De wonderbaarlijke visvangst van de VD64 (video)
De wonderbaarlijke visvangst van de VD64
Het is het guppy van het IJsselmeer: de spiering. Minuscuul visje. Nog kleiner dan een sardine. Delicatesse in Spanje, Portugal en Frankrijk. Gaat met huid en haar in de frituur. Twee jaar lang mochten de IJsselmeervissers niet uitvaren om spiering te vangen. Want de stand was op een historisch dieptepunt. Afgelopen week, bleek het tegendeel. Het krioelde van de spiering. Mee met de broers Schilder voor een wonderbaarlijke visvangst.
Klik hier voor een op de VD64 gefilmd verslag van verslaggever Rien Floris.
Ooit hesen ze de doodshoofdvlag in top. De Volendammer broers Patrick, Jack en Gerrie Schilder. Piraten van de IJsselmeervloot. De jongste vissers toen. Banken van kerels. Spieren als staalkabels. Zwaar sjekkie in de mondhoek. Verslepen na een hernia 'gewoon' weer fuiken vol vis. Maar moeders heeft de broek aan. Jack mag thuis binnen niet roken. Om kwart voor vijf slaat de scheepsdiesel aan. Een paar honderd viskisten aan boord. Lekker optimistisch op de grootste zoetwaterplas van Europa waar je de vis met een vergrootglas schijnt te moeten zoeken. Vader Gerrit (63) vaart ook mee, want de spieringvangst is nogal bewerkelijk. Hij zet koffie. Da's mooi. De Centrale Post IJsselmeer meldt een naar west ruimende wind kracht vijf en meer. Watertemperatuur van 8,7 graden. Al weer bijna te warm voor de spiering, want die doet het goed in koud water. Als de temperaturen stijgen, sterft de IJsselmeergup voor een deel uit.
Schaatsbroek
Weg uit de Trintelhaven, halverwege de dijk Enkhuizen-Lelystad. Op naar de vierhonderd schietfuiken die gisteren zijn 'geschoten'. Akelig donker. En koud. Dus de schaatsbroek onder de spijkerbroek. Hebben die rauwdouwers zeker geen behoefte aan. Hmm. Er is een probleem. Groot probleem. De verwarming heeft het begeven. „Je hebt toch kleren aan", moppert Gerrie. Hij maakt zijn broers jack en Patrick uit voor de twee grootste koukleumen van West Europa. Buiten is het een graad of vijf. Met de deur dicht (en een schaatsbroek) valt het best mee. Maar in je oliepak in weer en wind is het anders, weten Patrick en jack. „Dan word je een ijsklomp.” De lekke cv-pijp wordt gerepareerd. Tuinslang er op en hup de mannen kunnen de radiator vullen. Hij wordt nog warm ook. Centrale Verwarming met IJsselmeerwater.
Mopperen
Het visserskwartet moppert dat het een lust is. Alles wat misgaat, is de schuld van een ander. Jack is mopperkampioen. Vader Gerrit: „Hij wil mij de hele dag de hoerenklussies laten doen, nou mooi niet. Ik ben mee om te helpen. Helpen, ja?!" Ochtendgloren om zes uur. Koffie met gevulde koek. Afzeiken kunnen ze als de besten. Begin over aalscholvers, ambtenaren en het ministerie dat de IJsselmeervvsserrj wil halveren. „Wij houden 1500 ambtenaren aan het werk. Toen we gisteren vertrokken stonden bij alle havens wagens van de AID en was er een helikopter in de lucht. Voor Willem Holleeder rukt die niet uit. Voor ons wel. Dat heeft meer gekost dan wat alle IJsselmeervissers met de spiering verdienen."
Dan de biologen en de aalscholvers. „Er zouden niet meer vogelkolonies komen. Maar op De Kreupel (een nieuw natuureiland in het IJsselmeer) zitten er een miljoen. En dat maal 600 gram vis per dag. Dan vissen wij het IJsselmeer zeker leeg." Vogels en biologen houden ze het liefst een paar dagen onder water in de visbun. En minister Veerman die vorige zomer nog met ze meevoer, kan er zo langzamerhand ook wel bij. „Want die luistert ook niet naar ons. Er is geen spiering, zeggen ze steeds: Maar wacht maar af. Er is spiering zat."
Vlaggetje
Op naar de 'Rotterdammer hoek'. Voorbij Urk, richting Lemmer. Daar hebben ze de fuiken staan. Op jacht naar een vlaggetje aan een bamboestok in de loodgrijze waterplas. Daar zitten dan twintig fuiken aan vastgeknoopt. Schietfuiken. Met af en toe een kluwen oude kettingen om de zaak op de bodem te houden. Vijf voor zeven worden de eerste gelicht. Gerrie plukt met een oude bezem de stok met vlag uit het water. En hup daar volgt de fuik.
Het is teamwerk. Gerrie sleept de fuik aan boord over de rol. Schipper Patrick heeft de afstandsbediening van het roer bij de hand en spuit de fuiken schoon. Vader Gerrit knoopt de fuik los en leegt het net samen met Jack in het visruim. Jack knoopt de boel weer aan elkaar vast, vloekt nog eens tegen vader dat ie iets verkeerd doet en stapelt de fuiken netjes op elkaar. Want als het hier goed vangt, gaan ze zo weer over boord om opnieuw een nachtje spiering te vangen. Niet slecht dit eerste 'laagje'. Zo noemen de vissers een rij van twintig fuiken. Het krioelt al van de spiering in het ruim. Jack glimt. „Ik krijg zo'n tevreden gevoel in mijn lijf. Want we vangen ook wel eens veel minder."
Telefoon
Tien kisten uit twintig fuiken. Niet geweldig, maar het is vis. En daar leven ze voor. Als eenzame piraten ver van de bewoonde wereld. Volop in de natuur. Vrijheid. Maar daar rinkelt de telefoon in de stuurhut al weer. Hoeveel ze hebben gevangen willen de collega's weten. En waar ze liggen met VD 64. Helt lijkt wel een varend kantoor. Vader Gerrit zet zijn levenswijsheid 'je moet vooruit kijken niet achteruit', om in daden. Draait valst een paar sjekkies voor straks. Want in oliepak met handschoenen valt geen saffie te bouwen. Dat weet Jack ook, maar die heeft zijn hoop op mij gevestigd. Een hoofdknik en een 'effe draaien' en ik rol weereen zware. Steek 'm in de brand en speel op het ritme van de golven ezeltje prik om de peuk tussen jacks lippen te duwen. Nog nooit zoveel sjekkies gedraaid.
Het rollenspel draait om als de fuiken moeten worden 'geschoten'. Gerrie aan de knoppen in de stuurhut, Jack achterop met de spuit en 'ons Va' en Patrick bij de fuiken die ze overboord mikken. De fuiken moeten strak langs de dijk in een rij. Daarom staat Gerrie aan het roer. „Omdat het een kunstwerk is". zegt hij. „En nou uit die deuropening want anders kan ik het niet zien. Dan krijgen we brokken.' Kwart over acht. Eén ruim al vol. Het gaat steeds beter. De weeë lucht van spiering hangt over het dek. Nu snap ik waarom het 'komkommervisje' heet. Onder de laarzen een spieringpap. Tegen de middag twee ruimen vol. „Volgens de biologen is er geen spiering. Nou je ziet het. Spiering zat". zegt Patrick.
Schuld
Maar het volgende rijtje valt tegen Dat was het rijtje van Va, dat zo dicht langs de kust moest. 'Stijf op de stienen'. Of komt het door Gerrie, of is het Jack z'n schuld. Weinig vis, iemand moet het hebben gedaan. Daar gaat de telefoon weer. Hoornse schipper Last meldt 12 fuiken die 70 bakken vis opleveren. En 45 kisten uit één fuik. Op naar 'laagje’ nummer elf. Nog eentje voor we op Trintelhaven aangaan, waar de koelwagen al wacht. Jack voelt zijn rug en wil liever naar huis. „Jack wil geen geld verdienen'' plaagt Gerrie.
En dan slaat de wonderbaarlijke visvangst toe. Hoe Gerrie ook sjort, deze fuik krijgt hij niet uit het water. De lier erbij en een hoepel onder het net. Barstens vol vis. En zo gaat het fuik na fuik. De ruimen gaan vol en nog moeten er tien fuiken worden gelicht., Dus besluiten ze maar vast een ruim met de ‘vispomp' in de oranje kisten te pompen. Kunnen de laatste tien fuiken er ook bij. Zwoegen, ploeteren en foeteren. Op de automatische piloot gaat het richting haven. Kunnen ze onderweg de kisten volpompen. Het scheepsrecord stond op 275 kisten. Vandaag gaan ze er ruim overheen: 432 kisten. Dik twaalfduizend kilo. Levert zo'n 6000 euro op. De mannen hebben ze verdiend vandaag.
Half zeven in de haven. Of ik een pondje spiering mee wil voor thuis. Nee. Stuur maar lekker naar Italië. Die weemakende komkommerlucht hoef ik niet in mijn auto. Thuis strip ik in de schuur. En dan de douche. Spiering is vis als er anders niets is.