HV Kras Volendam het eigen land allang ontgroeid
HV Kras Volendam het eigen land allang ontgroeid
De handballers van Volendam zijn in eigen land al twee jaar bijna onverslaanbaar. Om ook in Europa een rol van betekenis te kunnen spelen, moet het niveau van de competitie omhoog.
De cijfers spreken voor zich: 44 punten uit 22 wedstrijden en een positief doelsaldo van 238. De handballers van Volendam zijn al twee seizoenen vrijwel onverslaanbaar in eigen land. De hegemonie van de club heeft de competitie tot een gedrocht gemaakt, die elke vorm van spanning ontbeert. Tachos en Aalsmeer zijn de enige teams die het Volendam in de reguliere competitie lastig konden maken. Zij moeten ook tegenstand leveren in de onlangs begonnen play-offs. De enorme voorsprong op de rest levert Volendam aanzien en inkomsten op, maar werkt ook in het nadeel van de club. Hoewel de spelers anders beweren, zijn potjes tegen zwakke broeders als UDSV en AHC weinig uitdagend. Vorig seizoen werd alleen verloren in de play-offs, van Tachos. Volendam, kortom, is uitgeleerd in Nederland.
Als je twee seizoenen bijna alles wint, kost het af en toe behoorlijk wat moeite je op te laden voor een wedstrijd in een uithoek van het land', zegt Patrick Kersten. 'Daarom zou een topcompetitie voor ons ideaal zijn.' Tegelijk beseft de routinier, die jaren in de Bundesliga uitkwam voor Emsdetten, Solingen en Göppingen, dat handbal in Nederland nooit zo groot zal worden als in Duitsland, waar wedstrijden tienduizenden toeschouwers trekken en spelers als vedetten worden behandeld en betaald. 'Bij de buren is handbal cultuur. Hier beschouwen te veel clubs de sport als hobby.'
Zijn coach Peter Portengen deelt die mening en waarschuwt: 'Er moet wat gebeuren in Nederland, anders is de aansluiting met het buitenland voorgoed verloren.' Het zou logisch zijn dat andere clubs de succesvolle aanpak van Volendam kopiëren. Maar hoe kan het dat nog altijd niemand op het idee is gekomen ook zes tot acht keer per week te gaan trainen?Portengen: 'Omdat ze denken dat het niet kan wat wij doen. En omdat ze bang zijn hun hoofd boven het maaiveld uit te steken. Ze denken dat hun kop er dan wordt afgehakt.'
Die conservatieve houding had vrouwenbondscoach Sjors Röttger al eerder bespeurd. Hij is in gesprek met de clubs om de vrouweneredivisie naar een hoger plan te tillen en te redden wat te redden valt. Alleen door veel meer te trainen en speelsters sneller beter te maken, kan Nederland de strijd aan met de andere landen, zo betoogt hij. De clubs die wel in zichzelf durven investeren, zijn cynisch, zegt Portengen. 'Ze hebben deze gedachte: waarom zouden we tijd en energie steken in het beter maken van de spelers als ze toch over twee jaar weggaan?'
Omdat de eredivisie zo ver achterloopt bij bijvoorbeeld de Bundesliga, vertrekken veel spelers al op jonge leeftijd naar het buitenland. Kersten ziet daar de bezwaren niet van in. 'Hier te lang blijven is funest voor je carrière, want je ontwikkelt je niet. We mogen er trots op zijn dat we spelers leveren aan het buitenland.' Portengen is het daar niet mee eens. 'Het is niet goed dat Nederlandse clubs elke twee jaar hun beste spelers kwijtraken, omdat ze uitgeleerd denken te zijn of in het buitenland meer kunnen verdienen. We moeten proberen die jongens langer hier te houden. Door ze beter te betalen of door ze een goede combinatie van studie en sport te bieden.'
In een Bankras-model geloven ze bij Volendam niet. Kersten: 'Daar wordt al over gesproken sinds de volleyballers daarmee zijn begonnen. Maar het is altijd bij praten gebleven.' Bij de landskampioen hebben ze de hoop opgegeven dat andere clubs zich willen inzetten voor een betere competitie. Daarom hebben ze hun eigen plan getrokken. Door zo veel mogelijk te oefenen tegen Europese clubs en meer te trainen dan de tegenstanders uit de eredivisie, moet Volendam ook in Europa succes boeken. Vooralsnog is de kloof met tegenstanders uit zowel de Champions League als de zwakkere EHF Cup veel te groot gebleken. Portengen: 'We rekenen dat onszelf aan, want we hebben niet genoeg laten zien.' Maar het is niet in Volendams voordeel dat de eredivisie zich niet ontwikkelt, erkent hij.
Evenmin wordt Portengen geholpen door een florerend nationaal team. De vrouwen van Röttger werden vijfde bij het WK, maar de nationale mannenploeg stelt al jaren niets voor. De kwalificatie voor het WK was voor de jonge spelers een kansloze missie, waarnaar Portengen met argusogen heeft gekeken. 'Er zit potentie in de ploeg. Maar het probleem is dat het team te weinig internationale wedstrijden speelt. Dat komt door de beperkte mogelijkheden van de bond. Er lopen jongens van 24 rond die slechts dertig interlands op hun naam hebben staan. In andere landen is dat uitgesloten.'