Naar de inhoud

Leven na de brand

Bron: AD

Leven na de brand
Bij de brand in café ’t Hemeltje in Volendam tijdens de nieuwjaarsnacht van 2001 vonden veertien jongeren de dood en liepen ruim driehonderd anderen verwondingen op. Dankzij een ijzeren wilskracht hebben ze de draad weer opgepakt, merkte Tonny van der Mee.

Jaap Zwarthoed (21) begon net het leven te ontdekken. Na een intensieve turnperiode met enkele Nederlandse titels had hij zich gestort op het uit- gaansleven en een carrière als voetbalkeeper. ’Het was een gelukkige periode, tot aan de ramp.’
,,Ik kwam op een vrijdag thuis, zaterdag zat ik met vrienden aan het bier en maandag ging ik naar school. Ik kon het wel bijbenen maar mijn concentratie was nul. Ik heb alles ingehaald met bijles. In 2002 ben ik geslaagd voor de havo. Ik vond mezelf niet anders dan anderen. Ik had een vuurrood hoofd en droeg een piratendoekje, maar ik had schijt aan de reacties. Ik kijk door de littekens heen. Natuurlijk zijn er momenten dat je stevig baalt. Je bent in de bloei van je leven en je zit in een periode dat je onzeker bent, op zoek gaat naar je identiteit en uiterlijk belangrijk is. En dan zie je jezelf elke dag in de spiegel. Het was niet zo dat de meiden op afstand bleven. Als je maar jezelf bent. Nu heb ik al anderhalf jaar verkering.

Toen ik was gestopt met turnen had ik veel meer tijd voor vrienden. Ik had de smaak van het stappen te pakken. Na de ramp ben ik veel wilder geworden. Ik had overal lak aan. Aanvankelijk dacht ik dat ik in een paar weken zou zijn hersteld. Dat het maanden zou duren was een mentale dreun. Ik wilde snel weer keepen en op wintersport. Met turnen had ik niet meer de motivatie om nog hoger te komen, maar als keeper wilde ik echt verder komen. Het heeft geen zin om te filosoferen of ik een goede keeper was geworden als die brand er niet was geweest. Na de havo heb ik een half jaar hts gedaan. Dat vond ik niks. Ik zit nu in het derde jaar van de ALO in Amsterdam. Daar had ik snel een goed gevoel bij, want sport speelt een belangrijke rol in mijn leven. Een baan op school als docent lichamelijke opvoeding lijkt me wel wat. Ik geef ook een paar uur turnles aan jongens. Ik ga er nooit met tegenzin naar toe. Ook al is het vrijdagavond laat geworden, om half tien ’s ochtends ben ik weer in de gymzaal. Door de ramp ben ik volwassener en voorzichtiger geworden. Je merkt dat de mens heel kwetsbaar is. Het gevoel van onsterfelijkheid is weg.’’

Marga Smit (19) zong in een meidenkoor en trainde op haar 14de al mee met het eerste damesteam van volleybalvereniging Volendam. Ze stond op het punt om zich te meten met de beste regionale speelsters. ’Hoe meer ik trainde, des te leuker ik het vond.’
,,Het was verschrikkelijk moeilijk, maar ik heb het volleybal afgesloten. Nu doe ik fitness en spinnen. Ik ben makkelijker geworden. Je ziet hoe snel je leven ingrijpend kan veranderen. Je kunt er wel dramatisch over doen, maar er is ook een leven naast de sport. Ik geniet van de dingen die ik wél kan doen. Het heeft wel lang geduurd voor alles doordrong. Pas in februari zag ik op tv dat er zoveel doden waren gevallen. Jonge meiden en grote, sterke jongens. Zij waren dood en ik was er nog. Dat was niet te bevatten. Ik heb een videoband gezien van de stille tocht. Ik zag dat mijn koor een liedje zong. Mijn plek was leeg.

Ik had ook nooit brandwonden gezien. Ik dacht steeds: het komt vanzelf wel goed. Maar ik kon niet eten en drinken, geen glas vasthouden, niet naar de wc. Er moest altijd iemand in de buurt zijn. Toen ik na negen maanden thuis kwam, ging het beter. Ik heb wel met een masker en een drukpak gelopen. Ik at de hele dag, als het maar vet was. Zeiden de mensen dat ik zo mager was. En toen ik was aangekomen, zeiden ze dat ik niet te dik moest worden. Ik was altijd erg ijdel. Het derde schooljaar heb ik overgedaan. Ik mocht niet naar het atheneum, omdat ik niet genoeg punten had. Voor de brand waren mijn rapporten goed en ik had weer zin om te leren. Uiteindelijk mocht ik het proberen. Ik ben met gemak geslaagd.

Ik heb mijn leven aardig opgepakt. Ik zing weer in het koor. Mijn stembanden zijn aangetast, dus mijn stem is wel anders geworden. Met de jaren wordt het minder schor. Ik studeer nu economie aan de VU. Ik weet niet wat ik daarna wil, maar dat wist ik ook niet voor de brand. Ik ga ook gewoon uit. Het is leuk om sociale contacten op te doen. Maar als het druk is en mensen staan te duwen, voel ik me niet prettig. Ik heb ook geen zin in zware gesprekken op zaterdagavond. Ik ben niet zielig. Ik ben geen slachtoffer meer. Ik ben gewoon een mens.’’

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.