis door de sterk gewijzigde omstandigheden wel een ander karakter gekregen. In de tijd dat de jongens nog vanaf de lagere school naar zee gingen en de meisjes uit dienen was kermis eigenlijk het hoogtepunt van het jaar. De toegenomen welvaart heeft het vermaak tegenwoordig eigenlijk het hele jaar door binnen handbereik gebracht en pretparken hebben veel van de kermisattracties overgenomen zodat de kermis veel van zijn unieke positie heeft moeten prijsgeven. Toch heeft de kermis als speeltuin voor de kinderen en ontmoetingsplaats voor jongelui aantrekkingskracht genoeg. Evenals in Groningen en Tilburg gebeurde er in Volendam helaas een tweetal ongelukken (in 1910 en 1984), maar verder zat het met de veiligheid gelukkig goed. Daarbij staat de Volendammer kermis nog altijd bekend om de goede sfeer en gezelligheid en van echt vervelende incidenten is ondanks de sterk toegenomen drukte betrekkelijk weinig sprake. Vooral bij mooi weer is de beroemde Volendamse dijk tijdens de kermis een grote feestpromenade die door veel nieuwsgierigen wordt bezocht.

Tijdens de kermisdagen is het Volendams Museum gesloten. Het bestuur, beheerster, vrijwilliggers en werkgroep documentatie wensen IEDEREEN een sfeervolle en gezellige kermis.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.