De geschiedenis en het ontstaan van de Sint Maartensviering in Volendam (deel 3)
Bron: Volendams Museum en Oud Volendam
De geschiedenis en het ontstaan van de Sint Maartensviering in Volendam (deel 3)
In de vorige twee delen over het ontstaan en de geschiedenis van de Sint Maartenviering in Volendam heeft u een indruk gekregen over een historisch gebeuren dat al vele eeuwen als een traditioneel kinderfeest nog steeds gevierd wordt. Niet alleen in Volendam maar zoals blijkt uit historisch speurwerk van de werkgroep Folklore van de vereniging Oud Volendam en het Volendams Museum in vele plaatsen in Nederland. Op 11 november gaan onze kinderen net zoals vroeger langs de deuren en zingen meestal het bekende Sint Maartenliedje:
Sinte Martes veugeltje,
Met een rood, rood reugeltje,
En een rood, rood rokkie an,
Dat is Sint Martinusman.
Sinte Martes veugeltje, Met een rood, rood reugeltje. |
De uitdrukking ‘turf in de murf’ betekent turfmolm waarop werd gekookt voor de armen. De onbekende klokkenluider Steven herinnert mogelijk aan de kosters die geld inzamelden voor de armen en voor het rijmwoord ‘stompen’ leest men elders muilen. De dronken buurman kan verwijzen naar de door volwassenen gevierde vastenavond. In 1962 ontdekte men in Marken en Oosterleek de regels ‘Sinter Maarten had een koe, die komt allerheiligen toe’ als toevoeging van het versje ‘Sinter Maarten veugeltje’. In het nu volgende Volendamse ‘turf in de murref’–lied zijn fragmenten van drie andere St. Maartenliedjes verwerkt (nl. regels 1 en 4, 2 en 3, en de laatste 4). Het zijn voorbeelden van het aaneenrijgen van teksten uit verschillende liedjes tot onlogische kettingrijmen die niettemin tot de volkspoëzie behoren.
Sinter Maarten heeft een koe
Die komt allen Heiligen toe.
Aller Heiligen heeft geslagen, Is ie vet of is ie mager. Turf in de murref. In den maneschijn Hoog op klompen, laag op stompen, (Ook: Hoge plomp, lage stomp) Bessie me Griet, ken je me niet? (In Alkmaar: zeg het niet) Buurman die is dronken Wie heeft buurman dronken gemaakt? Steven van de klokken, Meisjes dragen rokken, Mannen dragen broeken, Ouwe wijven schurteldoe-oeken.
In veel Sint Maarten-liedjes wordt verwezen naar de zogenaamde rommelpot. De rommelpot of foekepot was een bloempot of een Keulse pot, die door de kinderen werd bespannen met een varkensblaas in het midden waarvan een rietje werd gestoken dat vochtig gemaakt en met de hand gedraaid de blaas in trilling bracht waardoor een brommend geluid werd veroorzaakt. De rommelpot diende tevens om er met Sint Maarten geld in te verzamelen hetgeen blijkt uit enkele overgeleverde teksten. Zo zong men in Friesland: “Geef mi wat in m’n rommelpot” en het volgende bedelliedje - waarvan de melodie bekend is – stamt uit het Schokland van voor de ontruiming in 1859:
Kew al zoo lang met de rommelpot eloopen,
Kew gien geld om brood te kopen,
Rommelpotterij, Rommelpotterij,
Geef m’n oortjen, dan geam ik voorbij.
“Datte we hier met lichies lope....” gezongen doorWim,Marisa en André |
In Volendam komt de rommelpot in de volgende twee liedjes aan bod.
De rommelpot staat open,
Gooi er maar een centje in,
Open, open, open.
Bij het hierna volgende in 1895 door hem genoteerde lied vermeldt de Vries het volgende: “Zoo leven in Volendam de oude gebruiken nog voort. Daar ziet men tegen vastenavond de kinderen nog met den ‘rommelpot’ langs de huizen trekken en hoort men hun vastenavondzang”. Dit vastenavondlied is in andere vorm in Baarn, Zutphen en Twente aangetroffen maar de meest gave tekst is afkomstig uit Volendam. Uit de tekst blijkt dat de kinderen hun vastenavondzang begeleidden op de rommelpot terwijl het op vastenavond voor de meisjes kennelijk van belang was om goed voor de dag te komen bij de vrijers. Het Volendamse lied heeft de melodie (en een deel van de tekst) van het 17de eeuwse lied ‘Vasten-avont’.
Vastenavond die komt aan
Dan gaan wij voor den spiegel staan
Kijken we hier, kijken we daar,
Kijken we rom, dom diere.
Vrouwtje zet je nachtklepje op,
De vrijer zal niet komen;
Komt ie dan vanavond niet,
Dan lig je in zijn armen niet.
Dan komt Floris Jansen,
Die zal op de rommelpot spelen,
En de gek zal leeren dansen.
En tegen de tijd dat de rietpluimen rijp zijn klinkt de volgende wijs. Van de rietpluimen die groeiden op het Slobbeland werden de wortels (in dialect ‘sluiken’ genoemd) wel in stroop en azijn gedoopt en opgegeten. Als ze tegen Sint Maarten geplukt werden probeerden de oudere kinderen de ‘skèrrebossen’ ofwel scharbossen (bossen hakhout of rietstengels voor de kachel) aan de man te brengen voor een extra centje.
Wie mot er skerreboozen koopen?
‘k Heb met mijn voeten door ’t water loopen.
Achter ’t veld,
Tien voor ’n speld,
(H)onderd voor een duit,
‘k Loop er de (h)eele stad mee uit.
In zijn boek ‘Volendam, leven en lied’ vermeldt de letterkundige en folklorist B. W. E. Veurman nog een bijzonderheid over het door hem in 1958 in Volendam opgetekende lied ‘En daar reed erres een heer…’. Terwijl het in West-Friesland doorging voor een pinksterblomlied diende het met een geheel eigen melodie in Volendam als vastenavondlied.
Aan het eind van zijn in 1895 geschreven artikel betreurt onderzoeker de Vries het dat sommige Volendammers zich al in burgertenue steken terwijl de Volendamse dienstboden die in de stad werken hun “kletje en kraleb” verwisselen voor een katoenen jurk die “dezen stand kenmerkt”. Hij vindt het jammer dat de St. Maartenversjes verdrongen worden door andere liedjes en door de kermisdeunen die door straatzangers aan de man worden gebracht. Er is inderdaad zo’n algemene kermisdeun uit 1902 bewaard gebleven, maar daarnaast ook een eigen kermisnummer uit 1905. De hierboven afgedrukte St. Maartenliederen werden tot de tweede wereldoorlog in Volendam gezongen en sommige tot op de dag van vandaag. Het Sint Maartenszingen leeft nog altijd al zijn de teksten over het algemeen wel korter geworden. In 1997 bleek Sint Maarten in Groningen, Friesland, Noord-Holland en Limburg volop gevierd te worden, terwijl met name in de provincies Drente en Noord-Brabant de vieringen bleken te zijn toegenomen. De viering van Sint Maarten vormt voor scholen, kerk en ouders en vooral voor de kinderen een dankbare en waardevolle traditie die ook in 21e eeuw een vaste plaats blijft verdienen.
Met dank aan werkgroep Folklore
Bronnen:
1. Nationale Kleederdrachten (Volendam) door R. W.P. de Vries Jr, 1895
2. Het Vaderland, serie over Sint Maarten v.a. 2 december 1934.
3. Sint Maarten in West-Friesland door P.J. Meertens, 1941
4. Het Sint-Maartenszingen in Noord-Holland door M.J. Francken, 1963
5. Volendam, leven en lied door B. Veurman, 1968.
6. Nederlandsche baker- en kinderrijmen, repr. door B.W.E. Veurman, 1974
7. Nederlandse volksliederen oud en nieuw door S. Smaling, 1978
8. Jaarboek 1983 Volendams Museum.
Bestuur Volendams Museum en Oud Volendam