Naar de inhoud

Het was me een gekkenhuis!

Bron: Peter Louter in NIVO

Het was me een gekkenhuis!
28 maart in het Spoor van 16.00 tot 19.00 uur. De verwachtingen waren laag, maar het Spoor was afgeladen. Alle zitplaatsen bezet, een tekort aan geïmproviseerde zitplaatsen, sommige mensen moesten staan. De organisatie was blij met die onverwachte opkomst.
Het thema van de bijeenkomst was: ‘doorbreek je isolement’. Het doel van de bijeenkomst was om te peilen of er in Volendam behoefte is aan een ontmoetingsruimte voor mensen met een psychiatrische aandoening.

Ik heb daar maar meteen een pleidooi gehouden om die laatste omschrijving voor goed te vergeten. Als je het aan je hart hebt, zeg je gewoon: ik heb het aan mijn hart. Je zegt niet: ik heb een cardiologische aandoening. Als je diabetes hebt zeg je ook niet dat je aan een endocrinologische aandoening lijdt, behalve als je heel geleerd wil overkomen. Nee, zeg maar gewoon dat je manisch-depressief bent, schizofreen of dat je een angststoornis hebt.

En als je dan toch een verzamelnaam wilt, kun je nog altijd zeggen: ik heb het aan mijn hersens. Een psychiatrische stoornis is op de eerste plaats een ziekte van de hersens.
Het ligt niet aan je karakter, je opvoeding, je huwelijk of je capaciteiten. De aanleg voor dit soort ziekten wordt via de genen doorgegeven. Van mijn eigen aandoening: manisch-depressiviteit is recent het gen ontdekt dat de verkeerde eiwitten produceert.

Van schizofrenie hebben psychiaters jarenlang geroepen dat het komt door een gevoelsarme moeder of het praten met dubbele bodems. Daar hebben ze duizenden mensen hopeloos ongelukkig mee gemaakt, misschien wel gek. Ik voorspel dat ze het gen, dat daar voor verantwoordelijk is, vandaag of morgen ook wel zullen vinden. In Nederland heeft ongeveer 10% van de bevolking op dit ogenblik een hersenziekte, waarvan het gemeenschappelijke kenmerk is dat de lijders aan dat type ziekte wanen hebben. Het mechanisme om de indrukken van de zintuigen correct aan de hersens door te geven werkt dan niet goed meer. Bij de meeste mensen is dat verschijnsel met medicijnen te verhelpen.

In onze gemeente komt 10% overeen met zo’n drieduizend mensen. In Volendam komt depressiviteit iets vaker voor dan gemiddeld. De helft van de mensen die het treft, heeft medische hulp nodig. Het aantal dat werkelijk hulp krijgt ligt veel lager. Ziekten waarbij de waan het meest kenmerkende verschijnsel is, staan in een verkeerd daglicht. Onbekendheid met de aandoening is daarvan de belangrijkste reden. Deze onbekendheid veroorzaakt door gebrek aan inzicht: angst, schaamte, afwijzing en vermijding. Het beeld wordt nog te veel bepaald door de historie van deze ziekten. Vroeger leerde ik dat ik die mensen moest mijden en al helemaal niet kwaad moest maken. Dankzij de moderne medicijnen is daar allang geen reden meer voor.

Bij een waan is de waarneming van jezelf en de buitenwereld verstoord door een defect in de chemie van de hersenen. Ter compensatie beginnen je hersenen dan maar op eigen houtje de zaak in te vullen met ‘droombeelden’. Evolutionair oudere delen van de hersenen worden dan actiever dan ze zouden moeten zijn. Je normale ego valt weg. Een buitenstaander ziet dat gemakkelijk. Als je er zelf aan lijdt, verkeer je echter in de waan dat het drogbeeld, dat je hersens produceren, de werkelijkheid is. De vatbaarheid voor stress is ook en kenmerk van de gebrekkig functionerende hersenchemie.

De waan zelf hoort bij de acute fase van de ziekte. In de herstelfase brengen medicijnen het beeld van de werkelijkheid weer terug. Veel mensen hebben maar één keer een acute fase. Als je pech hebt, overkomt het je vaker, soms veel vaker. Bij depressiviteit zie je alles zwart, vooral jezelf. Je ziet jezelf als een last voor je omgeving. Door die waan besef je niet meer dat niemand volmaakt is en het leven ook niet volmaakt kan zijn. ‘Normale’ mensen lukt het wel om met die onvolmaaktheden te leven. Die gebruiken mechanismen als verdringing, rationalisering en projectie als overlevingsstrategie.

De suïcidaliteit die de acute fase van deze ziekten, vooral depressiviteit, kenmerkt, heeft trouwens merkwaardige kanten. Mensen die het hebben meegemaakt denken niet in termen van zelfmoord zoals dat door de buitenwereld wordt waargenomen. Ze voelen zich vooral uitgenodigd om het leven los te laten en zich te voegen bij een soort van onmetelijk brein. Dat kan een obsessie worden die zonder ingrijpen niet meer over gaat. In spirituele tradities worden wanen als positief opgevat omdat ze, ondanks hun verwarrende symboliek, tot rechtstreekse waarnemingen zouden leiden. ‘Normale’ mensen zouden alleen maar met zichzelf en de wereld kunnen leven omdat hun waarneming de werkelijkheid verdraait en mooier maakt dan hij in feite is. Daar zou iets in kunnen zitten. We hebben echter een taak in deze wereld en een hersenziekte is daarbij een handicap.

De erkenning van de ziekte is de eerste stap op weg naar herstel. Die erkenning strandt nog al eens op schaamte, verzet en afwijzen van hulp. Als samenleving helpen we met onze angst het taboe in stand te houden. Het doorbreken van het taboe is letterlijk van levensbelang. Lotgenotencontact kan daarbij helpen. Met een ontmoetingsplek kunnen veel mensen worden geholpen. Voor mensen die in de ontkenningsfase zitten of in een acute fase, help dat niet. Daarom heb ik er op die bijeenkomst voor gepleit om een ‘maatjesproject’ op te zetten. Mensen die de zo’n ziekte hebben doorgemaakt, kunnen vooral in die situaties een rol spelen omdat ze aan een half woord genoeg hebben en hun eigen geschiedenis als spiegel kunnen gebruiken.

Er waren veel mensen in het Spoor. Ik hoop dat we nu met genoeg mensen zijn om met de afbraak van dat taboe te beginnen en lotgenoten op weg te helpen. Je bent zoveel méér dan je ziekte. Ook dat deel vraagt onuitputtelijke aandacht. Niet alleen voor jezelf, óók voor je omgeving. Doorbreek je isolement! Je huisarts heeft wel een adres.

Peter Louter. (reacties mogelijk via www.louterlink.web-log.nl)

3 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.