Mijn naam is........
Mijn naam is........
Kees Sier. Mijn adres is bij de redactie bekend. Het was een leuk spelletje vroeger: wie van de drie? Maar wie een telefoonboek openslaat vindt al gauw zo’n vijfentwintig Sierpersonen waarvan de voorletter met een K of C begint. Een van hen belde, nota bene van zijn vakantieadres, om me te laten weten dat hij het in ieder geval niet was. Wie was dan wel die onbekende Kees Sier die in de NIVO van vorige week zich afvroeg -wie ik wel dacht dat ik was-? Hebt u het bij de redactie nagevraagd? Ik niet, want ik ken hem wel. Kees Sier uit Edam, prominent VVD-lid en, met zijn eigen agenda, tot over zijn oren betrokken bij de groep Brinkkemper.
Kees is een insider. Dus weet hij donders goed dat de woorden die ik de laatste keer gespendeerd heb aan de museumcrisis, gedekt zijn door documenten afkomstig van beide betrokken partijen. Verder kan hij weten dat ik voldoende informatie uit beide kampen heb gekregen om redelijk te kunnen weten wat er boven én onder de tafel speelt. Zijn verwijt dat ik me eenzijdig laat informeren is daarom wat demagogisch.
Ik heb geen lange tenen. Als stukjesschrijver kun je je die niet permitteren. Ik kan dan ook geen bezwaar hebben tegen pittige reacties. De reden om er toch op te reageren is dezelfde als die mij bewoog om me met de museumcrisis te bemoeien. Uit een crisis kan wat goeds voort komen. Bij deze crisis heb ik daar een hard hoofd in. Hij is gewoon verkeerd begonnen. De stukjes Schande1 en Schande2 waarmee de groep Brinkkemper de crisis creëerde, hadden een valse, onzuivere toon. De verontwaardiging over het democratische gehalte was hooguit een schamele bedekking voor rancune en persoonlijke agenda’s. De verontwaardiging was niet meer dan een vertoning om u te bewegen hen te helpen om de macht over te nemen. Het is ze niet gelukt. Dat heb ik ze voorspeld. De kantonrechter heeft er een stokje voor gestoken. Dat was niet zo vreemd. Als je, zoals een aantal leden van de groep Brinkkemper, je tientallen jaren niet verzet tegen de gegroeide gang van zaken, ben je er medeschuldig aan. Als dan ineens je persoonlijke belangen anders komen te liggen, is het opportunisme wanneer je roept dat het zittende bestuur, en hun voorzitter voorop, een ondemocratische dictatuur wil vestigen.
Dat mag ik van Kees Sier allemaal niet zeggen. Maar dat opportunisme, die valse vlag, is juist een reden voor mij om het wel te doen. Opportunisme trekt alleen maar opportunisten aan en daarmee wordt zo’n zaak al ras nog onzindelijker dan hij al was.
Hebben sommige leden van de groep Brinkkemper dan geen recht op onze hoogachting, waartoe Kees Sier ons oproept? Dat geeft me de gelegenheid om iets recht te zetten. De drie door hem genoemde personen hebben absoluut hun verdiensten voor de gemeenschap. Ik zal dat niet onder stoelen of banken steken. Maar zijn het daarom heiligen die nooit iets te verwijten valt of die je niets verwijten mag? Natuurlijk niet. Het zijn gewone mensen zoals u en ik. Mensen met sterke en met zwakke kanten. De zwakke kant die ik ze overkoepelend verwijt, is dat ze, door gebrek aan zelfkritiek, blinde vlekken hebben ontwikkeld. Daarin worden ze door hun omgeving bevestigd. Ze zijn daardoor niet meer in staat om hun eigen handelen in het juiste perspectief te zien. Dan zijn het al gauw alleen de anderen die fout zitten. Maar die waarneming deugt niet. Zoiets overkomt ons allemaal wel eens. Het wordt pas erg als je daar, nadat je er op bent gewezen, in volhardt.
Het zittende bestuur heeft meer zelfkritiek getoond. Ze heeft erkend dat de Vereniging Oud Volendam niet de aandacht heeft gekregen die ze verdient. Als gevolg daarvan hebben ze de vereniging meerdere keren op een presenteerblaadje ter overname aangeboden. De groep Brinkkemper heeft dat hooghartig geweigerd. Eigenlijk wilden ze ook liever doorgaan met procederen dan de nu opgelegde bemiddeling aanvaarden . Procederen ten laste van door donateurs/leden bij elkaar gebracht geld. Geld waarover ze niet eens kunnen beschikken. Ze hebben daarvoor ook geen mandaat gekregen tijdens die onwettige ledenvergadering. Dat mandaat hebben ze zichzelf toegekend. De ‘voorvechters’ van democratisch functioneren, hebben zelf van democratie weinig kaas gegeten.
Wat mij betreft moeten ze er dan ook van weerhouden worden om nog verdere proceskosten te veroorzaken waarvoor de rekening bij anderen wordt neergelegd. Ook ik heb mijn eigen agenda in deze zaak. Die heb ik u vanaf het begin laten zien. Ik denk dat Volendam sterk behoefte heeft aan een actieve Vereniging Oud Volendam met veel leden.
Maar geen vereniging die zich alleen maar toelegt op archiefduiken en hullen verzamelen. Er is bovenal behoefte aan een actieve vereniging die zich met groot enthousiasme inzet voor het behoud van de zichtbare geschiedenis. Voor het architectonische erfgoed en voor de aanwezige natuurwaarden. Dat is niet alleen in het belang van de toekomst en de identiteit van de eigen gemeenschap. In het verlengde daarvan is het ook van belang om het dorp aantrekkelijker te maken voor toeristen. Als Kees Sier mij vraagt wie ik denk dat ik wel ben, heb ik die vraag in het voorgaande voldoende beantwoord.
Hij zou die vraag beter kunnen stellen aan de mensen die de vereniging zo ongeveer op een presenteerblaadje aangeboden hebben gekregen en dat gebaar hooghartig hebben afgewezen. Omdat het niet voldeed aan hun persoonlijke agenda’s en ambities. Aan zulke mensen kunnen we zo’n vereniging dan ook maar beter niet toevertrouwen.
Het lijkt me beter dat een frisse, enthousiaste, onbelaste ploeg die vereniging gaat leiden en de gemeenschap opwekt om het zichtbare verleden voor verdwijning te behoeden. Die er voor gaat om het nog aanwezige erfgoed tegen verdere aantasting te beschermen.
Peter Louter
www.louterlink.web-log.nl