Het ontstaan en de geschiedenis van de Volendammer kermis (deel 5)
Het ontstaan en de geschiedenis van de Volendammer kermis (deel 5)
‘ Kermisspelen rond 1930
Een beschrijving van de traditionele kermisactiviteiten zoals die zich in het jaar 1930 voltrokken wordt gegeven in het Amerikaanse kinderboek ‘Betje and Jan, a tale of Volendam’ door Agnes C. Lehman dat voor het eerst in New York verscheen in 1932. In dit boek is een hoofdstuk gewijd aan de kermis zoals die door de kinderen werd ervaren. Er wordt niet alleen melding gemaakt van de draaimolen en een tent met voorstellingen van Jan Klaassen en Katrijn maar ook van kramen met speelgoed en koek. Gewapend met elk tien stuivers trokken de kinderen eerst over de dijk langs de kraam met oliekoeken en die met gewinddroogde schartjes om vervolgens te kijken naar allerlei vermaak langs de kant waaronder de dikke dame, de sterke man en de dierentemmer die de mensen met luide stem naar binnen lokte.
De spullenkermis werd opgevrolijkt door straatzangers en orgeldraaiers
De spullenkermis werd opgevrolijkt door straatzangers en orgeldraaiers maar het mooiste van al was natuurlijk de draaimolen met de paarden en op en neer gaande boot. De competitie gewichtheffen trok veel belangstelling want de winnaar mocht ‘s avonds tijdens het dansen het knapste meisje als danspartner uitkiezen. In de middag was het tijd voor de traditionele activiteiten. Zo was er een hardloopwedstrijd voor jonge mannen met als handicap dat ze waren verkleed in vrouwenkleren terwijl ze daarbij nog een juk om de schouders droegen waaraan een paar ansjovisvaatjes bungelden. Er was ook een race waarbij het erom ging wie het eerst aan de streep kwam achter een kruiwagen met ansjovisvaatjes met als hoofdprijs een lange Goudse pijp.
Prijs voor mooiste kermisfiets
De competitie voor de mooist versierde fiets werd gewonnen door een deelnemer die zijn stuur had behangen met mooie bloemen, de spaken had bekleed met de Nederlandse driekleur en die een hoed droeg in de vorm van een Edammer kaas. Daarna mochten de jongens en meisjes van 12 jaar meedoen aan een hardloopwedstrijd waar de meisjes een prachtig springtouw mee konden winnen. Tenslotte was het dringen om een kaartje te bemachtigen voor de voorstelling van Jan Klaassen en Katrijn. Intussen was het op de kermis steeds drukker geworden totdat men ’s avonds de paren kon zien dansen in de grote zaal van hotel Spaander.
Kermiszang in de jaren 1930
Mede tengevolge van de beurskrach vond de spullenkermis in 1931 en in het jaar van de afsluiting 1932 geen doorgang zodat er alleen wat ontspanning was in de cafés.
Nadat de vloot in 1932 nog had geprofiteerd van de laatste overvloedige vangsten van haring en ansjovis begon voor Volendam de jarenlange, moeizame omschakeling naar vishandel en industrie waarbij veel dorpelingen hun heil zochten in Noord-Brabant en andere provincies. Door de radio klonken de mooiste nostalgische liedjes over de in 1932 afgesloten Zuiderzee, maar de harde realiteit kwam meer tot zijn recht in het liedje ‘O Zuiderzee’ dat Jan Bootsman schreef over de afsluiting met de bekende openingszin: ‘Loop je ’s avonds langs de dijk, in het dorpje Volendam’.
Volendam telde in 1934 300 werkelozen
Nadat de kermis in 1933 op verzoek van de middenstand was hervat telde Volendam in 1934 mede door de brand in de Edamse touwfabriek maar liefst 300 werklozen. In datzelfde jaar begon onder de naam Redt Volendam dan ook de actie om de Noordzeevisserij nieuw leven in te blazen. Misschien werkte ook het lied ‘Eenmaal dan moet je gaan varen, dan trek je voorgoed overzee’ van Bert van Dongen uit 1935 extra inspirerend, want er trok zowaar weer een viertal Volendammer kotters na vele jaren richting Noordzee. De schamele opbrengst van 1648 gulden aan kermisstaangelden van 1934 bedroeg in 1935 weer 1800 gulden om in 1937 en '38 boven de 1900 gulden uit te komen. De op de laatste woensdag van september ingaande kermis werd met ingang van 1934 met een dag verlengd tot en met de eerstvolgende zondag, waarna de maandag door het horecapersoneel, de bouwvak en overige enthousiastelingen werd benut om nog even “na te praten”.
Pastoor Van der Weiden liet onzedelijke blote vrouwenfiguren van de draaimolen overschilderen
Deze maatregel kwam de Volendamse kermis zeer ten goede al liet pastoor van der Weiden de blote vrouwenfiguren van de draaimolen dan ook op ‘kritieke’ plaatsen overschilderen. De hotels Spaander, van Diepen, Frits Veldhuizen, het St. Jozefgebouw en de vertrouwde herbergen aan het havenfront waren intussen uitgebreid met nieuwe feestgelegenheden als café Zeezicht aan het Noordeinde (eerst van de G. Smit (de Schrille) en tot 1950 van Dirkie Buys), het café van Siem Tol (Sletjes) tegenover Többen, café De Schuimende Bierkan van Job van Thoom en de cafés van Jan Baap aan het Zwarte Pad en Jan Motje op het Dril. Behalve plaatselijke ensembles als de EVO-band en de bekende artiest Bolletje was in die jaren ook de Amsterdamse zanger en cabaretier Michel Swaab in hotel Spaander te beluisteren. Zijn ‘Volendams kermislied’ dat een ode is aan de schilderachtige omgeving, de Volendamse meisjes met hun rode wangen en de stoere vissers in hun prachtige klederdracht besluit aldus:
En als ze de kermis houwen, ‘t is dansen en gehos,
De meisjes en de jongens, die dansen erop los,
De beenen van het vloertje, we leven voor pleizier,
En als ze dorstig worden, dan drinken ze hun bier,
Ze lusten wel een glaasje, ’t is beste medicijn,
Wil je goed kermis houden, moet je bij Spaander zijn,
Omhoog het glas geheven, we zijn hier bij elkaar,
’t Is kermis en die komt toch, maar eenmaal in ’t jaar!
Accordeonist Thymen Mooyer (Luuk) en EVO-band speelden in Spaander en Van Diepen
In de periode van 1933 tot en met 1938 werden de tot en met de zondag verlengde Volendammer kermissen steeds gezelliger en drukker bezocht. Er waren juist in die jaren volop gezellige liedjes die in de hotels Spaander en American (later van Diepen) op onvergetelijke wijze werden begeleid door een accordeonist als Thijmen Mooyer (Luuk) en door de EVO-band.
Volendam werd in de jaren 30 zeventien keer uitverkoren als thema voor een liedje
Volendam werd in de jaren 1930 maar liefst 17 maal door tekstdichters uitverkoren als thema voor een liedje. Een van die liedjes was het rond 1935 geschreven walsje van J. Hensen met als titel ‘Kermis op Volendam’:
Kom aan! Kom aan! Nu zingen en dansen gaan.
Wij zingen liederen van liefde en jeugd,
Van lente en van zonneschijn,
’t Maakt ieder mens verheugd.
Nadat het Duo Hofmann in 1927 al een tweetal Volendamliedjes op de plaat had uitgebracht volgde in 1935 dat van Bob Scholte met als titel ‘Een struische meid uit Volendam’ en dat werd met het in 1936 dank zij Joseph Schmidt zo populair geworden ‘Ik hou van Holland’ maar al te graag aan het kermisrepertoire toegevoegd. Uit de jaren dertig zelf stammen bekende nummers als: ‘Twee ogen zo blauw’ van Willy Derby en ‘Daar bij die molen’ van Bert Van Dongen, maar ook de gezellige voordrachten van Kees Pruis en andere grootheden met klassieke regels die bij sommige gelegenheden nog wel eens opklinken: ‘Ik ben kelner zoals je hier ziet’, ‘Wie kan mij nou vertellen, waar woon ik?’, ‘’Kom, zwarte zigeuner’, O, Japie is getrouwd’, ‘Hij was maar een jongen van Jan Boezeroen’, ‘Droomland’, ‘La Paloma’, ‘Ik weet met mijn vrienden een kroegje, een huis van genoeglijkheid’, ‘In een cafetaria, op een hoge kruk’ en nog zovele andere. Aan het eind van de jaren 1930 begon de visserij op paling, snoekbaars en spiering voor de overgebleven Zuiderzeevissers lonend te worden, maar de mobilisatie zorgde er in 1939 voor dat de kermis dat jaar geen doorgang vond en dat zou door de oorlogsomstandigheden zo blijven tot 1946. Dit was het laatste deel van het ontstaan en de geschiedenis van de Volendammer kermis.
Dank aan werkgroep Documentatie en Folklore van het Volendams Museum en Oud Volendam
Uit de vele positieve reacties die over de publicaties uit het Museumjaarboek bij het bestuur en medewerkers zijn binnen gekomen kan geconcludeerd worden dat de werkgroepen ‘Documentatie en Folklore’ hun historisch speurwerk uitstekend gedaan hebben. Hartelijk dank aan de personen van de werkgroep voor hun belangeloze inzet en doorzettings-vermogen. De vele onderdelen van de echte Volendammer historie en cultuur zijn hierdoor gedocumenteerd en voor ons nageslacht verantwoord vastgelegd. Aanvullingen zijn natuurlijk van harte welkom en kunnen in het volgende jaarboek verwerkt worden indien dat tenminste in de toekomst nog mogelijk is gezien de aanhoudende gerechtelijke procedures en vage gemeentelijke museumverhuisplannen die nog steeds niet bij het museumbestuur bekend of besproken zijn.
Onzekerheid over voortbestaan
De onzekerheid over het voortbestaan van het Volendams Museum dat feitelijk een bezit is van onze hele Volendammer gemeenschap is geen stimulans voor het bestuur, de beheerster, sponsors en de tientallen onmisbare vrijwilligers die ondanks alles hun werk blijven voortzetten. De uitbreiding van het Volendams Museum met een documentatiecentrum boven de Sigarenbandjes huisjesvleugel is hierdoor al 2 jaar vertraagd. Het opgespaarde geld voor de uitbreiding dreigt nu op te gaan aan gerechtelijke procedures die al lang beëindigd hadden kunnen worden d.m.v. een werkbaar overeengekomen compromis. De brandveiligheid van het Volendams Museum is in ieder geval gewaarborgd en dat kan niet van alle musea in onze gemeente gezegd worden maar dat is niet aan ons om daar een oordeel over te geven.