Forse kritiek op onderzoek in Volendamse zedenzaak
Forse kritiek op onderzoek in Volendamse zedenzaak
De Haarlemse officier van justitie M. Oudendijk heeft gisteren bij de rechtbank forse kritiek geleverd op de politie Zaanstreek Waterland in het onderzoek naar de aanranding van twee Volendamse meisjes. De politie zou alleen een 22-jarig Volendammer als verdachte hebben beschouwd. Hij vroeg vrijspraak.
In december 2004 werden in Volendam twee dagen na elkaar een 11-jarig en 7-jarig meisje aangerand. Het oudste slachtoffer wist te vluchten, maar het andere werd uitgekleed en betast. De incidenten leidden tot grote beroering. Een maand later werd de Volendammer (22) opgepakt. Hij ontkende aanvankelijk, maar legde later een bekentenis af. De verdachte zei gisteren dat hij dit onder druk van de politie deed. „Ik zou mijn ouders voorlopig niet zien en mijn baan kwijtraken. Ik wist niet meer wat ik deed." Ook zou de politie zijn advocate, K. Roelofs, hebben geweigerd bij een verhoor.
Officier Oudendijk gaf toe dat het politieonderzoek 'ronduit slecht' is geweest. Volgens haar is de Volendammer in beeld gekomen, omdat er in 2000 ook een meisje is aangerand, waarbij de dader op de verdachte leek. Niettemin zou hij nog veroordeeld kunnen worden, omdat hij de politie details vertelde die alleen de dader kon weten. De officier stapte ook van die mogelijkheid af, omdat de verdachte de kennis in het dorp kon hebben gehaald. „Het halve dorp bemoeide zich ermee."
De conclusie van de wanklaagster was dat zij kon beweren dat de Volendammer de dader was. „Het zou kunnen, maar het kan ook` iemand anders zijn." Oudendijk vroeg om vrijspraak. Advocate Roelofs kon zich hierin vinden. Ze vond ook dat de Volendammer niet op grond van dorpsroddels kan worden veroordeeld. Uitspraak is 27 februari.