Poolse Portretten: Jacek
Poolse Portretten: Jacek
Jacek leerden we kennen toen we eens een gastles gaven op het gymnasium waar hij leraar Engels was. Een strenge leraar, want toen we vragen gingen stellen aan zijn klas, durfde niemand zijn mond open te doen. We verzochten hem weg te gaan. Dat was kennelijk een rare vraag en hij had het er even moeilijk mee. Maar toen hij eenmaal weg was, kwam de klas los.
Na afloop hadden we een nagesprek en hij prees ons voor het idee hem de klas uit te sturen. Een Pool zou dat niet hebben gedurfd. Vervolgens begon hij zichzelf complimentjes te geven omdat hij de moed had gehad zijn klas te verlaten en zijn leerlingen in contact te brengen met mensen uit een andere cultuur. Het was nog maar kort na de val van het IJzeren Gordijn toen dit gebeurde. Pas later begrepen we dat hij doodsangsten moet hebben uitgestaan omdat afwijken van de bestaande regels op dat moment nog wel je kop kon kosten.
Het werd het begin van een inmiddels jarenlange vriendschap. Het begon met een vraag. In Nederland hebben ze van die goede fietsen, zouden wij een volgende keer niet een stel voor hem mee willen nemen? Zo geschiedde. Als dank voor onze inspanning werden we uitgenodigd voor een maaltijd. Een ‘maaltijd’ is eigenlijk niet het goede woord voor het koningsmaal dat op tafel kwam. Zijn vrouw Marisjia bleek een begaafde kokkin te zijn.
Verwonderd vroegen we ons af hoe Jacek met zo’n keukenprinses aan zijn zijde er in slaagde om slank te blijven. De vraag was tekenend voor onze onwetendheid en het antwoord tekenend voor de onbekendheid met elkaars situatie. Zij hadden met hun maaltijd niet onder willen doen voor wat wij als rijke mensen uit het Westen gewend zouden zijn. Zelf konden ze zich normaal slechts een sobere maaltijd veroorloven. Beiden zijn van huis uit ingenieur. De houtindustrie waar ze werkten was echter allang wegens inefficiëntie over de kop.
Ze hadden werk gevonden in het onderwijs. Hij als leraar Engels, zij als docente techniek. Hun gezamenlijk inkomen, bedroeg iets meer dan 1400 Z³oty, zo’n 350 euro. Via hen maakten we kennis met de belangrijkste sport van de middengroep in Polen: geen geld uitgeven. In plaats daarvan: ritstelen, ruilen, zelf maken, en duizend en een trucs om het leven op een vindingrijke manier goedkoper te maken.
De eerste keer dat zij naar Nederland kwamen, wilde Jacek hier een tweedehandse autoband op de kop zien te tikken. Hij was hier naar toegekomen met een rammelbak waarvan in de rechter voorband een gat was gerepareerd met een kurk. Zelfs het ritje naar een sloperij in Purmerend vond ik al riskant.
Jacek gebruikt zijn vrije tijd om aan particulieren engelse les te geven en vertaalwerk te doen. Als leraar kan hij het zich niet permitteren om zwart te werken. De bijverdiensten worden maandelijks keurig aan de belasting opgegeven. Alleen op zondag is hij vrij. Dat hij dan nog genoeg energie heeft om van alles en nog wat te ondernemen, verbaast ons iedere keer weer.
Jacek is in Polen eigenlijk een buitenbeentje. Zijn begaafde vader, adjunct-directeur buitenland van een tentoonstellings- en congrescentrum in Poznan, werd door zijn ondeskundige communistische bazen zo vaak vernederd, dat hij al vroeg overleed aan een hartaanval. Jacek werd anticommunist en bezwoer zichzelf nooit concessies te doen aan de autoriteiten in Polen. Principes kosten veel, maar hij is nooit gezwicht. Alleen sterke mensen kunnen dat.
Beter dan wie dan ook die wij daar kennen, is hij in staat om de gevolgen van de communistische overheersing voor Polen te verhelderen. De paar generaties waarvan veel mensen zijn opgegroeid zonder individueel initiatief en verantwoordelijkheidsbesef, vormen nu het dode hout van de Poolse economie.
Jacek’s eerbied voor kwaliteit is bovengemiddeld en eigenlijk legendarisch. Als wij, terugkomend van een rondreis, in zijn 60 vierkantemeterflatje vertellen van onze ervaringen met kapotte lampen, niet functionerende toiletten of douches in traditionele Poolse hotels, leeft hij op in zijn verontwaardiging over het gebrek aan kwaliteitsbesef van zijn landgenoten. Hij confronteert zijn leerlingen met dat soort verhalen om hen dat besef bij te brengen.
De tweedehands fietsen die we ooit meebrachten, zien er nog fantastisch uit. Ze worden met liefde onderhouden. Met gemak vervangt hij spaken. Maar die moeten wel uit Nederland komen. In Polen is alleen maar goedkope Chinese troep te krijgen, althans volgens Jacek.
Ook onze kampeertafel deugde in zijn ogen niet. We hebben nu een houten exemplaar vervaardigd door Jacek. Niet eens veel duurder, maar hij gaat beslist een leven lang mee.
Tegenwoordig vragen we ons bezorgd af hoeveel energie hij nog blijft stoppen in het onkruidvrij maken van zijn landje. Het lijkt onbegonnen werk, maar hij weet niet van opgeven. Voor de volgende keer hebben we een boek als kadootje voor hem mee: ‘Lawncare for dummies’ (gazononderhoud voor onhandigen). Als het hem lukt, mag hij ons daarna les geven.
Peter Louter. (voor reacties: louterlink.web-log.nl)