Naar de inhoud

'Na de Hemel': Brandslachtoffers verliefd tijdens Lourdesreis

Bron: NHD

'Na de hemel': Brandslachtoffers verliefd tijdens Lourdesreis
‘Na De hemel’ is een verhalenserie over Volendam, vijf jaar na de rampzalige nieuwjaarsnacht. Als gevolg van de brand in café De Hemel aan de dijk verloren veertien jonge Volendammers het leven. Meer dan tweehonderd raakten gewond. In deze serie vertellen betrokkenen hoe het verder ging, na de brand.

Ze kenden elkaar niet. En toch waren ze allebei op de plek van de ramp. Allebei verloren ze goede vrienden, allebei herstelden ze van hun, verwondingen. Ruim een jaar later gingen Juriaan Ubels en Martine Kroon met een grote groep Volendammers naar Lourdes. Met z'n allen troost zoeken. Bij het bedenvaartsoord ontdekken ze dat ze elkaar wel érg leuk vinden. “Als je daar met z'n allen samen bent, lijk je wel veel gevoeliger voor alles." In mei trouwen ze.

Toen: Op die bewuste oudejaarsavond was Juriaan twintig jaar. Hij werkte als metselaar en voetbalde in het eerste amateurelftal van Volendam. Feestend ging hij met vrienden het nieuwe jaar tegemoet. Eerst met de hele groep in zaal Pius X; tegen middernacht met een heel stel naar de kroegen op de dijk. „Om twaalf uur was ik net bij De Hemel binnen. We wensten alle bekenden een gelukkig nieuwjaar. En toen gebeurde het."

Martine was net zestien geworden. Op de scholengemeenschap Don Bosco zat ze op het vmbo. De oudejaarsavond vierde ze bij vrienden thuis. „Later op de avond ging ik met vriendinnen naar de dijk. Om tien voor twaalf waren we bij De Hemel binnen. Gezellig, tussen de bekenden. Het was groot feest. Tot dat moment."

Hij wist via een balkonnetje van een trap te springen. „Het was vluchten. Lopend ben ik naar huis gegaan. Daar ben ik voor de deur in elkaar gezakt. Ik weet me er niks meer van te herinneren. Later hebben ze me toch naar het ziekenhuis gebracht. Eerst vond ik dat onzin, want aan mij zag je niks. En ik wist dat anderen er veel beroerder aan toe waren. Maar als ik een stap zette, was ik doodmoe. In het ziekenhuis zeiden ze dat een deel van mijn longen was verbrand."

Paniek
Zij wist in de paniek naar buiten te komen. Haar gezicht, haar linkerarm en delen vat haar lichaam waren verbrand. “Op straat ben ik in een auto gezet die me naar het ziekenhuis in Purmerend heeft gereden. Daar moest ik blijven. Het zwaarste was de dag waarop mijn vriend Nico Veerman werd begraven. Ik kende hem van de handbal. Met hem kon je lachen. Via de telefoon luisterde ik naar de ziekenradio van de kerk, waarop zijn uitvaart werd uitgezonden. Het doet me nog steeds zeer dat ik die dienst toen maar een paar minuten kon volgen, want daarna kwamen ze, langs met nieuw verband. Dat moest ook doorgaan." Hij verloor Dennis Runderkamp, de keeper van zijn voetbalteam. “Ik kende hem al heel lang. Hij was écht een goede jongen."

Daarna: Martine lag vier dagen in het ziekenhuis in Purmerend en daarna ruim een maand in het brandwondencentrum in Beverwijk. In de loop der jaren onderging ze daar steeds opnieuw operaties om haar huid te versterken en mooier te maken: „Mijn ouders hebben me steeds heen en weer gereden. En ze praatten me iedere keer weer op-, ,nieuw moed in."
„Ik had het geluk dat mijn rechterhand niet was verbrand. Ik schrijf met rechts, zodat alles op school redelijk kon doorgaan. Bij mij op school zaten veel sneer slachtoffers. Daarom hadden ze een aangepast studieprogramma, waarbij we goede ondersteuning kregen. Ik heb dan ook gewoon mijn vmbo-diploma gehaald.”

Juriaan kon vier maanden niet werken. Zijn longen waren flink aangetast. Van mijn conditie was niks meer over." Het duurde anderhalf jaar voor hij weer lucht genoeg had om te voetballen.

In 2002 gingen ze met een hele groep Volendammers naar Lourdes. “Doe maar", zei de moeder van Martine. “Het is er vast gezellig." Juriaan was er met een stel vrienden. “Denk nou niet dat ik zo katholiek ben. Vroeger moest ik altijd op zondag naar de kerk, maar die tijd is voorbij. Toch leek het me wel wat toen we de uitnodiging kregen. Ik zei tegen een paar vrienden: zullen we even heilig doen en meegaan?" Martine: „Meteen die eerste dag daar zaten we bij elkaar. Het klikte. Er was van alles om over te praten. De voetbal, de ramp, allemaal dingen die we hadden meegemaakt" Maar verkering kon het nog niet worden. „Ik had al een vriendje. Maar ik vond Juriaan wel héél erg leuk."

Hij was ook onder de indruk van haar. “lk hoefde er helemaal niet over na te denken. Ze is gewoon een lieve meid. En ze snapte dat ik in Lourdes niet steeds in de kerk wilde zitten, dat ik soms ook met mijn vrienden en een borrel in het hotel wilde blijven. je kunt toch niet de hele dag bidden?" Het was een reis van emoties, vertellen ze. Martine had een verhaaltje geschreven over Nico Veerman. Uren erop gezwoegd. Ze zou het voorlezen bij een herinneringsdienst. “Maar het lukte me niet. Ik moest steeds huilen." Juriaan bood troost. En bij een glas kwam het innerlijk van zijn ziel ook naar boven.

Alsof er een sluis van gevoel open ging. “Ik ben niet zo’n prater. Maar daar lukte het. Het leek wel of ze me zó begreep, ook. Een paar woorden waren genoeg. Zou dat het wonder van Lourdes zijn?” Het regende de hele week, in het bedevaartsoord. Maar zij twee zagen alleen de zon.

Beltegoed
Terug in Volendam maakte ze meteen haar verkering uit. Ze wist het zeker Juriaan moest het worden. Daarna volgden weken met heftige sms-berichtjes. “Dat heeft ons nog kapitalen aan beltegoed gekost." Tot ze dat definitieve berichtje in haar telefoon tikte: 'Ik hoop dat het wat wordt tussen ons'. Niet lang daarna volgde een alles-doorbrekend zinnetje van hem: “Ik sta bij je voor de deur”.

Hij mocht binnenkomen Het voelde meteen goed. Martine: “Mijn vader houdt ook van voetbal. Net als Juriaan. En mijn vader werkt in de bouw. Net als Juriaan. Dus ze hadden wat om over te praten." Daarna leek half Volendam wel te weten dat ze elkaar hadden gevonden. „Ze noemen ons het Lourdeskoppel."

Toch zaten ze niet steeds op een roze wolk. Het was alsof de verwerking van de ramp maar tussen ze bleef zweven. Of die een muurtje vormde. Martíne kon haar verhaal kwijt bij een psychologe. „Die heeft me eruit getrokken." Juriaan vond hulpverlening eerst niet zo nodig. „Ik dacht steeds: voor de ouders die een kind verloren hebben, is het allemaal veel erger. Die hebben hulp nodig. Ik toch niet? Zo kropte ik de dingen op."

Tot Martine ingreep. „Ik zei: nu moetje óók eens gaan praten, anders gaat het niet goed, tussen ons Juriaan. Dat hielp. Toen ben ik maar gegaan. De psychologe leerde me om dingen op tafel te leggen. Ik ben nog steeds geen prater, maar ik vertel Martine nu wel wat er in me omgaat."

Vorig jaar gingen ze weer samen op reis. In de bouwvakvakantie naar Cyprus. In een buiktasje had hij een speciaal pakje verstopt: een doosje met twee verlovingsringen. Op een mooie dag op het strand maakte hij het doosje open en vroeg hij haar ten huwelijk. En daar waren weer de traantjes.

Viswinkel
Nu: Is Martine 21 jaar en Juriaan z6. Sinds begin dit jaar wonen ze samen in Volendam. Ze hebben een mooi huis, alles erop en eraan. De trotse Volendammer kroon op jaren hard werken. Hij metselt als vanouds, zij staat vier dagen per week in een viswinkel in Amsterdam. In november onderging ze nog een huidoperatie. „Het gaat goed, maar in de koude maanden is het alleemaal veel gevoeliger dan in de zomer. Daarom zal ik blij zijn als het straks weer voorjaar wordt."

In mei trouwen ze. Dan staan ze samen voor het altaar. In de kerk waar vrienden werden begraven. „Dat is om stil van te worden. Want het blijft een raar idee. Hoe de ramp die anderen het leven kostte, ons juist bij elkaar bracht. Daarom zullen we die dag zeker een kaars voor ze opsteken. Omdat ze toch bij ons horen."

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.