Kerstgedachten
Kerstgedachten
De kerstboom staat. Een-meter-tachtig hoog en met 200 voorgemonteerde lichtjes. Gemak dient de mens. Ondanks dat hij van plastic is, liggen er losse naalden onder de boom. Goedkope troep, maar goed, als straks de ballen en versiering er aan gehangen zijn, zie je er niks meer van. Het versieren is, hebben we bedacht, misschien een leuk klusje om samen met kleindochter Zoë te doen. Voor haar hebben we ook de kerstal al neergezet. Fraaie handgesneden beeldjes uit Polen.
Nadat ze op onze oppasdag is binnengestuiterd, haar vader heeft uitgezwaaid en van haar jas is ontdaan, wijzen we haar op de kerststal. ‘Vind je hem mooi?’, vragen we. Ze prikt haar peutervingertje parmantig in het kribbetje en deelt ons mee: dat is Jezus, die is dood, aan het kruis gehangen met een speer, stoute Romeinen, hè opa.’ Verbluft kijken we elkaar aan, binnen één minuut van Kerstmis naar Pasen, dat gaat voor ons te snel. Verontwaardigd stuur ik in gedachten een boodschap naar mijn zoon, die al zo’n beetje op de Zeddeweg zal zitten. ‘Klojo, met je zwarte humor, infecteer dat kind daar toch niet mee!’ Het is niet de eerste keer. Vorig jaar heeft hij haar geleerd dat Jezus in alle kerktorens woont en daar patat krijgt te eten. Wrange, zwarte humor in kindertaal, die echter wel grotere diepten heeft dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Ik neem me voor als ik hem vanavond terugzie eens flink onder handen te nemen.
Het komt er niet van. In de loop van de dag wint de diepte van de boodschap het van mijn verontwaardiging. Kennelijk heeft hij er voor gekozen haar niet op te voeden met valse kerstgedachten. Deze correctie op onze opvoeding raakt me, maar het cynisme zit me dwars. Echter in de loop van mijn gedachten vervaagt ook dat gevoel. Als ik met mijn kleindochter naar haar favoriete DVD met Bambi zit te kijken, komt er ook een harde boodschap langs. Nadat jagers zijn moeder hebben gedood, verschijnt zijn vader. ‘Bambi’, zegt die, ‘je moeder komt niet meer terug, de jagers hebben haar meegenomen, nu moet je flink zijn.’ Na deze passage roept mijn kleindochter steevast: ‘de jagers zijn stout hè, opa!’
Jezus, jagers, Romeinen of de moeder van Bambi, haar kinderziel kan er mee omgaan. Ik realiseer me dat mijn geschoktheid voortkomt uit de onverwachte confrontatie met mijn eigen, diep verborgen, romantische kleuterschoolbeelden van Kerstmis, met die van de Jingle Bells en kerstdiners uit mijn lagere schoolperiode en met die van de kerstfilms en kerstbals uit mijn puberteit.
Met de kerst in aantocht, kost het me ieder jaar weer moeite om daar door heen te blijven kijken. Mijn favoriete kerstverhaal gaat over het kerstbestand uit de eerste wereldoorlog. Niet de generaals, maar de soldaten besloten met Kerstmis om van het dodelijke schootsveld een veilige ontmoetingszone te maken. Ze verlieten hun kazematten, hun loopgraven en schuttersputjes. In die veilige zone omhelsden ze elkaar en vierden gezamenlijk kerstfeest. Het duurde overigens niet lang. Na een paar dagen hadden de generaals weer de overhand en zongen niet langer de engelen, maar kogels hun dodelijk lied.
Ik vind het is een veel beter kerstverhaal dan dat waar ik mee ben grootgebracht. Het laat ons zien dat het verlangen naar vrede zo sterk is dat oorlogvoerende partijen er door kunnen verbroederen. Het verlangen naar vrede is wellicht onze sterkste emotie. Waarom zouden we die behoefte aan vrede niet de ‘Goddelijke Vonk’ noemen? Die vonk is immers in ieder van ons, religieus of niet, aanwezig.
Stelt u zich eens voor dat die soldaten na het kerstbestand tegen hun generaals hadden gezegd dat de oorlog over was, dat ze vrede veel leuker en inspirerender vonden. Ze zullen het wel hebben gewild, maar ze lieten zich door hun bevelvoerende officieren weer in het gareel dwingen en daardoor de goddelijke vonk doven.
Mijn zoon, de cynicus, leert zijn dochter dat de jagers en Romeinen stout zijn en ongetwijfeld is dat bedoeld om haar afkeer voor dat soort stoutigheid in te prenten. De stap van Kerstmis naar Pasen is niet echt groot. De boodschap is dat we de vrede niet aan het kruis moeten hangen door eigenbelang, partijbelang, machtsbehoefte, dubbele agenda’s, absolute overtuigingen, dogma’s, haat, gemakzucht, ongeïnteresseerdheid, wegkijken of het wassen van de handen in onschuld.
Gek genoeg krijgen we alleen vrede als we bereid zijn er voor te knokken. Het kwade overwint het goede, als het goede niet verdedigd wordt. Ik ben benieuwd hoe mijn zoon zijn dochter gaat leren om de Vonk te gebruiken om op eigen benen te gaan staan en onafhankelijk, humaan en oprecht te zijn in haar handelen. Wellicht gaat hem dat lukken, de ware kerstgedachte heeft hij al wel.
Zalig Kerstmis en vredige feestdagen toegewenst door:
Peter Louter
Reacties op: www.louterlink.web-log.nl
Oude kladbloks: www.louterkladblok.web-log.nl