Die van mij doet dat niet
Die van mij doet dat niet
Tot de nieuwjaarsbrand werd er in Volendam vooral gezwegen over drugsgebruik onder jongeren. Na de brand doorbraken twee moeders het stilzwijgen en richtten de stichting Moedige Moeders, die inmiddels landelijk actief is. 'ik dacht: als hij onder een brug terechtkomt doet het zeer, maar dat moet dan maar.'
door Ellen de Visser
Openheid
Na de Nieuwjaarsbrand in Volendam, nu vijf jaar geleden, besloten twee vrouwen het stilzwijgen in het dorp te doorbreken over drugsgebruik onderjongeren. Ze vormden een stichting, vonden een pand en noemden zich de Moedige Moeders. Anderhalf jaar later hebben 75 moeders en een paar vaders zich bij hen aangesloten. Iedere week melden zich nieuwe ouders. De moeders hebben een telefonische hulplijn opgezet en organiseren een wekelijkse bijeenkomst voor ouders van verslaafde kinderen. De Volendamse openheid heeft overal in Nederland moeders uit de kast gekregen. In spakenburg, Wieringen en Dedemsvaart zijn al afdelingen van de Moedige Moeders opgezet en in tal van andere gemeenten worden voorbereidingen getroffen.
Toen de moeder van Volendammer Theo Sier twee wikkels cocaïne in zijn portemonnee vond en de inhoud door de wc spoelde, vlak nadat ze hem laveloos en strak van de pillen uit het verenigingsgebouw had gehaald en hij voor haar logen de volgende pil had weggeslikt, was zijn enige reactie: `Dan krijg ik nog honderd euro van je.' Haar bezorgdheid interesseerde hem niks. Zijn gevoel snoof hij al jaren weg. Een half jaar later kwam hij tijdens de zomervakantie op Kos op de hartbewaking terecht. Hij had verwacht dat hij daar wel spul zou kunnen krijgen, maar dat viel tegen. Doodziek werd hij er. Nog voor hij terugvloog, belde hij de dealer: `Gooi effe vijf gram door de brievenbus.'
Zijn angsten, zijn slapeloosheid: als hij gebruikte, had hij nergens last van. Het effect duurde een paar uur, op het laatst gebruikte hij continu. Vijftig euro per wikkel en hij nam er zes per dag. Toen zijn salaris niet meer toereikend bleek, kwam de uitkering binnen waarop hij als slachtoffer van de nieuwjaarsbrand recht had. Twintigduizend euro kreeg hij; in een paar maanden tijd was het op'.
Onbevangen vertelt Sier (21) op een zolderkamer van de Haagse verslavingskliniek Emiliehoeve hoe hij de afgelopen jaren met tal van jeugdige dorpsgenoten in de ban van de coke raakte. Allemaal jonge jongens die zich suf werkten in de bouw, in de vis, in de horeca, jongens die nog thuis woonden en dus veel geld hadden, die na een hele week aanpakken maximaal vertier zochten: het bleek een goudmijn voor dealers. In de weekeinden ging er voor tienduizenden euro's aan cocaïne doorheen. Jongeren sloten torenhoge persoonlijke leningen af om schulden te kunnen afbetalen. `Wij wisten precies wie gebruikte', zegt Sier. Maar verder bleef het probleem verborgen. Uit schaamte, of uit ontkenning. Befaamde Volendamse uitdrukking: `Die van mij doet dat niet.' In het dorp, zeggen de dorpelingen zelf, telt vooral de buitenkant, maar de gesprekken, ook die tussen ouders en kinderen, zijn oppervlakkig.
Tot de nieuwjaarsbrand, die vijf jaar geleden in het dorp een verwoesting aanrichtte. Daarna moest er worden gepraat. En kreeg psycholoog Gerda Buijs allemaal jongeren tegenover zich die haar en passant een `onthutsend beeld' gaven van hun leefwereld. Ze schrok van hun misplaatste optimisme over de gevolgen van drugsgebruik. `Ze zeiden: ach, als dat spul echt gevaarlijk was, zou er toch worden ingegrepen?' Toen haar vriendin Gary Kok ernstig in de problemen kwam met haar cokeverslaafde zoon, besloten ze samen het stilzwijgen in het dorp te doorbreken. Ze vormden een stichting, vonden een pand, noemden zich de Moedige Moeders en plakten Volendam vol met Moesje-posters:
'Doet ie van jou ook zo verrekkus veul zuipe?'
'Nee die van mij doet inkeld maar bedroefd veul sneuve.'
Strijdlustig
Anderhalf jaar later hebben 75 moeders en een paar vaders zich bij hen aangesloten. Iedere week melden zich nieuwe ouders. Gerda Buijs: `Het lijden werd groter dan de schaamte. Ik kan niet meer, zeiden ze, en juist daar werden ze heel strijdlustig van.' De moeders hebben een telefonische hulplijn opgezet en organiseren een wekelijkse bijeenkomst voor ouders van verslaafde kinderen. Er zijn zelfhulpgroepen voor drugsgebruikers. Een groep preventie-ouders bekijkt hoe kan worden voorkomen dat ook de volgende generatie jongeren aan de drugs gaat. Ex-gebruikers geven voorlichting op de middelbare school. Ze gaan langs bij verslaafde dorpsgenoten om ze tot afkicken te bewegen.
Die lokale aanpak, waarbij jongeren elkaar helpen en ouders oplossingen-op-maat bedenken, blijkt succesvol: zeker vijftig jonge Volendammers zijn al clean. Dat aantal zal sterk toenemen, verwacht Gary Kok, als eind dit jaar in het dorp een zogeheten halfway home wordt geopend. Wie wil afkicken, moet nu nog maanden naar een kliniek, waardoor huis en baan op het spel komen te staan. Binnenkort kunnen zij na een kort verblijf in een kliniek in hun eigen dorp verder worden begeleid. De Volendamse openheid heeft overal in Nederland moeders uit de kast gekregen. `Dat de hulp-, vraag zo groot is, had ik me niet gerealiseerd', zegt Gary Kok. Overspoeld werd ze met verzoeken om informatie; het deed haar beseffen dat Volendam weliswaar de naam heeft, maar geenszins uitzonderlijk is.
En dat dertig jaar verslavingsbeleid kennelijk zo weinig heeft opgeleverd dat moeders van verslaafde kinderen in wanhoop bij haar moeten aankloppen. Die wanhoop is universeel, merkte ze. In de gezinnen is alles om dat ene kind gaan draaien. En voor dat kind telt alleen vandaag. Huwelijken stranden, deurwaarders brengen ook de ouders in financiële problemen.
Kok schreef een draaiboek waarmee anderen aan de slag kunnen en geeft nu trainingen aan moeders die het Volendamse model willen kopiëren. In Spákenburg, Wieringen, en Dedemsvaart zijn al afdelingen van de Moedige Moeders opgezet en `in tal van andere gemeenten worden voorbereidingen getroffen. `Liefdevol loslaten, dat is wat moeders moeten leren', zegt Kok. In het belang van hun kind. Drugsgebruikers stoppen immers pas als ze volledig aan de grond zitten. En dat kan in Volendam lang duren, want ouders pamperen hun kinderen tot op hoge leeftijd en bieden ze thuis de faciliteiten van een hotel. Tijdens de wekelijkse bijeenkomsten wisselen de moeders praktijkervaringen uit. Over verstopplekken voor drugs, met welke trucs hun kinderen de boel beduvelen en hoe ze nee leren zeggen. Voor een simpele check op drugsgebruik wordt een zweettest aanbevolen, te koop bij drogisterij 't Josephientje.
Communiceren via briefjes
Voor de moeder van Tonnie waren de bijeenkomsten een openbaring. Van ellende belde ze in mei vorig jaar het telefoonnummer van de moeders, toen het zo slecht ging met haar zoon dat ze het niet meer kon aanzien. `Als ik met hem probeerde te praten, dook hij weg. Op het laatst communiceerden we via briefjes op tafel. Zo van: je eten staat op het gas en haal je bed morgen af.' Aan de hoge eetkamertafel neemt ze samen met hem de afgelopen jaren in vogelvlucht door. Zijn echte naam wil hij niet genoemd hebben. Op zijn 13 de begon hij te blowen, een paar jaar later kwam de coke. Al snel werd hij dealer, om zijn schulden te kunnen betalen. Leuke jongens waren het, haar zoon en zijn vrienden; harde werkers, altijd gezellig. Heel lang wilde ze niet zien wat er aan de hand was, zelfs niet toen hij een keer door de politie werd opgepakt met spul op zak. De andere moeders hielpen haar te stoppen met haar toegeeflijkheid. Vorig jaar pas kon ze hem voor de keuze stellen: afkicken of de deur uit. `Ik dacht: als hij onder een brug terechtkomt, doet het zeer maar dat moet dan maar.`Na tussenkomst van afgekickte dorpsgenoten besloot Tonnie dat hij wilde stoppen. In de kliniek heeft hij geleerd dat hij door cokegebruik zichzelf afsloot van zijn gevoel. `je moet je emoties opnieuw leren kennen. Als er iets gebeurt, moet je weten hoe je daar gevoelsmatig mee omgaat.'
Ook Theo Sier zat maandenlang in een emotionele achtbaan. 7 jaar was hij toen zijn vader overleed, daarna werd hij jaren door zijn broer misbruikt. Toen hij dat eindelijk durfde te vertellen, brak twee weken later de brand in zijn stamcafé uit. Hij liep brandwonden op in zijn gezicht. Zijn moeder was een van de eersten die zich aansloten bij de Moedige Moeders. Hij vond het verschrikkelijk. 'ik dacht: waar bemoeien ze zich mee.' Al snel liet ze hem links liggen. Hij at en hij sliep alleen nog thuis, zondagochtend vroeg ze hem cynisch: `En, nog lekker gesnoven?' Op 11 januari vorig jaar vertrok hij naar de Emiliehoeve. Vier maanden later publiceerde de Volendamse journalist Eddy Veerman een paginagroot interview met hem in de plaatselijke krant NIVO. `Daarna was de schaamte voorbij. Ik heb zo veel reacties van dorpsgenoten gekregen en dat voelde goed. Had het maar gezegd, schreven ze.' Sier is van plan in Den Haag te gaan wonen. Binnenkort gaat hij er op zoek naar een baan. `Ik blijf bewust weg uit Volendam, ik ben nog te kwetsbaar. Wat ik hier heb opgebouwd, wil ik niet kwijt.' Sier is een uitzondering: vrijwel alle jongeren keren na het afkicken terug en dan begint het gevecht pas goed. Hun werk zijn ze kwijt, ze hebben torenhoge schulden, een hypotheek krijgen ze niet, uitgaan op de Dijk kan niet meer en het oude vriendenploegje bestaat vooral uit gebruikersmaatjes.
Directeur Siem Buijs van het afbouw- en stukadoorsbedrijf BGI kent het probleem: een aantal van zijn werknemers raakte de afgelopen jaren in de problemen door drugs. Op een oude foto aan de wand van zijn kantoor, waarop zijn personeel poseert in Volendammer kostuum, kan hij ze een voor een aanwijzen. Maar wie jong is, moet fouten kunnen maken, vindt Buijs, en daar niet levenslang op worden afgerekend. Daarom biedt hij afgekickte jongeren een baan aan. Dat is voor een groot deel eigenbelang, zegt hij er meteen achteraan. Hij kent de jongens, sommigen van naam, het zijn allemaal harde werkers en die kan hij goed gebruiken. Ze werken in koppels van twee, in een apart deel van het bedrijf, zodat ze niet in contact komen met collega's die misschien nog wel gebruiken. Hij biedt ze een proefcontract, een keer terugvallen mag. Dat gebeurde ook meteen de eerste maand. `Een jongen belde maandagmorgen op dat hij ziek was. Niét liegen, zei ik, wat is er aan de hand.' Controleren doet hij ze niet ('Het zijn geen junks en ik ben geen agent') maar streng is hij wel: `Ze kunnen me een keer iets flikken maar dan is het wel over. En als ze bij mij de zak krijgen, hebben ze echt een probleem.'
Voor de psychologische nazorg hebben de Volendamse moeders na lang zoeken een ervaringsdeskundige gevonden: een psycholoog die vijf jaar geleden afkickte van een cokeverslaving. Hij moet anoniem blijven, gezien zijn succesvolle praktijk elders in het land. Sinds deze maand is hij een dag per week beschikbaar voor Volendam.
Kriebels in mijn buik
Zelf bezoekt hij nog steeds drie keer per week de bijeenkomsten van de NA, een groep van anonieme verslaafden die elkaar helpen clean te blijven. Dat advies wil hij de jongeren ook geven. `De beste hulpverleners zijn lotgenoten.' Tonnie gaat, twee keer per week naar de NA. Zeven jaar heeft hij gebruikt en hij beseft dat hij de rest van' zijn leven een gevecht zal moeten leveren. `De coke blijft in je hoofd zitten. Als ik een rotgevoel heb, denk ik eraan. Vroeger voelde ik me prettig als ik het alleen al in mijn broekzak had. Als ik na mijn werk Volendam inreed, kreeg ik al de kriebels in, mijn buik.' Zijn moeder zegt: `Dat stofje moet geweldig zijn.
Psycholoog Gerda Buijs vraagt zich af waar bij jongeren het allesoverheersende gevoel vandaan komt dat het leven leuker moet zijn dan het is. `Hoe komt het dat ze niet meer tevreden zijn met hoe het gaat, dat ze hun eigen gevoel niet plezierig genoeg vinden?' De schade is uiteindelijk veel groter dan menigeen denkt, waarschuwt de anonieme psycholoog. Een hele generatie Volendamse jongeren heeft niets opgebouwd: geen geld, geen huis, geen carrière en vaak geen relatie. Geestelijk zijn ze bovendien veranderd. 'Verslaafden raken gewend aan onmiddellijke genoegdoening. Dat is niet zomaar over als ze stoppen. Het is in de kern van hun wezen gaan zitten.' De redding voor Volendam kan liggen in de hechte onderlinge band, denkt hij. `De kracht van het dorp is dat niemand kan opgaan in de anonimiteit.' Nu de moeders het stilzwijgen hebben doorbroken, bestaat de kans dat het tij keert, zegt hij.
Siem Buijs merkt om zich heen dat jongeren anders gaan praten over drugs. `We moeten het in Volendam voor elkaar zien te krijgen dat het niet meer cool is om in het weekend coke te snuiven maar juist iets om je kapot voor te schamen.' De vroegere vrienden van Tonnie gebruiken nog steeds. Hij ziet ze niet meer. De Dijk kan hij op zaterdagavond niet meer op. Te veel herinneringen. Hij zegt: `Ik wil het niet meer zoals toen.' `Alsof hij met elfenstof is aangeraakt', zegt zijn moeder over zijn gedragsverandering., `Het oude kind is terug.'
Kijk vooral ook onder het fietszadel
Uit onderzoek van het Trimbos instituut blijkt dat een op de twintig scholieren op zijn minst wel eens heeft geëxperimenteerd met harddrugs als XTC en cocaïne. Onder jongeren die uitgaan, is cocaïne een stuk populairder geworden dan XTC. 14 Procent van de clubbezoekers gebruikt coke. Cocaïne wordt als stoer en heftig gezien en dé drug voor wie de volgende dag weer helder moet zijn. De Volendamse moeders geven op hun website (www.moedigemoeders.nl) aanwijzingen waaruit ouders kunnen opmaken dat hun kind gebruikt:
- nieuwe vrienden, onder wie veel ouderen
- concentratieverlies, black outs, sloomheid
- abnormaal veel zoetigheid eten
- extreme wisseling van gedrag
Verstopplekken voor drugs
- in de videorecorder
- onder het fietszadel
- in de box van de geluidsinstallatie
- in een CD hoesje
- onder de vloerbedekking
- achter de asbak van de auto
- onder de inlegzool van de schoen
- onder de hondenmand
Risicosituaties, volgens de moeders
- alcoholgebruik
- veel geld
- ruzie met familie of partner
- mislukkingen
- alleen zijn
- het einde van een drukke dag
- elk weekend