Poolse Portretten: Jacek (2)
Poolse Portretten: Jacek (2)
Een paar weken geleden heb ik u kennis laten maken met mijn Poolse vriend Jacek, de man die maandelijks rondkomt van zijn vindingrijkheid en lange dagen van inspanning. Ik mag hem graag. Iedere keer als we elkaar ontmoeten, storten we ons in een stevige knuffel van Oost-Europese snit.
Dat is niet altijd zo geweest. Als rechtgeaarde West-Europeaan had ik helemaal niets met dat geknuffel. Integendeel, ik vond het maar raar. De eerste jaren dat wij in Polen kwamen, wapende ik me tegen dat geknuffel door mijn hand als begroeting ver uit te steken. Zo hield je ze op afstand. We stonden eigenlijk wel open voor hun omgangscultuur. Ik had me ook aangeleerd om dames, naar de gewoonte van het land, met een zwierige handkus te begroeten. Daar was ik zeer bedreven in geraakt. Ja, tot we er achter kwamen dat je dat alleen deed bij mensen die je niet goed kende. Bekende dames lieten ons snel weten dat ze geknuffeld wilden worden en namen vaak zelf het initiatief, dat ik aanvankelijk beschroomd over me liet komen. Uiteindelijk ben ik ook voor de barrière van knuffelende mannen gecapituleerd.
Jacek nam het initiatief. Toen we elkaar weer eens ontmoetten, spreidde hij zijn armen wijd uit, zodat mijn uitgestoken hand doelloos in de lucht kwam te hangen. ‘Come on, man, let’s have a big hug’, brulde hij enthousiast en uitdagend tegelijk. En voor het eerst sinds ik vijf of zes jaar was, raakte ik in een omhelzing met een man die me stevig op de wangen kuste. En ik was bekeerd. In een flits realiseerde ik me dat bij een ontmoeting mijn lichaamstaal in woorden tekort schoot bij het uitdrukken van mijn blijdschap. De genegenheid die Jacek in zijn ‘big hug’ onder woorden bracht, was overweldigend. Sindsdien zoen ik mannen. Nou niet ‘getver’ roepen, want u weet niet wat u mist. U hoeft ook niet bevreesd te zijn voor een hartelijke ontmoeting met mij. Ik houd het bij Poolse mannen en mijn beide volwassen zoons. Iedere keer als ik ze zoen, voel ik dat daar meer van mijn hart in ligt dan in ieder ander gebaar van genegenheid. Het is een welkome uitbreiding van de magere woordenschat in mijn lichaamstaal. Ik zal Jacek dankbaar blijven voor het feit dat hij me over die drempel heeft geholpen.
Er is één onderwerp waarover ik met Jacek nauwelijks kan praten. Homo’s. Dat is raar, want hij gaat verder niets uit de weg en ons beider engels is goed genoeg om diep te gaan. Ik heb het idee dat hij er wel mee worstelt. Af en toe kan hij het niet nalaten om weer eens een provocerende zin te wijden aan de acceptatie van homo’s in het westen. Als ik me echter laat verleiden om er op in te gaan, klapt hij dicht. Inmiddels heb ik geaccepteerd dat hij op dit punt vastzit aan een jarenlange inprenting waar hij emotioneel aan vast geklonken zit.
Voor mij is het ook de bron geworden voor een nieuwe theorie.
De afwijzing van homo’s is het sterkst in islamitische en Oost-Europese landen. Allemaal landen waar mannen gewoon zijn om elkaar hartelijk te knuffelen. Door het accepteren van knuffelende homo’s zou het onderscheid vervagen. Hoe kun je dan nog mannen knuffelen zonder helder te houden dat je geen homo bent? Het lijkt er dus op dat de acceptatie van homo’s in die landen gepaard zou moeten gaan met het opgeven van de knuffelgewoonte. Mijn theorie wordt bevestigd door de Poolse jongeren. Ze staan meer open voor homo’s en vinden knuffelende mannen vaak maar ouderwets.
De theorie leidt weer tot een nieuwe. De acceptatie van homo’s hier, zal pas voltooid zijn als mannen hun angst om elkaar te knuffelen laten varen. Als ze ophouden elkaar dat gebaar van genegenheid te ontzeggen in de angst voor homo te worden versleten. Ik ben hoopvol gestemd. Om mij heen zie ik het taboe om elkaar in genegenheid aan te raken langzaam verdwijnen. Waar botsing tussen culturen al niet toe leidt!
Het meest gedreven raakt Jacek als hij over voedsel praat. Hoewel hij amper in staat is om een ei te bakken, raakt hij in vuur en vlam als het over zijn favoriete gerechten gaat. Zijn gezicht begint dan te stralen en zijn gebaren en mimiek worden meer ingehouden en preciezer. Zijn niet geringe vertelkunst bereikt bij dit onderwerp de allergrootste hoogte. Door zijn suggestief vertellen, loopt het water je in de mond en heb je nog maar één verlangen: dat wil ik proeven. Zijn verhalen hoe zelfgeplukte, wilde paddestoelen, vooral vleesgerechten een smaak kunnen geven die bijna tot een hemelse ervaring leidt, kunnen pijn doen. Het gerecht is nooit bij de hand, we moeten het doen met een belofte en uitgestelde ervaring. En voor die belofte heeft hij zijn vrouw Marisjia nodig om te bewijzen dat zijn verhalen geen verzinsel zijn. Ze kan het. Tegenwoordig is mijn favoriete gerecht de door haar bereidde pens. Nou niet weer ‘getver’ roepen. U weet gewoon niet wat u mist. Het is bovendien een mooie opening voor de ‘Poolse zondag’. Ook van Jacek geleerd. Men neme bij een vroege lunch een buikvullend en zinnenstrelend gerecht. Als dessert een paar biertjes en een of twee wodka’s. De rest van de middag ligt u uren lang vredig en nagenietend op uw ligbed, af en toe bijkomend uit een lichte sluimer om de te beseffen dat het leven mooi en goed is. Het mag ook op een doordeweekse dag.
Peter Louter