'In ons hart zijn we wel op de kermis'
'In ons hart zijn we wel op de kermis'
Kermismaandag, elf uur 's ochtends. Het is stil in de straten van Volendam. Maar uitgestorven zijn de straten niet. Hier en daar zijn nog wat Volendammers ver weg van 'de Dijk' te vinden. „Maar in ons hart zijn we op de kermis." Volendammers houden van een verzetje. Ze zijn dol op de jaarlijkse kermis. Maanden wordt er gespaard om vier dagen lang flink uit de band te springen. Maar wie zouden er thuis blijven met de kermis?
We proberen het bij De Stient. Onderweg naar het winkelcentrum treffen we wat fietsers en autoverkeer. Opvallend veel taxi's. Hard werken om mensen van en naar de kermis te brengen, zegt chauffeur Evert Kil. Voor hem al jaren geen kermis. „Vroeger wel, maar ik mis het niet. Blijf lekker nuchter."
De winkels zijn deze dag gesloten. Ook de supermarkt. Marian Breet uit Oosthuizen en Gemma Schilder-Tol komen tevergeefs voor een boodschap. „Ik ben niet zo'n kermisganger, maar nu ik zwanger ben, gaat het helemaal niet. Al is het gezellig even over de kermis te wandelen", zegt Gemma. Marian gaat nooit naar de kermis. „Maar op mijn werk bij Odion, waar we mensen met een verstandelijke handicap opvangen, merk ik wanneer het kermis is. Dan komen ze uit Volendam een week logeren, zodat de ouders naar de kermis kunnen."
Veel van de 'achterblijvers' zijn van middelbare leeftijd. Johanna ('nee, geen achternaam') legt uit. „Op een bepaalde leeftijd voel je je niet meer thuis in de kroeg. Dat gevoel zakt af. Maar ik ga wel altijd een rondje langs de kramen en over de Dijk. En onze lieve heer gaat ook te kermis, want hij geeft ons prachtig weer. Toch heb ik altijd een bijzonder gevoel met kermis. Zit in de genen. Hoor je die muziek? Dat komt van de tent op het Slobbeland. Gisteravond stond de wind deze kant op, weet hij hoe gezellig?"
Klaas Veerman maakt ook elke dag een wandeling langs de kramen. „Gezellig. Maar ik ga niet aan de rol. De drank is bij mij zachtjes aan uit het lijf." Veerman heeft ook andere gevoelens, heeft bij de brand in 't Hemeltje een zoon verloren. „De angst voor ongelukken gaat nooit meer weg. De pijn evenmin", legt hij uit. „Maar in mijn hart vind ik de kermis toch een prachtig feest. Ik neem het niemand kwalijk die wel gaat."
In de jonge wijk 'Middengebied' is het akelig stil. Maar Franklin Bond wast zijn auto. „Ik ben al twee dagen geweest. Normaal ga ik vier dagen, maar mijn vrouw is zwanger en morgen moet ik werken. Maar het kriebelt wel. Iedereen is op de kermis. En de mensen die er een hekel aan hebben, gaan gewoon een weekeindje weg."