Naar de inhoud

De geschiedenis en het ontstaan van de Sint Maartensviering in Volendam (deel 2)

Bron: Volendams Museum en Oud Volendam

De geschiedenis en het ontstaan van de Sint Maartensviering in Volendam (deel 2)

Enkele traditionele Sint Maartenliedjes
Het feest van Sint Maarten viel vanaf midden 16de eeuw samen met vastenavond zodat men op 11 maart van oudsher beide soorten liederen zong en de teksten hier en daar met elkaar verweven raakten. Sommige van die teksten gaan terug tot de 17de eeuw, maar veel andere Sint Maartenliedjes zijn overgeleverd uit de eerste helft van de 19de eeuw. Behalve de relatie met Sint Maarten bevatten ze een oproep om de deur open te doen en de kinderen na het zingen van de St. Maartensliedjes te belonen met wat snoepgoed, fruit of een centje. De volgende tekst kwam veel voor in de Zaanstreek en Kennemerland en op Texel. Het liedje werd vooral door protestantse kinderen gezongen, maar fragmenten ervan kwamen terecht in weer andere liedjes die in Volendam en elders werden gezongen op de wijze van ‘Sinterklaas kapoentje’:

Sinter, Sinter Maarten,
De kalven dragen staarten,
De koeien dragen horens,
De kerken dragen torens,
De torens dragen klokken,
De meisjes dragen rokken,
De jongens dragen broeken,
Oude wijven schorteldoeken.

De speelse en vrijelijk rijmende teksten konden plaatselijk zeer verschillen en door de tijdgeest werden ze geleidelijk korter. Dierenliedjes verwezen naar Martinus als patroon van het vee en ook naar de naderende slachttijd en dat gold met name voor de koeienversie. De melodie leek sterk op die van het wijsje Sinte Maartensvogeltje en varianten ervan werden gevonden boven Amsterdam en in De Streek en de oudste uit Medemblik dateert van 1843.

Sinte Maarten had een koe,
Die moest naar de slager toe,
Was ie vet of was ie mager,
Hij moest naar de slager.

In Kennemerland, Groningen, Friesland en Terschelling was populair het in algemeen Nederlands en op de melodie van ‘O, wat zijn wij heden blij, ‘Sinterklaas is op het dak’ en ‘Daar was laatst een meisje loos’ gezongen wijsje:

Elf november is de dag
Dat mijn lichtje, dat mijn lichtje
Elf november is de dag
Dat mijn lichtje branden mag. Sint Maartenszingen voorbehouden aan arme kinderen

Het volgende liedje werd in de nodige varianten aangetroffen in Friesland, Groningen, Twente, Gelderland en in het zuiden (o.a. Venlo), maar ook op Terschelling, in de Kop van Noord-Holland, Kennemerland en in Marken en Volendam was het bekend.

Sinte Martens veugeltje,
Rood, rood reugeltje,
Rood, rood rokje aan,
Dat is Sinte Maartensman.

De volgende tekst werd eerst voornamelijk gezongen in het noorden van het land en met name in Groningen en Drente. Mogelijk kreeg het lied vanaf de jaren 1920 –’30 een grotere verspreiding omdat men de traditie van het Sint Maartenszingen te sterk vond voorbehouden aan arme kinderen. Behalve in De Streek werd de volgende Groningse versie populair in Volendam, waar het in de jaren 1950 na het versje van Sinte Martes veugeltje werd gezongen en werd gevolgd door het fragment De rommelpot staat open enz. .

Sint Martinus bisschop,
Komt van alle landen,
Dat we hier met lichies loopen, Is voor ons geen schande.

Uit de Zaanstreek en elders zijn de volgende regels bekend: ‘Sint Maarten is zo koud, Geef ‘m een turfje of een hout’, wat mogelijk een verwijzing is naar de verkleumde bedelaar aan wie Sint Maarten zijn halve mantel afstond. In het 19de eeuwse Noord-Nederland met inbegrip van Amsterdam klonk het uitnodigende lied van ‘Hier woont een rijk man, Die veul geven kan enz.’. Daarnaast waren er met name in de Streek en de kop van Noord-Holland verscheidene – ook wel heftige - scheldliedjes in gebruik over gierige lieden die niets gaven zoals: ‘Hier woont een kikkerbil, die niks geven wil’ en de volgende Zaanse tekst: ‘Een zakje met zemelen, Een zakje met kruit, Hier hangt een gierigen Duivel uit’, wat ook gezongen werd in Amsterdam, Drente en Limburg.

Meer oude Sint Maartenliedjes uit Volendam
Volendammer bedevaartgangers brachten kleurige lampions mee uit Kevelaar. Van de meeste liedjes bestaan overal in het land varianten wat mede wordt veroorzaakt door de verwijzingen naar plaatselijke situaties en gebruiken. Ook werden er wel fragmenten van wiegeliedjes en andere kinderversjes in de teksten verwerkt. In 1895 heeft de folklorist R. W. P. de Vries Jr. een uitvoerig artikel gepubliceerd over Volendam, waarin hij een gedetailleerde en lyrische beschrijving geeft van de Volendamse klederdracht en een aantal Sint Maartensliedjes de revue laat passeren. Sprekend over de jaarlijkse bedevaart van de Volendammers naar Kevelaar schrijft de Vries: “Een feest is het als zij tegen den avond hiervan terugkeeren en in optocht met kleurige lampions langs het Edammerpad loopen, om in het dorp, aan eigen haard hun wedervaren te kunnen vertellen; dagen daarna zien we de kinderen dan nog met die lampions langs den dijk en worden ze ten slotte opgeborgen en bewaard als herinneringen om met St. Maarten weer voor den dag te komen en onder het zingen van de Sint Maartenliederen in vreugde door hen te worden rondgedragen”. Hier volgen de liedteksten die de heer de Vries in 1895 uit de mond van de Volendamse kinderen noteerde. Ter verduidelijking zijn enkele verklarende noten toegevoegd. In tegenstelling tot wat wel is beweerd werden de liedjes op plaatselijke eigenaardigheden (zoals het weglaten van de h) na grotendeels in het Nederlands gezongen. De verklaring van het volgende Sint Maartenvogelliedje als een verwijzing naar de roodbevlekte bonte specht wordt onder meer bestreden omdat ook de ijsvogel en zelfs de kiekendief als St. Maartensvogel worden aangezien. Overigens worden ook in de provincie Groningen en elders vogelliedjes gezongen, maar dan heet de vogel niet naar St. Maarten en hij heeft een blauw sterretje. Sommige bronnen geven een lampion in de vorm van een vogel als mogelijk verband aan, maar het lied kan ook wel eens verwijzen naar de beeltenis van Sint Maarten als Romeins officier, die een helm met een vurige hanenkam droeg en een rode wapenrok. Door de ‘regel’ vuurrode hanenkammen op de helm en de rode wapenrok zouden de kinderen Sint Maarten hebben kunnen aanzien voor een vogel (als stijlvorm noemt men dit pars pro toto ofwel deel voor het geheel) of ‘veugeltje’ is eenvoudigweg een rijmwoordje dat past bij ‘reugeltje’.

Sinte Martes veugeltje
Met een rood, rood reugeltje
En een rood, rood rokkie an
Dat is Sint Martinusman.

Wordt vervolgd.

Bestuur Volendams Museum en Oud Volendam

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.