Naar de inhoud

Franse historicus beschrijft Volendam anno 1905 in museumjaarboek 2005

Bron: Volendams Museum en Oud Volendam

Franse historicus beschrijft Volendam anno 1905 in museumjaarboek 2005

Woord vooraf
Toen een Franse historicus honderd jaar geleden met pen en camera gewapend een bezoek bracht aan Volendam was het voor de visserij geen al te beste periode. Door de overbevisssing op de Zuiderzee en de opkomende stoomvaart op de Noordzee voeren veel vissersknechten noodgedwongen op de logger en de grote vaart. De Franse onderzoeker schetst niettemin een levendig beeld van een Volendam waar de was overal hangt te wapperen in de wind en de visserlui op hun gemak lopen te flaneren op de dijk. Uitvoerig weidt hij uit over de haringvangst als bron van Holland’s welvaart en opmerkelijk is zijn beschrijving van het vissersleven met die raadselachtige passage over een zekere Hans Ouderke, die met zijn logger helemaal naar Indië en Californië zou zijn gevaren. Het lijkt wel te gaan over een Volendamse Columbus, maar wellicht was hij toch een beetje te goedgelovig. Interessant is het vervolg over de visvangst op de Zuiderzee en het daarop volgende veilen en vervoeren van de vis met hondenkarren naar de ‘naburige steden’. De schrijver is blijkbaar geen getuige geweest van de ventersboot die elke dag met verse vis van en naar Amsterdam voer en die in het goede ansjovisjaar 1906 concurrentie zou krijgen van de stoomtram die over het breedspoor via Kwadijk eveneens met vis op Amsterdam reed. Leuk is tenslotte het ooggetuige-verslag van een tochtje met de trambotter van Dirk de Waart, die met de eerste Marken-Express destijds passagiers vervoerde van Monnickendam naar Marken.

Wasdag in Volendam: De was droogt voor de deur
Als men visschers wil vinden, moet men ze niet in Zeeland zoeken, ondanks de drukte in Vlissingen. Men neme liever de boot, doe Kortgene, Stavenisse en Zierikzee aan en ga van Rotterdam over den Haag, Haarlem en Amsterdam, kalmpjes naar Volendam aan de kust der Zuiderzee; dat is de goede manier. Volendam is langs den straatweg 16 K.M. van Amsterdam verwijderd. Het is een punt van bijeenkomst van schilders uit alle landen, die zich van het havenstadje hebben meester gemaakt, om er hun kunstproducten aan te ontleenen. De kleederdrachten, de menschen en de huizen zijn alle geschikt om een kunstenaarsoog, dat het schilderachtige liefheeft, te boeien. De huizen, die door elkander gebouwd zijn langs de pier, omgeven meertjes en binnenzeeën, kanalen, plassen en slooten, waar ze hun steunpilaren in drijven. Door het vettige water, zwaar en vuil van afval en allerlei ander ontuig, duikelen luidruchtige, onbeschaamde, vraatzuchtige eenden; zij proesten en snuiven, zonder zich te storen aan de schuiten en bootjes, waarmee de kooplieden de nabijzijnde dorpen bezoeken. In de verte is de grijze, vlakke, nevelige horizon versierd met molens, die hun vluggewiekte kruisen zwaaien, en met zilveren linten van kanalen. Op waschdagen wapperen linnengoed en veelkleurige bovenkleeren overal in den wind; de huizen zijn er mee gedrapeerd, reeksen palen behangt men er mee, en alles bolt en klatert, alsof het vlaggen waren. Volendam is eerst echt Volendam bij stormachtige lucht en op waschdag.
Volendammer is het liefst in de buitenlucht

Ieder is buiten. In tegenstelling met gewone steden, waar men alleen bij noodzaak uitgaat, wordt er hier met pleizier gewandeld, zooals in alle visschersplaatsen. Er wordt namelijk door de mannen tusschen twee vischperioden het gemakkelijke, kalme leven geleid van een solied rentenier. Ze zitten te praten of loopen op klompen rond, slap en lui, tot de klok van den afslag hen roept en, als het ware, verzamelen blaast. In zijn buitensporig wijde broek, zijn buis en das en bontmuts, heeft de visscher uit Volendam iets aparts, dat niet te beschrijven is.

Volendammer heeft iets van een Rus en een Laplander, maar toont zich Hollander
Hij heeft iets van een Rus en een Laplander, maar toont zich Hollander door de duizenderlei kleine eigenaardigheden van zijn houding en bewegingen en woorden. Buiten de tijden, waarop hij op de Zuiderzee zwalkt, met zijn netten werkend in de nog al kalme golven, is er weinig verscheidenheid in zijn werk. Zijn langzaamheid is een gewoonte. Hij flaneert altijd; dat zegt alles. Hij heeft niet, als menschen uit andere deelen van het land, kleine zorgen voor zijn tuintje, voor den oogst of voor zijn industrie, en de vrouwen kunnen het huiswerk best af. Hij flaneert dus maar, of maakt zonder haast zijn aas voor ’t visschen in orde en zijn netten; hij hurkt in de zon neer met zijn vrienden, om welbehagelijk te rooken, of zit met zijn massieve zwaarte op de steenen pieren en zware houten beschoeiingen, die over de zee zijn uitgebouwd door zijn gestorven voorvaderen. Toch is hij bezig, maar in volslagen kalmte en geniet genoegelijk de rust der stille uren.

Wordt vervolgd
Bestuur Volendams Museum en Oud Volendam

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.