Hofnar gezocht
Hofnar gezocht
“Ha, daar is meneer de rekenmeester”, zo begroette Siem me bij ons laatste koffie-uurtje. Zijn toon was een beetje spottend. Ik was daarom een beetje op mijn hoede, want bij Siem weet je nooit zeker wat je kunt verwachten. Natuurlijk doelde hij op mijn stukje over de gemeentebegroting.
“Wat heb je er nou van geleerd?”. Dat was niet wat ik van Siem verwachtte. Zijn openingszinnen zijn meestal bedoeld als opstapje voor een uitgebreid commentaar. Nu kwam hij met een vraag waar ik niet op was voorbereid. “Nou, dat een en een twee is”, grapte ik om me er van af te maken. “Sjonge, sjonge” reageerde Siem. En meer in de richting van zijn bezige buurvrouw Trijn dan in de mijne, vervolgde hij: Mijnheer Louter heeft geen zin in een antwoord. Geef hem maar koffie, maar laat de koek nog maar even zitten.” Het was hem weer gelukt. Ik voelde me een kleine jongen en zocht tevergeefs naar een snedig antwoord om hem af te troeven. Hij zag het en blij met zijn succes, begon hij te grinniken. “Kom op, Peter”, zei hij goedgehumeurd, “deugt de gemeentebegroting nou echt niet, of zit jij de lezers wat wijs te maken.”
Omdat Trijn de koffie binnenbracht, eigenwijs als ze is mét koek, had ik even een denkpauze die me de gelegenheid bood het gesprek in de door mij gewenste richting voort te zetten. “Siem”, antwoordde ik, “laat die begroting maar even zitten, op het ogenblik ben ik veel meer bezig met de raadsvergadering waarin de begroting werd behandeld. Één groot theaterstuk, als je het mij vraagt”.
“Je mag je koek op eten”, knikte Siem, “je hebt zojuist mijn eerste vraag goed beantwoord”.
Samen namen we het nog even door. De NIVO, de ondernemingsraad van de gemeente en de partij ‘Recht door Zee’ hadden gelijk gehad met hun kritiek dat de reserves niet deugden en dat de gemeente, tegen de voorschriften in, teveel op afbetaling kocht. Maar tijdens de begrotingsbehandeling mocht dat niet aan de orde komen. De coalitiepartijen deden alsof hun neus bloedde en er een prima begroting op tafel lag.
Nog geen twee weken later lag er echter alweer een herzieningsnota (najaarsnota 2005) klaar. Daarin was alle kritiek verwerkt en kregen de NIVO, de ondernemingsraad van de gemeente en de partij ‘Recht door Zee’, achteraf hun gelijk. “Ik zit met het probleem”,”legde ik Siem uit, “dat het meeste uit de najaarsnota al tijdens de begrotingsbehandeling bekend moet zijn geweest. De meeste van die raadsleden stonden gewoon een toneelspelletje op te voeren. De bevolking werd bij de neus genomen omdat kritiek op de coalitie niet welkom was”.
Ons gesprek dwarrelde daarna allerlei kanten uit, maar telkens kwamen we op hetzelfde uit. Is de politiek ons vertrouwen waard. De vraag bleef prangend in de lucht hangen omdat we beide vermeden een definitief antwoord op die vraag te geven. Pas toen ik in een zekere vertwijfeling riep: “Siem, uit de politiek krijg ik wel eens het verwijt dat kiezers zich door mijn geschrijf van de politiek afkeren, maar kijk nou zelf eens, ze geven meer om hun reputatie dan om de waarheid en ze geven meer om eventuele verkiezingswinst dan om de kiezer”, ging ons gesprek richting de conclusie: wie de kiezer niet serieus neemt, verdient geen stem!
Zoekend naar een oplossing werden we baldadig. “Vorstenhuizen plachten hun eigen pompeusheid te relativeren door een Hofnar aan te stellen”, opperde Siem, “misschien is dat iets voor de gemeenteraad”. En toen begon dit stukje gestalte te krijgen. “Je bedoelt iemand die tijdens de raadsvergadering zoiets roept als: de waarheid is een stuk interessanter dan uw politiek geklets, geacht raadslid!” viel ik hem bij. En binnen de kortste keren bedachten we een aantal hofnargrappen voor de gemeenteraad waardoor we af en toe de stuipen kregen van het lachen.
Volgens Siem zou het een goed idee zijn om de politiek met haar eigen wapens om de oren te slaan. We moeten een Burgerinitiatief van de grond zien te krijgen waarin de gemeenteraad wordt gevraagd geld uit te trekken voor de aanstelling van een hofnar. Wedden dat je daar genoeg handtekeningen voor bij elkaar krijgt. Een hofnar die in iedere raadsvergadering namens de burgers roept dat niet ieder raadslid kleren aan heeft, dat zou een goed idee zijn om de politiek levendiger te maken.
Beste lezer, ik gooi het idee maar in de grote kring. Als het idee u wat lijkt, kunt u in ieder geval bij Siem en mij een handtekening ophalen. Bovendien zijn we genegen om mettertijd, en uitsluitend als we gevraagd worden, in de sollicitatiecommissie te gaan zitten.
Mocht de gemeenteraad een dergelijk Burgerinitiatief niet op willen pikken, zit dan niet bij de pakken neer. Er is ook nog plan B. In dat geval kunt u degenen die hun handtekening onder uw initiatief hebben gezet, vragen nog een keer te willen tekenen voor de oprichting van een nieuwe partij. Een naam hebben we al: ‘de jokers’. Op die manier krijgen we vanzelf hofnarren in de raad en ze worden er nog goed voor betaald ook. Het enige wat ze hoeven te doen is in allerlei variaties dezelfde vraag te stellen: “geacht raadslid, meent u nou wat u zegt, of is dit ook weer een voorbeeld van politiek apenrotsgedoe?”.
Peter Louter
(zie ook: www.louterlink.web-log.nl voor oudere kladblokjes)