Naar de inhoud

Ontstaan en de geschiedenis van de Sint Maartensviering in Volendam

Bron: Volendams Museum en Oud Volendam

Ontstaan en de geschiedenis van de Sint Maartensviering in Volendam
In het museumjaarboek staat een artikel over het ontstaan en de geschiedenis van de Sint Maartensviering in Volendam. Over een paar weken is het weer 11 november en dan gaan de kinderen weer zingend langs de huizen met hun lichtjes. Deze eeuwenoude traditie wordt in het jaarboek 2005 uitgebreid beschreven. In enkele delen wordt dit artikel in de komende weken gepubliceerd. Het museumjaarboek is nog steeds verkrijgbaar voor slechts € 5,- in het Volendams Museum. Begunstigers betalen € 12,-. Zij ontvangen niet alleen het jaarboek met foto maar zij mogen alle exposities in het Volendams Museum gratis bezoeken. U steunt daarmee de instandhouding van het Volendams Museum extra. 

De heilige Martinus van Tours (ca 316 – 397)
De beroemde Vlaamse kunstschilder Pieter Breughel heeft in de 16de eeuw al een afbeelding gemaakt van het Sint Maartensfeest, genoemd naar de in het Hongaarse Sabaria geboren Martinus. Deze Martinus zou zich op tienjarige leeftijd tegen de wil van zijn ouders hebben aangemeld als doopleerling. Nadat het gezin naar het huidige Italië was verhuisd werd de vader van Martinus daar Romeins tribuun en nam Martinus zelf op zijn vijftiende jaar dienst in het Romeinse leger waarmee hij in Frankrijk belandde. Rond zijn twintigste jaar reed Martinus te paard bij een van de stadspoorten van de Franse stad Amiens, toen hij daar een in lompen gehulde bedelaar tegenkwam die het koud had. Martinus had zijn bezittingen allemaal aan de armen gegeven en daarom trok hij onverwijld zijn zwaard, sneed zijn rode mantel in tweeën en schonk een helft aan de bedelaar. Die nacht zou Martinus een visioen hebben gekregen waarin Jezus aan hem verscheen in de helft van zijn mantel. Martinus als duiveluitdrijver

Spoedig daarna liet Martinus zich dopen en vervolgens werd hij een monnik die bekend werd als duiveluitdrijver. Rondom zijn cel bouwden 80 monniken de hunne waardoor het klooster Marmoutiers ontstond. Met de andere monniken verspreidde de vroom en sober levende Martinus het christendom onder de Galliërs en in 372 werd hij bisschop van Tours waar hij op 11 november 397 werd begraven. Al spoedig werd Martinus om zijn liefdadigheid onder meer vereerd als patroon van de armen en bij uitbreiding van de kinderen. In Frankrijk werden na de eerste basiliek in de zesde eeuw nog talrijke kerken aan hem toegewijd en de verering verspreidde zich via Vlaanderen en Nederland tot diep in Duitsland. In Nederland nam de verering van St. Maarten vanuit de bisschopsstad Utrecht een hoge vlucht. In de stad Groningen werd de prachtige Martinitoren aan de heilige vernoemd en diverse woonplaatsen kregen zijn naam. Er kwam ook een twintigtal Sint Maartensparochies terwijl de heilige na de reformatie ook in protestantse gebieden in ere bleef wat mede kwam doordat zijn naamsgenoot Maarten Luther op 11 november was gedoopt.

Oorsprong Sint Maartensviering
De gedenkdag van Sint Maarten werd in de oudheid gevierd met het ontsteken van een vuur zoals dat nu nog wel door de oudere jeugd gebeurt in midden-Friesland, Limburg en het aangrenzende Duitse Rijnland. De vuren en fakkeloptochten dienden als afsluiting van de oogsttijd (nu nog gevierd op 3 november) en om boze geesten te verjagen. Ter ere van Sint Maarten vierden de boeren hun eigen Nieuwjaarsdag die ook wel schuddekorfsdag werd genoemd. Op die dag werd een mand met herfstvruchten boven een vuur gehangen die telkens werd geschud zodat vooral de arme kinderen konden grabbelen naar de geroosterde noten en vruchten. Het gebruik om de armen en de kinderen op Sint Maarten iets te geven werd nog bevorderd doordat 11 november viel op Vastenavond, voor het begin van de veertigdaagse vasten. Later gingen de kinderen met geschminkte of gemaskerde gezichten zingend langs de deuren met een kaarsje in een uitgeholde biet, koolraap of pompelmoes die eerst in de steden en later ook elders steeds vaker werd vervangen door een papieren lampionnetje, dat eerst door een kaarsje en later door een elektrisch lampje werd verlicht. De lichtjes herinneren mogelijk aan de kaarsen en graflichtjes van Allerheiligen (1 nov.) en Allerzielen (2 nov.) die tot de invoering van de Gregoriaanse kalender in 1582 nog samenvielen met het feest van St. Maarten.

Wat snoepgoed, fruit of geld als beloning voor het zingen
Als beloning voor hun gezang kregen de kinderen dan wat snoepgoed, fruit of ook wel geld. Aanvankelijk was het vooral een bezigheid van arme kinderen en ouders die het beter hadden zagen hun kinderen er liever niet aan deelnemen. In de jaren 1920 en ’30 kwam er meer waardering voor de volkscultuur zodat het Sint Maartenslopen als volksgebruik gekoesterd werd. Op veel plaatsen in Limburg en in de noordelijke provincies met als kerngebied Noord-Holland boven ’t IJ werden in de jaren 1950 en ’60 optochten georganiseerd met wedstrijdjes om de mooiste lampion. Zoals ook elders werden in Volendam van die optochten georganiseerd door het jeugdwerk terwijl de scène van de manteldeling door Sint Maarten te paard in samenwerking met de scholen werd opgevoerd tijdens een speciale kinderviering in de kerk. Terwijl de scholen nog immer tijd besteden aan de legendes rond Sint Maarten en de kerk verwijst naar het licht in het donker als symbool van de liefdadigheid verloopt het gebruik tegenwoordig in de meeste plaatsen weer op de authentieke wijze manier waarbij de kinderen de spanning beleven van wat hun zingen langs de deuren zal opleveren.
Wordt vervolgd.

Bestuur Volendams Museum en Oud Volendam

1 reactie

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • John je bent net als je grote vriend Timmermans, accepteren is lastig. Radicaal links hebben we de afgelopen jaren al gehad. GL eindigt net als D66 wanneer ga je dat beseffen. Ik had je hoger in geschat!