Naar de inhoud

Tribute voor the Cats

Bron: Peter Louter in NIVO

Tribute voor the Cats
Het is begin zeventiger jaren van de vorige eeuw. We wonen in het oosten van Nederland, niet ver van de duitse grens. Het is mooi daar. Maar het bekoort me niet. Het is een land zonder verten, zonder horizonnen zonder sloten en zonder koeien. Ik kan niet ver genoeg kijken en dat benauwt me. In de auto, op weg naar werk, wordt een nummer van ‘The Cats’ aangekondigd. Ik ben vergeten welk nummer dat was, maar het moment herinner ik me nog als de dag van gisteren. Ineens raakt mijn auto gevuld met verten en horizonnen, met water en wind en met het verlangen naar het landschap van mijn jeugd. Eigenlijk besef ik niet waar het nummer over gaat. Maar het ontroert me en het ontsluit gevoelens waarvan ik me niet bewust was. Dat geluid wil ik vaker horen. Ik zal en moet een plaat van ‘The Cats’ hebben. Ik heb nog nooit van ze gehoord, maar ik voel dat ze een snaar bij me raken die ik wel vaker wil laten trillen. Het is het verlangen naar het landschap van mijn jeugd.

Net verhuist, jong gezin, eigenlijk staan platen van popbandjes helemaal onderaan op onze prioriteitenlijst. Maar die prioriteitenlijst is op slag veranderd. Ik kan niet verder zonder die muziek. Tijdens de pauze van mijn werk in de grote stad ga ik op zoek. Bij de plaatselijke V&D vind ik waar het me sinds kort aan ontbreekt. De plaat heeft een gouden hoes met groene letters. De pretentieuze ondertitel luidt: ‘Colour us Gold’. Ik heb hem nog steeds.

Ik ga wat vroeger naar huis dan anders. Stralend en vol verwachting draag ik mijn trofee naar binnen en loop rechtstreeks naar de platenspeler. “Moet je dit eens horen”, roep ik tegen mijn vrouw. Nieuwgierig loopt ze naar me toe en constateert op een ontnuchterende toon: “Je hebt een plaat gekocht, nou, nou, jij barst zeker van het geld?” Ik negeer haar compleet en ga verder met waar ik mee bezig ben, een plaat opzetten. Ik neem met overmoed het risico van haar afkeuring. Ik weet zeker dat het ook haar zal raken. En dat doet het. Het is overdreven om te zeggen dat bij het horen van de muziek de tranen over onze wangen biggelen. Maar het is zeker dat we beiden ontroerd luisteren naar de muziek die onze huiskamer vol tovert met verten en horizonnen.

Het is onze eerste popplaat naast een bescheiden collectie klassieke muziek. Maandenlang zal hij onze favoriet zijn. We luisteren keer op keer en zonder dat we het direct beseffen, ontstaat een verlangen dat niet valt te negeren. We willen terug, terug naar de kust, terug naar de open landschappen, terug naar de verten, terug naar het water. De muziek van ‘The Cats’ hebben een verlangen gewekt dat vóór die tijd niet benoembaar was.

Dat verlangen ging verder zijn eigen weg. Iedere keer als we terug waren in Noord-Holland leek het meer op thuiskomen dan op bezoek zijn. We hoefden elkaar maar aan te kijken om te weten dat we terug wilden. Wij horen bij dat landschap en dat landschap hoorde bij ons. “Sail Away” gezongen door Piet Veerman, werd de drager van het verlangen om op weg te gaan. Op weg naar huis.

Sindsdien zijn we fans van ‘The Cats’, maar noem die muziek in ons bijzijn geen palingsound. Het is misschien een typisch Volendams geluid, ik hoor het ook bij Carola bijvoorbeeld, maar het is veel universeler dan dat misplaatste paling-etiket. Misschien ga ik nu overdrijven, maar het is geluid dat verlangen wekt. Het verbindt verleden en toekomst omdat het uitdrukking geeft aan het universele gevoel van heimwee naar een toekomst die we niet precies kennen, maar waarvan de landkaart in ons hart ligt opgeslagen.

Misschien dat de muziek voor iedereen dezelfde heimwee wekt, maar telkens een persoonlijk landschap oproept. De muziek is bijvoorbeeld in Duitsland nog steeds populair. Iedere keer als we, op weg naar of vanuit Polen, door Duitsland rijden, horen we Catsnummers op de radio. En ook in Polen zijn we een Catsfan tegen gekomen. Een vrouw die een cassettebandje met krakende muziek opzette om ons te laten horen welke muziek haar heimwee naar de toekomst vertolkt. Het geheim van de Catsmuziek ligt in de combinatie van melodieën, ritme, harmoniën, stemmen, akkordwisselingen en versierlijnen. Het is opgetrokken uit vakmanschap, toewijding en begeestering.

Ik weet niet of ‘The Cats’ het zelf beseften toen ze die muziek en die stijl ontwikkelden. Het publiek heeft het echter altijd geweten. Veel nummers zijn terecht klassiekers geworden.
De Catsleden zijn beslist aangeraakt door een magie die hen groter heeft gemaakt dan ze zelf zijn. Ze zijn gekust door een muze en die liefde hebben ze met overgave beantwoord. Prachtige muziek is daar uit voort gekomen.

Het meest verdrietige nummer vind ik ‘The end of the show’ met Cees Veerman als zanger. Aan alle dingen komt een einde, in dat nummer is dat prachtig tot uitdrukking gebracht.
De fan-organisatie heeft er goed aan gedaan om een laatste tribute te organiseren. Het lintje dat ze daarbij kregen van de Koningin, is van ons allemaal en ook van de Koningin zelf. Op de perspresentatie werd verteld dat de muziek van ‘The Cats’ ook tegen de binnenmuren van paleizen weerkaatst.

Peter Louter (reageren kunt op: www.louterlink.web-log.nl)

3 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • De beroemde natuurkundige Stephan Hawking leed aan de ziekte ALS. Gekluisterd aan zijn rolstoel communiceerde hij met de wereld middels een computer. En men luisterde.

    Het gaat er niet zozeer om hoe je iets zegt, maar wat je zegt.

    Dat neemt niet weg dat taal, in dit geval een dialect, belangrijk is voor de cultuur van een bevolking. Ik hoor vaak via mijn slaapkamerraam Volendammers in gesprek voorbij lopen. Er trekt een heel universum aan je voorbij. Meer dan die paar woorden.

  • @Je hebt geen gelijk

    Kun jij mij uitleggen waarom je moet fuseren terwijl je ook gewoon kunt samenwerken waarbij je baas in eigen huis blijft? Ik heb nog geen enkel steekhoudend argument van Runderkamp en de zijne mogen lezen. Waar vind ik de risicoanalyse van de fusie? Waar is het due dilligence-onderzoek?

    Onderzoeken door organisatiewetenschappers (zoals hoogleraar Hans Schenk) wijzen keer op keer uit dat fusies nooit een succes zijn. Rond de 65 à 80 procent van alle fusies loopt op een mislukking uit. Vaak blijkt alles veel duurder te zijn dan van tevoren was berekend en de efficiëntie, synergie en bestuurbaarheid waarop wordt gehoopt, blijft meestal uit.