Voor Felix
Voor Felix
Ik kwam je grootvader tegen. Samen stonden we in het rijtje voor kassa 5. Er hing een onrustige aura om hem heen die met iedere hartslag leek te pulseren. Achter het blokje van onze boodschappen, legde hij een pakje boter, twee rollen beschuit en twee pak muisjes op de rolband. Mijn vrouw had nog geen seconde nodig om de onrustige aura bij de boodschappen op te tellen. “Een blijde gebeurtenis?”, vroeg ze bijdehand. En omdat de klant voor ons nog lang niet klaar was, raakten we aan de praat. Zo kwamen we te weten dat je Felix heette, “geschenk van God”, zoals je grootvader verduidelijkte.
Ik herkende zijn toestand. Overdonderd door het wonder. Hij had eigenlijk behoefte om de tijd even stil te zetten, zodat de betekenis van het gebeurde langzaam bezit van hem kon nemen. Maar nu was hij er op uitgestuurd om de ingrediënten voor een traditionele tractie te halen. Aan zijn haast en onrust te zien, was hij liever bij je in de buurt gebleven om dit wonder zich in hem te laten kristalliseren en emotioneel om te zetten in grootvaderschap. Eigenlijk hetzelfde proces waardoor de twee mensen die het meest naar je hebben uitgezien, je vader en moeder worden. De indrukwekkendheid van je geboorte en je grote kwetsbaarheid zullen hen voor altijd veranderen.
Zonder dat je het beseft, terwijl je er nog maar nauwelijks bent, heb je al heel wat in beweging en beroering gebracht. Na de boodschappen dronken wij koffie met goede vrienden, grootouders, net als wijzelf. Bij die koffie werd je het onderwerp van gesprek en aanleiding voor een aantal beschouwingen.
We identificeerden ons met je grootvader, vertelden elkaar (zoals we vaak doen) hoe we van het grootouderschap genoten en jouw grootvader datzelfde toewensten. Vriend, een vuttende onderwijzer, signaleerde de veranderende verhoudingen tussen grootouders en hun kleinkinderen. In zijn algemeenheid zijn die veel meer betrokken op elkaar dan dat bij voorgaande generaties het geval is geweest. We vroegen ons af of dit zichtbare gevolgen zal hebben voor je opvoeding en ontwikkeling. Met betrokken grootouders zul je denk ik heel wat meer liefde en aandacht krijgen dan de gemiddelde grootouder zelf heeft ontvangen. Dat kan nooit slecht zijn, zelfs niet als ze je verwennen.
De ernstigste vraag die tijdens de koffie op tafel kwam, was de bezorgde vraag hoe je opvoeding er uit zou moeten zien. Natuurlijk niet in jouw speciale geval, maar voor kinderen die in deze verwarrende tijd geboren worden. Moeten we jullie mentaal harden, zodat jullie later mensen worden die de kaas niet van hun brood laten eten? En als bezorgde grootouders wezen we elkaar op een zich ontwikkelende samenleving waarin concurrentie op alle niveaus het belangrijkste overlevingsmechanisme is. Moeten we jullie leren voor jezelf op te komen en iedereen als concurrent te zien? Het stond ons tegen, net zo als de toenemende concurrentie in de samenleving ons tegenstaat. De concurrentie om aandacht, de concurrentie om de slimste te zijn, de concurrentie om de knapste te zijn, de concurrentie om de goede banen, het mooiste huis en wat al niet meer. We kwamen er wel uit, al bleef de onzekerheid hangen.
Als geen anderen weten grootouders dat een harmonieus leven het hoogst bereikbare is. Dat samen kunnen leven met anderen alle verlangens vervult. Dat goed in je vel zitten betekent dat je nooit ergens tekort aan zult hebben. Misschien klinkt dat heel burgerlijk, maar dat moet dan maar. We werden het er over eens. Je moet gehard worden.
Niet om anderen te kunnen verslaan of er voor te zorgen dat de kaas niet van je brood wordt gegeten. We moeten er voor zorgen dat je jezelf kunt blijven. Zodat je doorziet dat de meeste glinstering niet meer dan schone schijn is. Dat er maar een paar uitdagingen de moeite waard zijn. Dat het de moeite waard is om eerlijk te zijn. Dat het de moeite waard is om gezond te leven. Dat alles wat je belangeloos geeft, altijd naar je terugkeert. Dat het niet gaat om wat je hebt, maar om wat je bent. Dat iedere medaille twee kanten heeft.
Je ziet het Felix, ouders en grootouders halen zich van alles in het hoofd. Ik heb een (beetje ondeugend) grootvaderlijk advies. Trek je er niet al te veel van aan. Leer vooral van onze fouten, ook van die we niet toe willen geven. Het zijn bakens op jouw weg.
We kennen elkaar niet. Dat geeft ook niet. Ik wilde je alleen laten weten dat jouw geboorte ook bij ons wat teweeg heeft gebracht.
Ik wens je alle goeds toe dat de wereld jou kan geven.
Peter Louter