Naar de inhoud

Drugsverslaafde en voormalige voetbalbelofte Peter Bakker halverwege zijn programma in Emilie Hoeve

Bron: NIVO

Drugsverslaafde en voormalige voetbalbelofte Peter Bakker halverwege zijn programma in Emilie Hoeve

Overleven…
De Kracht van Volendam en het Leed van onze gemeente. Ze liggen ver uit elkaar, maar trekken samen op. Met name Volendam gold vroeger als een dorp waar niet altijd ruimte en tijd was voor uitingen van emotie en gevoel. Tegenwoordig doet die stelling nog steeds opgeld. De Nieuwjaarsbrand trok veel oude littekens open en veroorzaakte veel nieuwe wonden. In een serie verhalen, over uiteenlopende gebeurtenissen, geeft de Nivo ruimte aan Kracht en Leed, waar of wanneer dan ook ontstaan. Ieder heeft een eigen verhaal en worstelt daarmee, op zijn of haar eigen manier. Een kwestie van overleven… Verhalen over leven…

‘Praten over je gevoel stond voor mij gelijk aan een zwakkeling zijn’
Hij liep stage bij PSV, had de potentie om als spits uit te groeien tot een groot voetballer. Peter Bakker zal echter een eeuwig talent blijven. Zijn ‘carrière’ belandde vroegtijdig op een dood spoor, barkeeper Bakker zelf ook. ,,Ik was The King, de populaire jongen, dat was voor mij belangrijk.” Achter zijn facade zat een door onzekerheid gekwelde jongen. De drugs maskeerden dat, maar zouden Peter Bakker uiteindelijk weer ontmaskeren. Hij maakte zichzelf impopulair. Vier dagen cel maakten hem helder hulp te gaan zoeken. Inmiddels is de 27-jarige Volendammer halverwege het afkickprogramma in de Haagse Emilie Hoeve. Een half jaar nadat onze verslaggever Eddy Veerman Theo Sier opzocht, toog hij er weer heen om het verhaal van Bakker op te pennen. Inmiddels zitten er vier Volendammers in de kliniek in Kijkduin en is de vijfde in aantocht. ,,Ze willen hier de échte Peter Bakker leren kennen.”

Enkele weken geleden werd hij naar huis gestuurd en kreeg een zogeheten time-out. Bakker verliet stiekem ‘het huis’ van de Emilie Hoeve om shoarma te gaan eten met een andere ‘bewoner’. ,,Je overtreedt de regels. Die andere jongen kwam in de keuze-tijd terecht. Dat kreeg ik na terugkomst uit Volendam nog eens voor m’n kiezen. In die tijd moet je keuzes gaan maken en met argumenten komen waaróm je doorgaat met het programma. Gedurende die week van keuze-tijd moet je echter allerlei klusjes opknappen; sta je in je eentje in het bos te harken bijvoorbeeld.” In Volendam zocht hij bekenden op, ook uit de drugsscene. ,,Om een vriend, die ook wil stoppen, te helpen en schulden af te betalen. Ik ben klaar met de drugs, maar moet ook klaar zijn met drank, want dat kan ertoe leiden dat je toch weer drugs gaat gebruiken. In die twee weken ‘Volendam’ merkte ik dat er oprechte interesse was bij mensen. Dat deed me goed. M’n moeder schoot natuurlijk in de stress toen ik vertelde wat ik uitgespookt had en dat ik voor twee weken terugkwam. Maar ik ben in korte tijd een heel ander mens geworden, hoewel ik besef dat niet iedereen dat meteen gelooft als het uit mijn mond komt.”

Onschuldig
Zijn wereldje was zo klein geworden, toen hij het dorp vijf maanden geleden verliet. ,,Net als voor velen begon het gebruik – nog ver voor de ramp – in De Blokhut-tijd. Daarna kreeg ik wat andere vrienden en kwam ik steeds op een tweede uitgaansdag in ‘t Vraagteken terecht, waar we ook gingen gebruiken. Naast de zaterdag en vrijdag ging ik later ook op een donderdag een ritje rijden door Volendam en nam een snuif… Als ik er nu bij nadenk… Het leek zo onschuldig, maar je ziet niet dat het erin sluipt, die verslaving. Ik liet steeds vaker een werkdag schieten en ging van baas naar baas.”

,,Vervolgens kreeg ik een vaste baan in de Wir War Bar. Daar was ik op m’n stek. Ik was populair bij de klanten, kocht mooie kleren en verdoezelde mijn witte gezichtje door zonnebankjes te nemen. Iedereen wist dat ik gebruikte, maar als ik lekker gek deed, werd het door iedereen geaccepteerd. Ik liet het niemand zien dat ik me ondertussen erg onzeker voelde. Daar lag ook een oorzaak voor m’n gedrag om me groter voor te doen dan ik was. Ik dacht dat ik nog de macht had over mijn gebruik: twee dagen wel, vijf dagen niet snuiven.”
,,Het klinkt raar, maar ik voelde me The King in die bar. Had altijd meiden om me heen, vrienden zat, ik had status en dat was voor mij belangrijk. Eigenaar Jan Veerman wilde iets met me in de toekomst, maar waarschuwde me voor de drugs. Hij wist dat ik gebruikte en zei: ‘Niet doen Peter’. Ik wuifde alles weg. Hoe ellendig ik me ook vaak voelde, ik liet niemand door dat ‘dunne laagje buitenkant’ komen.”

,,Dat was Peter Bakker van toen. Hier willen ze de échte Peter Bakker leren kennen. Ik heb hier leerdoelen: ik moet mezelf belangrijk maken op een andere manier. Ik stemde altijd overal mee in, viel altijd gemakkelijk over te halen. Toen ik terugkwam in de Emilie Hoeve, na die straf van twee weken, scholden ze me hier de huid vol. Ik had moeite met dat geschreeuw. Stond ik op het punt m’n tassen weer mee te nemen naar Volendam. Ik dacht dat ik het wel weer kon redden. Dacht: wat moeten jullie nou? Zoek het lekker zelf effe uit. Dat was weer dat haantjesgedrag van vroeger. Je mag niet zomaar uit de groep weglopen, dus toen ik me weer omdraaide moest ik mijn excuses aanbieden. Ik ben er natuurlijk nog lang niet. Later hadden we met een paar gasten een klaagmoment. Over het huis. Sta je met je gezicht naar de muur te kijken. Ik had eigenlijk niet zoveel te klagen. Besefte eigenlijk dat het een voorrecht is om dit programma te mogen volgen.”

,,Ik heb ook al een paar keer in de groep gezegd dat ik geen levensverhaal heb. Anderen komen met allerlei dingen van vroeger. Kreeg ik de vraag waar ik mee zat? Zei ik dat ze dat beter niet aan mij konden vragen. Dat ik te weinig naar de kapper kon en dat ik geen mooie nieuwe kleren meer had. Vroeger kreeg ik alles wat ik wilde hebben. Dat is jammer voor mezelf geweest. Mijn ouders zijn normale hardwerkende mensen, maar deden alles voor me. M’n vader gaf me steeds geld als ik er om vroeg. Verschrikkelijk dat ik daar zo mee omgegaan ben.”

Startersbegeleider
,,Ze hebben me hier startersbegeleider gemaakt. Verslaafde jongeren die binnenkomen, moet ik vermaken, maar ook begeleiden bij allerlei zaken. Dat geeft dus verantwoordelijkheid. Terwijl ik ook m’n eigen programma heb. Laatst gingen we naar de gevangenis en werd mij verteld dat ik de groep starters moest uitleggen waarom ze aan deze kant moeten blijven, in plaats van achter die tralies. Ik stond behoorlijk te trillen. Wat moest ik zeggen? Komt die onzekerheid weer boven. Dat kon ik voorheen verdonkeremanen door een snuifje te nemen.”
,,Zelfs toen ik bij PSV op stage mocht, deed ik het. Ongelofelijk. In Volendam had ik de naam dat ik altijd scoorde, dus elke wedstrijd werden er twee doelpunten van me verwacht. Die druk die anderen me oplegden, legde ik mezelf ook op. Ik moest het perfect doen, want ik ben niet gemakkelijk voor mezelf. Toen dat steeds vaker mislukte, was er één uitweg, die van de minste weerstand: stoppen. Ik liet me toen al verwaarlozen door de drugs. Kreeg ik de kans om met de selectie van PSV mee te trainen onder Dick Advocaat en Ernie Brandts, de huidige trainer van FC Volendam. ’s Avonds had ik gesnoven, zat ik ’s morgens in elkaar gekrompen in het busje naar Eindhoven. Dat hield natuurlijk geen stand. Bij Racing Genk stopte ik na drie dagen al en bij TOP Oss deed ik alsof mijn knie pijn deed. M’n vader maar op en neer rijden. Ik nam iedereen in de maling.”

,,Zelfs als ik een supergevoel aan een training had overgehouden, moest ik ’s avonds toch weer een pakkie coke halen. Ik had altijd bij me, daar ging het om, dat was voldoende. Ik snoof niet eens elke avond, maar als ik het maar op zak had, zoals een ander een pakje sigaretten bij zich heeft. Verschrikkelijk. Ik had het als voetballer kunnen maken, als ik het goed had ingevuld. Daar zit ik nu nog mee. Niemand in dit huis weet van dat voetbalverhaal af. Misschien dat ik daar toch maar eens over moet gaan praten.”

,,De verslaving zit tussen je oren, later wordt het ook lichamelijk. Overal leende ik geld. Velen schonken me vertrouwen en geld en ik ging er zo gemakkelijk mee om. Ik nam m’n vriendin ook in de maling. Ziek in je hoofd, ben je. Altijd ging ik van meid naar meid, maar voor het eerst had ik een langere serieuze relatie en ik was stapel op haar. Ik weet nog goed dat ik haar vlak voor de Nieuwjaarsbrand leerde kennen en haar eerst opzij duwde toen ze meteen na de ramp op de dijk buiten stond.” ,,Ik was aan het werk in de Wir War tijdens die Oudejaarsavond. Mijn taak was iedereen naar beneden via De Blokhut naar buiten te loodsen. Toen ik terug wilde, hielden brandweermannen me tegen. Liep ik om, zag ik boven op de dijk m’n broer Henry stennis maken omdat hij vrienden wilde redden. Heb ik ‘m tegengehouden.”

‘Ze mochten niet zien dat Peter Bakker huilde. Ik moest groots blijven’
,,M’n baan in de Wir War was ik kwijt na de ramp. Ben ik later bij Sjaak in de BZN-bar gaan werken en m’n drugsgebruik nam toe. Er kwamen andere vrienden in m’n leven. Ik vervloekte mezelf. Ik was niet meer zo spontaan, zei tegen m’n vriendin dat ik ziek was. Maar dat was ik wel erg vaak. Ik voelde me ellendig over het feit dat ik haar ouders en zus ook in de maling nam. Maar ik drukte alles weg. Bij de ramp verloor ik een maat, Nico Kwakman (ballap). Even na twaalven was hij nog op me afgekomen en schudde me de hand: ‘Ik ben vrij en ga effe De Hemel in’, zei hij.”

,,Toen ik bij zijn ouders thuis ging condoleren, stond ik na één minuut buiten. Want ze mochten niet zien dat Peter Bakker huilde. Ik moest groots blijven. M’n moeder probeerde me te raken en zei dat ik er niets om gaf. Ik jankte wel, maar alleen. Ik werd een eenling. Zelfs de jongens die me aan het hart gingen, vertelde ik niks. Ik had maar één echte vriend: de drugs. De andere vrienden gebruikte ik om maar die drugssfeer te creëren en in stand te houden.”

,,Ging ik regelmatig geld halen bij m’n Ootje. Die hielp me altijd. Terwijl ik ook háár in de maling nam. Want ik kocht er een pakkie coke voor. Keek ik naderhand een maatje van me aan: waarom doen we dit nou? Waarom kunnen we nou geen concert of filmpje pakken zonder dat spul? We dachten er wel over na, maar deden er vervolgens niets mee. Ik jaagde iedereens geld er doorheen, net zo lang tot je nergens meer gewenst bent.”

,,Eén van m’n vrienden (Jan ‘tok’ Keijzer, red.) kickt nu af in Schotland. Hij belde me nog toen ik die time-out had en in Volendam was. Weet je, in die twee weken kon ik weer normaal zijn, een normaal gesprek voeren met mensen. Er komt een beetje begrip voor me. Ik heb spijt, maar spijt is maar een dom woord. Ik besef dat veel mensen me niet zomaar kunnen vergeven.”

,,Hier in de Emilie Hoeve probeer ik een nieuw leven te beginnen. Laat ik er nog iets moois van maken. En al het gefuck dat op Volendam gebeurd is, een plaats proberen te geven. Want ik heb genoeg meegemaakt. Maar ik verdrong het steeds door te gaan feesten. Alcohol haalt emoties boven, maar coke niet. Dat verdoofd de emoties alleen maar. Soms vraag ik me ook wel eens af of het uit te roeien is in Volendam. De politie doet weinig. Vrienden die dealden, verkochten het meest doordeweeks. Terwijl de mensen in Volendam denken dat het alleen in het weekeinde te doen is of tijdens bruiloften. Vaders van kinderen zie je dán, maar ook doordeweeks gebruiken. Die denken dat ze het in de hand hebben, maar het is niet goed. Zolang ze geld om handen hebben, lijkt het plaatje echter kloppend te zijn.”
,,Maar hoe rijk je ook bent, door de verslaving kun je alles kwijtraken. In Volendam is veel te doen om het materialisme. Skivakanties, grote auto’s, met drie weken van tevoren die bak al op het dak van de auto. Allemaal voor de buitenwereld. Oppervlakkige gesprekken. De binnenkant is minder belangrijk.”

Gezichtsverlies
,,Zelf was ik daar ook niet mee bezig. Kwamen er jongetjes op me af stoer vertellen dat ze een heel pakje hadden opgesnoven of een paar pilletjes tegelijk hadden geslikt. Als ik dan al hoor dat er op school gebruikt wordt. Ouders maken het erger als ze hun kinderen geld blijven geven. Maar ouders zijn bang voor gezichtsverlies. Dat had ik zelf ook. Man, voordat ik deze stap durfde te maken; Peter Bakker in een kliniek! Iedereen lult over je. Dat klonk zo vernederend. Maar ja, ik was toch al teleurgesteld in mezelf. Het lampje was al eerder gaan branden bij me, maar toen ik samen met een andere jongen met drugs op zak een auto-ongeluk kreeg en vier dagen in de cel zat, ben ik gaan nadenken. Ik heb van mezelf verloren, maar ik wil mezelf weer terugwinnen. En dat is enorm moeilijk.”

,,Laatst hadden we een zogenaamde ‘meeloopdag’ voor ouders. Kregen we de opdracht ons tot een ouder te richten en iets te zeggen. Iets over berouw, of zo. Ik wilde een simpele ‘sorry’ zeggen, maar opeens kreeg ik een brok in m’n keel en rolden de tranen over m’n wangen. Jezus, dacht ik. In een groep ben ik nooit zo’n prater, ook in dit huis heb ik daar moeite mee. Wel één-op-één. Maar praten over je gevoel, dat stond voor mij altijd gelijk aan een zwakkeling zijn. Ik ben een gesloten type, kan niet goed bij m’n gevoel komen. En dan komt m’n oude gedrag vaak boven, dan wil ik mezelf niet van m’n kwetsbare kant tonen.”
,,M’n broer schreef me tot dusver drie brieven. We hadden de laatste jaren geen goed contact meer. Hij schreef dat hij me altijd als zijn voorbeeld zag, dat hij nog trots op me was geweest, dat we vervolgens uit elkaar waren gegroeid, tot het moment dat hij zich zelfs schaamde voor mij en liever niet bij mij in de buurt was. Zoveel heb ik kapot gemaakt en mensen pijn gedaan.”

,,Hij zag laatst tijdens het bezoek wel dat ik veranderd ben. Ik kan aandachtig luisteren naar mensen; voorheen zag ik wel wat lippen bewegen, maar nam ik het verhaal niet in me op. Nu denk ik veel meer na over het leven. Hoe heeft het zover kunnen komen? Het duiveltje had mij in z’n macht. Ik had geen eigen wil meer. Nu pas kan ik weer voelen. Alles werd steeds uitgeschakeld. Nu pas voel ik ook de impact van de ramp. Hier moet ik ook leren verwerken. Je wordt een ander persoon, moet veel zelfdiscipline tonen. Zelf voor je bed, je kleren en je eten zorgen. Luisteren naar anderen en praten over anderen en jezelf. Ik zit nog met zóóóón schuldgevoel.”

,,Ik zit te dubben welke stap ik straks moet nemen. Als ik dit jaar heb afgemaakt, kan ik nog een aantal maanden in de re-entry-fase. Hier in Den Haag zijn woningen, vanuit dezelfde instantie. Misschien vestig ik mezelf hier en probeer ik hier verder een sociaal leven op te bouwen. Ik kan wel teruggaan naar m’n ouders, op m’n 28e, maar dan kies ik weer voor de veilige weg. En Volendam blijft juist een gevarenzone. Ik moet op eigen benen leren staan. Ik ben nog steeds onderweg. Nog nooit heb ik iets afgemaakt in mijn leven, voor het eerst zal ik nu wat afmaken.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.