Naar de inhoud

Schokker was snel ‘jas’ af in Volendam

Bron: NHD

Schokker was snel ‘jas’ af in Volendam
Elke stad, dorp en kern in de regio Waterland heeft zijn eigen historische vereniging, club of genootschap. Dagblad Waterland benadert ze voor memorabele, bijzondere, grappige of opvallende verhalen uit hun gebied. En graaft daar verder in. Zo ontstaat een historisch overzicht van gebeurtenissen in de streek door de eeuwen heen.

Hoezo een gesloten gemeenschap? Volendam omarmde midden vorige eeuw de emigranten uit Schokland. Tachtig tot honderd Schokkers maakten de oversteek naar de Waterlandse vissersplaats. Hun nalatenschap is slechts af te leiden uit oude foto's en uit hun achternamen. Stroek, Sul, Kenter, Brien, Kluessien, Mastenbroek en in iets mindere mate Mossel en Kwakman. Het zijn volgens Dick Brinkkemper, die een diepgaand onderzoek naar de Volendamse Schokkers heeft gedaan, typische Schokker achternamen. „Een waardevolle erfenis van het verleden", verklaart de jarige Brinkkemper, die verder zegt dat van de Schokker cultuur weinig over is. „De eilandbewoners assimileerden in rap tempo in de Volendammer gemeenschap. Maar er bestaat wel een landelijke Schokker vereniging, waarvan de leden een keer per jaar bij elkaar komen."

Eenheid onder de nazaten van de Schokkers: het is in historisch perspectief bijna een verdraaiing van de geschiedenis. Het eiland zelf was namelijk hopeloos verdeeld in een katholiek en protestants deel. Emmeloord dat in het noordelijk deel lag, was katholiek. Het zuidelijke Ens was protestants. Een scheidingssloot markeerde de grens tussen 'noord' en 'zuid'. Wat de eilandbewoners echter met elkaar deelden was armoede. De visserij was in de zeventiende eeuw, toen de Schokkers ook nog vracht vervoerden, nog een goede bron van inkomsten. Twee eeuwen later zag'het inwendige der huizen er onzindelijk en afzigtelijk uit' schreef Gregorius Mees, die tussen i84o en 847 professor in de Nederlandse letterkunde en de vaderlandse geschiedenis was aan het atheneum in Deventer. Schoorstenen kenden de huizen, waarin vaak op twintig of dertig vierkante meter complete gezinnen leefden, niet. De rook ging tussen het lagere en hogere deel van de zoldering naar boven en bereikte de vliering waar de netten gedroogd werden. Daar zaten in het dak twee afsluitbare luchtgaten, waardoor de rook kon ontsnappen.

Branden
De risico's waren echter groot. Talloze branden hebben er gewoed op het eiland, omdat de huizen meestal van hout en de daken van riet waren. In 1647 brandde Ens geheel af, waarna twee jaar later de Raad van Kampen de bewoners 250 gulden gaf om tegemoet te komen in de kosten. Er wordt verder melding gemaakt dat Emmeloord in 1728 en 1749 gedeeltelijk afbrandde. In 1775 ging de gehele Zuiderbuurt bij Ens in de vlammen op, waarna de provincie voor 1500 gulden aan steun verleende. Een grotere bedreiging vormde echter het water. Schokland, dat volgens Brinkkemper omstreeks 1200 voor het eerst in historische geschriften is terug te vinden onder de naam Emelwerth, kende in het begin van de zeventiende eeuw nog een behoorlijk landbouwareaal. In 1629,1636, 1639 en 1650 werden boerderijen echter weggevaagd door het water.

De kosten om verdedigingswerken tegen het water op te werpen rezen de pan uit en daarom was reeds in 1634 een stuiver geheven van de provincie Overijssel voor elk in- en uitgaande schip. In het begin van de negentiende eeuw moesten zeelui nog steeds deze stuiver betalen. Omdat dit geenszins de kosten kon dekken, schoten andere provincies Overijssel te hulp. De stad Amsterdam speelde in dit alles een bijzondere rol, want dat was eilandheerder over Emmeloord en Urk. Na de Franse tijd werd Schokland geheel tot de provincie Overijssel gerekend. Amsterdam noch het provinciebestuur kon de afslag van het land stoppen en dat leidde bij alle partijen tot demotivatie. De geloofsstrijd werkte daarnaast willekeur in de hand. Dijkopzichter E. P. Seidel maakte in 1788 melding van het feit dat 'van Hollandsche zijde weinig lust had om nog iets voor Emmeloord te doen'. Verder werd gezegd dat Ens rondom door palen beschermd werd, maar Emmeloord slechts voor een deel, bij de haven. Er gingen geruchten dat Schokland voor de hoge heren slechts een overloopgebied is, waardoor de kust vat Overrijsel bij stormweer ontlast zou worden.' De 'politiek' liep in ieder geval niet meer zo hard voor de eilandbewoners. Wel staat vast dat tijdens de Franse bezetting in 1804 er opeens wel geld beschikbaar was om een stenen dijk aan de westkant van het eiland aan te leggen.

Deze dijk begon echter al snel te verzakken, waarna de zee weer haar verwoestende werk deed. Vooral het jaar 1825 bleef veel Schokkers in het geheugen gegrift staan. De storm kostte dertien mensen het leven. De zee vernielde over een lengte van twee kilometer de dijk. Ruim 25 woningen werden geheel vernield, zeventig andere huizen raakten zwaar beschadigd. De storm zwiepte de golven zo hoog op dat het altaar uit de kerk van Emmeloord wegspoelde. Omstreeks 1850 bestond Schokland nog maar uit een smalle strook van zo'n vijf kilometer lang. Al het buitendijkse land was verdwenen. Daarnaast werd er ook geen zuiver drinkwater meer gevonden De waterputten waren brak geworden. De schrijnende armoede baarde de overheid zorgen. In samenwerking met het provinciebestuur van Overijssel hadden de eilandbewoners getracht in de jaren dertig van de negentiende eeuw weverijen op te starten op het eiland. Dat had echter de problemen niet verlicht. Nog in 1858 verordonneerde koning Willem III met steun van de Tweede Kamer, de provincie Overijssel en het gemeentebestuur van Schokland om het eiland te ontruimen. Aanvankelijk wilde de regering het noordelijk deel aan de zee prijsgeven, maar op verzoek van de schippers werd daarvan afgezien. Zijwilden de veilige ligplaats in Emmeloord niet kwijt.

De protestantse eilanders vertrokken richting Harderwijk, de katholieken gingen naar Brunnepe bij Kampen, Vollenhove, Blokzijl, Urk en Volendam. „Ze braken hun huizen af, namen het hout mee en bouwden het in Volendam weer op", vertelt Brinkkemper. „Zij kregen ook wat steun van de overheid, die hoopte dat de eilandbewoners op de vaste wal een beter bestaan zouden opbouwen."

Gemeenschap
Dat lukte zonder noemenswaardige problemen. De Schokkers gingen zogezegd op in de Volendammer gemeenschap. Brinkkemper: „Daar zijn een aantal verklaringen voor. Ten eerste kwam het geloof overeen. Daarnaast waren er ook niet veel verschillen in klederdracht tussen Schokkers en Volendammers. De meest in het oog springende overeenkomst was de witte vrouwenmuts." Volgens Brinkkemper werden er ook afsnel huwelijken gesloten tussen Volendammers en Schokkers. Ook maatschappelijk stegen sommige Schokkers in rap tempo op de spreekwoordelijke ladder. Bekend is Willem Mastenbroek die een café runde dat van generatie op generatie aan het volgende familielid werd overgedragen.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.