Moeder tussen haat en liefde
Moeder tussen haat en liefde
Af en toe gaat Sonja Schoorl nog onderuit. „Maar niet meer zo dat ik er écht kapot van ben", legt ze uit. Ze heeft afstand genomen van haar aan cocaïne verslaafde zoon. Kiest voor zelfbehoud. Maar helemaal loslaten? Nee. „Er blijft altijd een plekje in mijn hart, de liefde gaat nooit helemaal over."
De Purmerendse is soms de draad van haar verhaal kwijt. Niet van de emoties, die heeft ze goed onder controle. Ook al verhaalt ze over vele jaren van ellende, veroorzaakt door de drugsverslaving van haar enige kind. Ze vertelt openhartig en rationeel. Over pijn, verdriet, schuldgevoel, houden van en haten. „Het is triest hoe je je eigen leven kapot kunt maken. En dat van anderen meesleept."
Er is gewoon zóveel gebeurd, hoe moet je dat allemaal vertellen?
Of Sonja Schoorl een foto heeft van haar zoon? „Nee. Nou ja, ik heb er nog wel een van toen hij 15 jaar was. Nu is hij 31." En bellen met haar zoon is ook een probleem. „Hij had een mobiele telefoon. Maar die heeft hij laatst verkocht om aan drugs te komen." Voor de Purmerendse zijn dat vanzelfsprekende zaken. Na al die jaren met korte maar hoopvolle oplevingen en lange diepe dalen is Sonja veel gewend. Angst bijvoorbeeld. „ Ik ben echt wel eens heel bang van hem geweest. Heb zelfs wel eens de politie gebeld omdat ik naar mijn werk moest en hij buiten op straat op me wachtte." Zelfs haat: „Er zijn periodes geweest dat ik niets meer voor hem kon voelen. Er was alleen machteloze woede, zeg maar haat." En natuurlijk liefde: „Toch is er altijd een plekje in mijn hart. De liefde gaat nooit helemaal over. Maar ik weet dat ik om mezelf moet denken."
Blowen
Hoe het begon? „Hij was dertien, misschien al jonger, dat hij begon met blowen. Dat gebeurde - naarmate hij ouder werd - steeds vaker. Watje dan doet? Dan probeer je te praten, waarschuwen. Maar je wilt niet te paniekerig doen uit angst dat hij zich dan gaat afzetten. Het baarde me zorgen. Het geld van zijn krantenwijk verdween als sneeuw voor de zon. Hij werd van school gestuurd. je ontdekt steeds meer dingen die niet lekker gaan. En de leugens. Er kwamen steeds meer leugens."
Sonja kreeg het ook steeds moeilijker. „Veel zorgen, kreeg slapeloze nachten. Toen hij zeventien, achttien was, heb ik gezegd: zo wil ik niet leven. Als je niet verandert, ga je maar op jezelf wonen. Hij kreeg een flatje in de buurt. Prettig, want zo kon ik er nog wat zicht op houden. Maar het werd steeds erger: pillen, coke en weet ik veel wat. je probeert er wel over te praten, heb folders van de Brijderstichting op tafel gelegd, maar dan werd hij heel boos."
Afkicken
De spanning liep zo hoog op, dat Sonja een ultimatum stelde. Er volgde een afkickpoging. Een jaar lang werd hij behandeld door de Brijderstichting. „Daarna is het een hele tijd goed gegaan. Hij werkte, had een leuke baan, ging uit en was tevreden. Hij kreeg
een vriendin. Maar na een jaar ging het toch weer mis. En het werd snel erger. Hij maakte schulden. Ik heb geprobeerd te helpen, zijn geld beheerd, geld geleend. Maar uiteindelijk raakte hij ook zijn flat kwijt. je wilt niet weten hoe dat er aan toe gaat. Ze verkopen alles, van de koelkast tot de stofzuiger aan toe. Ook ik ben thuisgekomen dat opeens mijn video of stereo-installatie verdwenen was."
Bij zijn vriendin vond hij onderdak, maar ook dat ging mis. „Hij heeft een tijdje ergens anders gewoond. Bij het Leger des Heils. Geen leuk leven", zegt Sonja. „je moeder wil niks met je te maken hebben, je hebt geen vrienden. Dan ben je erg alleen." Er volgde een opleving. „Hij heeft een woning. Het ging goed, we hadden goed contact en ik voelde me zelfs op mijn gemak bij hem. Maar hij is weer teruggevallen. Hij zegt wel dat hij probeert er vanaf te komen, maar hij redt het niet. Ik heb nu zoveel beloftes gehoord, daar ga ik niet meer in mee." Een oplossing? „Dat is aan hem. Hij zou zeker twee jaar in een therapeutische instelling moeten. Voor zijn verslaving, maar ook voor de achterliggende problemen. Hij heeft nooit met zijn problemen kunnen omgaan."
„Ik zal als ouder vast fouten hebben gemaakt", realiseert Sonja zich. Maar het schuldgevoel is geslonken. „Wat er bij ons is gebeurd, dat gebeurt ook bij andere gezinnen. Maar het ene kind grijpt wel naar alcohol of drugs, en de ander niet. Natuurlijk heb ik soms een schuldgevoel, maar dat was voorheen veel groter dan nu. Ik heb afstand genomen, anders kun je niet verder. Er is een periode geweest dat ik niet kon werken zoals ik wilde. Het is voor jezelf ook heel moeilijk om een beetje plezier in je leven te houden. Gelukkig heeft zijn vader, we zijn gescheiden toen mijn zoon vijf jaar oud was, zich op de momenten dat ik het niet meer kon naar hem omgekeken."
Hoe ze er bovenop is gekomen? „Ik heb mensen bij wie ik mijn verhaal kwijt kan. Het is pas echt vreselijk als je niemand hebt of er niet over durft te praten. je moet de confrontatie aan met je eigen verdriet."
Ouders die zich aan willen sluiten bij Sonja Schoor] of meer informatie willen, kunnen contact opnemen met Sonja Schoort (telefoon: 0299 - 785 546 1 e-mail: adsl5330@tiscali.nl) of de Moedige Moeders in Volendam (www.moedigemoeders.nl)