De wereld volgens guyterelli: Het barbarenleger rukt op
Bron: www.loekkok.nl
De wereld volgens guyterelli: Het barbarenleger rukt op
Laatst zag ik een foto van Volendam uit 1910. Volendam hield op te bestaan bij de trap van Bar de Joppekop. Mede door onze katholieke inslag (gaat en vermenigvuldigt u) groeide Volendam als een puistje op het gezicht van een chocolade etende puber.
Gedurende 95 jaar maakte weiland in snel tempo plaats voor onze jeugd om te wonen.
Naast dit katholieke en hardwerkende volkje leeft een ander volk. Dit volk woont in een schitterend stadje dat qua cultuurhistorie zeker niet achter blijft bij Volendam. Ondanks de grote verschillen in levensopvatting en soms wel eens wat lichte irritaties was er toch altijd sprake van een vreedzame coëxistentie.
De steeds verder oprukkende wijdbroeken zorgde (bij een klein maar fanatiek aantal) echter voor grote opschudding in dit pittoreske kaasdorpje. In het geniep riep één van hen een aantal van zijn kompanen op zich te verzamelen in de Burchtzaal te Edam. De genodigden vulden ieder een flesje leidingwater af en togen richting de Burchtzaal. Niet gehinderd door enig vorm van tijdsgebrek (als je geen gordijnen voor de raam hebt hoef je immers ook niet te klussen voor nieuwe) namen zij ruim de tijd om de dreiging van het steeds verder oprukkende barbarenleger te stoppen.
Toen iedereen binnen was nam een persoon met van die stukken op de armen van zijn colbert (het colbert maakte na de bevrijding en de eerste maanlanding wederom een historische gebeurtenis mee) het woord. ‘Heren welkom', sprak hij. ‘Ik heb vannacht gedroomd dat wij al die Volendammertjes in hun bouwbusjes met die kinderachtige lettercombinaties erop, een gigantische hak kunnen zetten. Wat dachten jullie ervan als wij de komende jaren iedere week bij elkaar kwamen met als enig en heilig doel om hun nieuw te bouwen wijken te ondermijnen.' Geroezemoes steeg op uit de zaal.
Een man met een zelfgebreide koltrui die er om bekend staat dat het wc-papier bij hem buiten hangt te drogen zei: “Wat een superidee, maar hoe krijgen wij dat in Godsnaam voor elkaar er ligt daar net als de vorige 95 jaar alleen een stuk weiland braak.” Triomfantelijk ging de man met het colbert staan. Sinds hij tijdens een ruzie met zijn broer had gevochten om een stuiver en zo het koperdraad had uitgevonden was hij financieel onafhankelijk en had hij nog meer vrije tijd als voorheen. ‘Welnu', zei hij: ‘wat dachten jullie ervan als wij een niet bestaande diersoort verzinnen en dan opperen dat deze in dat weiland leeft!' Hilariteit alom nu in de zaal. “Ja”, gierde een man in de zaal het uit ”zoiets als de gestreepte gele vlekkikker of zo”. De mannen huilden tranen van plezier (zuinig als ze zijn huilden ze met één oog) alsof ze zojuist achter de bank vandaan waren gekropen en de man met de collectebus nog net zagen weglopen. “Nee, serieus mannen in ons door regeltjes en bepalingen geteisterde kikkerlandje (licht gegrinnik om deze woordgrap) zou dit best eens kunnen lukken”.
‘Nee, denk je echt?', sprak een op leeftijd zijnde man met zweetplekken onder zijn arm al waren het de oren van Mickey Mouse. “We richten gewoon meerdere stichtingen op, dienen
iedere week een bezwaar in en maken die Volendammers helemaal gek. Die analfabeten kunnen nog niet eens schrijven en zij beschikken niet over de tijd die wij hebben. Terwijl zij denken te klussen voor hun huis breken wij de fundering weer af.' De stemming sloeg om in de zaal. “Maar”, stamelde de koperdraad Willy Wortel, “uitstel gaat ons nooit lukken, het wordt hoogstens afstel”. De man met het colbert die de beurscrisis in 1929 nog mee had gemaakt reageerde scherp alsof zojuist zijn favoriete boek ‘De wereld over met een kwartje' uit zijn uitpuilende boekenkast was gestolen.
“Afstel, mijne heren, de gedachte hieraan alleen al roept bij mij een verharding op in mijn
kruisstreek die ik niet meer gevoeld heb sinds ik een 1975 een tientje vond op straat.”
Er steeg nog een luid geschreeuw en gebrul op die vergelijkbaar is met een zitting in het Engelse Lagerhuis. De mannen hieven hun meegebrachte Spaflesjes ten hemel en proostten
op het succes dat hun deel zou worden.
Enkele jaren later kwamen zij weer samen eind december 2005. De stemming was uitgelaten.
De voorzitter nam emotioneel het woord. “Ik denk dat wij samen ons nu definitief hebben gevestigd tussen de grote helden en weldoeners uit onze geschiedenis”. Applaus steeg op uit de zaal. “Laten wij er samen op toasten dat die gefrustreerde Volendammertjes nu nog jaren moeten wachten op een huis, terwijl wij de waarde van onze huizen hierdoor alleen maar zien stijgen”. De man met zweetvlekken had wat douchewater opgevangen en bood dit de andere aanwezigen aan om bij wijze van hoge uitzondering iets te kunnen weggeven.
Er werd geproost op een nieuw jaar met vele bezwaarschriften waarna zij tevreden terugkeerden naar hun huizen want iedereen heeft het toch het recht om te wonen.
Of toch niet?
Laatst zag ik een foto van Volendam uit 1910. Volendam hield op te bestaan bij de trap van Bar de Joppekop. Mede door onze katholieke inslag (gaat en vermenigvuldigt u) groeide Volendam als een puistje op het gezicht van een chocolade etende puber.
Gedurende 95 jaar maakte weiland in snel tempo plaats voor onze jeugd om te wonen.
Naast dit katholieke en hardwerkende volkje leeft een ander volk. Dit volk woont in een schitterend stadje dat qua cultuurhistorie zeker niet achter blijft bij Volendam. Ondanks de grote verschillen in levensopvatting en soms wel eens wat lichte irritaties was er toch altijd sprake van een vreedzame coëxistentie.
De steeds verder oprukkende wijdbroeken zorgde (bij een klein maar fanatiek aantal) echter voor grote opschudding in dit pittoreske kaasdorpje. In het geniep riep één van hen een aantal van zijn kompanen op zich te verzamelen in de Burchtzaal te Edam. De genodigden vulden ieder een flesje leidingwater af en togen richting de Burchtzaal. Niet gehinderd door enig vorm van tijdsgebrek (als je geen gordijnen voor de raam hebt hoef je immers ook niet te klussen voor nieuwe) namen zij ruim de tijd om de dreiging van het steeds verder oprukkende barbarenleger te stoppen.
Toen iedereen binnen was nam een persoon met van die stukken op de armen van zijn colbert (het colbert maakte na de bevrijding en de eerste maanlanding wederom een historische gebeurtenis mee) het woord. ‘Heren welkom', sprak hij. ‘Ik heb vannacht gedroomd dat wij al die Volendammertjes in hun bouwbusjes met die kinderachtige lettercombinaties erop, een gigantische hak kunnen zetten. Wat dachten jullie ervan als wij de komende jaren iedere week bij elkaar kwamen met als enig en heilig doel om hun nieuw te bouwen wijken te ondermijnen.' Geroezemoes steeg op uit de zaal.
Een man met een zelfgebreide koltrui die er om bekend staat dat het wc-papier bij hem buiten hangt te drogen zei: “Wat een superidee, maar hoe krijgen wij dat in Godsnaam voor elkaar er ligt daar net als de vorige 95 jaar alleen een stuk weiland braak.” Triomfantelijk ging de man met het colbert staan. Sinds hij tijdens een ruzie met zijn broer had gevochten om een stuiver en zo het koperdraad had uitgevonden was hij financieel onafhankelijk en had hij nog meer vrije tijd als voorheen. ‘Welnu', zei hij: ‘wat dachten jullie ervan als wij een niet bestaande diersoort verzinnen en dan opperen dat deze in dat weiland leeft!' Hilariteit alom nu in de zaal. “Ja”, gierde een man in de zaal het uit ”zoiets als de gestreepte gele vlekkikker of zo”. De mannen huilden tranen van plezier (zuinig als ze zijn huilden ze met één oog) alsof ze zojuist achter de bank vandaan waren gekropen en de man met de collectebus nog net zagen weglopen. “Nee, serieus mannen in ons door regeltjes en bepalingen geteisterde kikkerlandje (licht gegrinnik om deze woordgrap) zou dit best eens kunnen lukken”.
‘Nee, denk je echt?', sprak een op leeftijd zijnde man met zweetplekken onder zijn arm al waren het de oren van Mickey Mouse. “We richten gewoon meerdere stichtingen op, dienen
iedere week een bezwaar in en maken die Volendammers helemaal gek. Die analfabeten kunnen nog niet eens schrijven en zij beschikken niet over de tijd die wij hebben. Terwijl zij denken te klussen voor hun huis breken wij de fundering weer af.' De stemming sloeg om in de zaal. “Maar”, stamelde de koperdraad Willy Wortel, “uitstel gaat ons nooit lukken, het wordt hoogstens afstel”. De man met het colbert die de beurscrisis in 1929 nog mee had gemaakt reageerde scherp alsof zojuist zijn favoriete boek ‘De wereld over met een kwartje' uit zijn uitpuilende boekenkast was gestolen.
“Afstel, mijne heren, de gedachte hieraan alleen al roept bij mij een verharding op in mijn
kruisstreek die ik niet meer gevoeld heb sinds ik een 1975 een tientje vond op straat.”
Er steeg nog een luid geschreeuw en gebrul op die vergelijkbaar is met een zitting in het Engelse Lagerhuis. De mannen hieven hun meegebrachte Spaflesjes ten hemel en proostten
op het succes dat hun deel zou worden.
Enkele jaren later kwamen zij weer samen eind december 2005. De stemming was uitgelaten.
De voorzitter nam emotioneel het woord. “Ik denk dat wij samen ons nu definitief hebben gevestigd tussen de grote helden en weldoeners uit onze geschiedenis”. Applaus steeg op uit de zaal. “Laten wij er samen op toasten dat die gefrustreerde Volendammertjes nu nog jaren moeten wachten op een huis, terwijl wij de waarde van onze huizen hierdoor alleen maar zien stijgen”. De man met zweetvlekken had wat douchewater opgevangen en bood dit de andere aanwezigen aan om bij wijze van hoge uitzondering iets te kunnen weggeven.
Er werd geproost op een nieuw jaar met vele bezwaarschriften waarna zij tevreden terugkeerden naar hun huizen want iedereen heeft het toch het recht om te wonen.
Of toch niet?