Reactie StAB advies aan de Raad van State
Reactie StAB advies aan de Raad van State
Op 8 mei 2006 heeft de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) de bevindingen van haar onderzoek aan de Raad van State (RvS) kenbaar gemaakt. De Stichting Actiegroep Zuidpolder (SAZ) heeft het advies bestudeerd en een kritisch rapport opgesteld. Dit rapport is vervolgens in eerste instantie aan wethouder Marisa Kes verstuurd en is vervolgens gericht aan de gemeenteraad Edam-Volendam. Het volledige document vindt u hier. De SAZ heeft de gemeente een aantal aandachtspunten aangereikt die eventueel in de reactie naar de RvS zouden kunnen worden verwerkt. Wij hebben van deze aandachtspunten een samenvatting gemaakt welke u hieronder kunt lezen. De bevindingen van de StAB zijn niet in alle opzichten gunstig te noemen. Wij hebben in het verslag echter ook positieve punten en adviezen richting de gemeente gelezen.
1. “Maatschappelijke doeleinden” en de bouw van seniorenwoningen;
De vraag of de bouw van seniorenwoningen past binnen de bestemming “Maatschappelijke doeleinden” is niet een vraag die aan de orde behoort te komen in deze procedure. Wij verwachten dan ook dat de RvS een stelling in die richting niet inhoudelijk zal behandelen, laat staan dat de RvS daarin een reden ziet om het goedkeuringsbesluit te vernietigen.
2. Het ontbreken van een milieueffectrapportage;
Het ontbreken van een milieueffectrapportage is een gebrek dat niet door de provincie kan worden gerepareerd. SAZ vraagt zich echter of in het onderhavige dossier de verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage überhaupt aanwezig was. De m.e.r.-plicht is pas van toepassing bij 2.000 of meer woningen. Uit het plan en de overige stukken blijkt duidelijk dat de “activiteiten” in de Zuidpolder betrekking hebben op ten hoogste 1.200 woningen. Vanwege de bouw van zorgonderkomens in het plangebied bestaat er enige onduidelijkheid over het maximaal te bouwen eenheden, maar vast kan worden gesteld dat de 2.000 geenszins zal worden overschreden. Wij hebben de gemeente wel voorgesteld om, indien de RvS het bestemmingsplan teruglegt in haar handen, het beoogde aantal van 1.200 woningen uitdrukkelijk in het plan op te nemen.
3. Bezonning bestaande bebouwing Keetzijde;
De geconstateerde nadelige gevolgen voor de bezonning zijn wellicht (met name ’s winters) vervelend voor de bewoners van de Keetzijde, maar om te oordelen dat hierdoor het woon- en leefklimaat van deze mensen in ernstige mate wordt aangetast, gaat veel te ver. Er zijn naar onze mening dan ook onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat deze gevolgen zodanig zullen zijn dat de provincie daaraan bijzonder gewicht had moeten toekennen.
4. De hoogte van de appartementengebouwen in deelgebied IV
De gemeenteraad heeft beoogd om in deelgebied IV van het bestemmingsplan de bouw van appartementengebouwen mogelijk te maken. Deze gebouwen mogen een hoogte van maximaal 30 meter bereiken en met toepassing van de vrijstelling 33 meter. Wij vermoeden dat de vraag zal worden gesteld of de raad in redelijkheid heeft kunnen instemmen met de maximale afmetingen zoals die in het bestemmingsplan zijn geregeld. Wij achten het niet geheel uitgesloten dat de RvS met de maximale bouwhoogten problemen zal hebben. Wij hebben de raad dan ook verzocht er op aan te sturen dat – mocht de RvS de hoogte inderdaad niet acceptabel vinden – dit niet tot grotere gevolgen leidt dan tot vernietiging van het goedkeuringsbesluit voor zover het deelgebied IV betreft. Dit zou dan inhouden dat de overige deelgebieden door dit probleem niet worden aangetast en gewoon bebouwd kunnen worden.
5. Verkeersontsluiting van het plangebied
De verkeersontsluiting van het plangebied is één van de punten die ons zorgen baart. De RvS zal beoordelen of de provincie heeft mogen concluderen dat de ontsluiting van het plangebied op een acceptabele wijze kan plaatsvinden. Een goede ruimtelijke ordening vereist bij het opstellen van een bestemmingsplan een onderzoek naar de gevolgen voor de verkeerssituatie. De conclusie van de StAB is keihard en glashelder. Het vereiste onderzoek zat in ieder geval ten tijde van de goedkeuring door de provincie niet in het dossier. Als de RvS het standpunt van de StAB overneemt dat de gemeente niet een (uitvoerig) verkeersonderzoek heeft verricht naar de effecten van het plan op de verkeerssituatie zal de RvS het goedkeuringsbesluit hoogstwaarschijnlijk vernietigen.
SAZ heeft aan de gemeente aangegeven dat dit geenszins betekend dat het doen van onderzoek naar de verkeerssituatie als een nutteloze verspilling moet worden aangemerkt. Als de RvS de nieuwe onderzoeken accepteert is daarmee een probleem opgelost. Mocht de RvS ze niet accepteren, dan zal hij de zaak terug in handen van de provincie geven en kan de provincie de onderzoeken ten grondslag leggen aan een nieuw goedkeuringsbesluit. Wij hebben de gemeente dus geadviseerd om zo spoedig mogelijk uitvoerig onderzoek te doen naar de gevolgen van het plan voor de verkeersontwikkeling. Dit bespaart zeker tijd.
6. Gevolgen voor luchtkwaliteit
Op 15 maart 2006 is het voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) bij de Tweede Kamer ingediend. Dit voorstel bevat een aantal versoepelingen van de luchtkwaliteitseisen en heeft tot doel de bouwprojecten, die op grond van deze eisen waren vastgelopen, weer vlot te trekken. Het wetsvoorstel bevat een aantal overgangsbepalingen. Deze komen erop neer dat op het huidige goedkeuringsbesluit nog de bepalingen van het Besluit luchtkwaliteit 2005 van toepassing zijn. Mocht na eventuele vernietiging van het goedkeuringsbesluit een nieuw besluit vastgesteld moeten worden, zou de nieuwe wet wellicht al van toepassing kunnen zijn.
7. Speciale beschermingszones
De StAB gaat in zijn verslag in op de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling van de Zuidpolder voor de speciale beschermingszones Markermeer en Polder Zeevang. De Zuidpolder maakt geen deel uit van deze zones. De bebouwing zou echter gevolgen kunnen hebben voor de vogels in die gebieden. Die gevolgen mogen niet significant zijn en een onderzoek hiernaar dient plaats te hebben gevonden vóórdat de provincie een goedkeuringsbesluit neemt. De omstandigheid dat de passende beoordeling dient plaats te vinden voordat het goedkeuringsbesluit wordt genomen, brengt naar onze mening mee dat de feitelijke situatie op uiterlijk de dag van goedkeuring doorslaggevend is. Op die dag was de Polder Zeevang nog niet aangewezen als speciale beschermingszone. Dat voor die zone geen beoordeling heeft plaatsgevonden, achten wij dan ook verdedigbaar.
Wij lezen dat de StAB het niet volstrekt uitgesloten acht dat het plan significante gevolgen heeft voor de vogels op het Markermeer. Mocht de RvS dit standpunt volgen, dan hebben wij de gemeente in overweging gegeven om een hernieuwd onderzoek te laten uitvoeren door de Universiteit Wageningen. Aldaar is de beste wetenschappelijke kennis terzake te vinden. Dat onderzoek kan dan in de hernieuwde goedkeuringsprocedure worden ingebracht.
Conclusie
Het verslag van de StAB bevestigt in grote lijnen het oordeel van de voorzitter van de RvS dat het dossier te mager was om goedkeuring te verkrijgen. Wij hebben dan ook het angstige vermoeden dat het huidige goedkeuringsbesluit geen stand houdt. Dit betekent echter niet dat daarmee de bebouwing definitief van tafel gaat. De gemeente en de provincie krijgen een herkansing en die moet worden benut. De problematiek rond de luchtkwaliteit kan wellicht, na de te verwachten wetswijziging, worden opgelost. Zowel voor de luchtkwaliteit als voor de ontsluiting van het plangebied is actie nodig om de weg tussen de Dijkgraaf Poschlaan en de kruising N244/N247 te realiseren. Een onderzoek op basis van de beste wetenschappelijke kennis terzake naar de gevolgen voor het Markermeer en de Polder Zeevang zal vrijwel zeker uitwijzen dat er geen significante gevolgen zullen zijn. Als het totaal aantal woningen ook nog duidelijk wordt vastgelegd en de appartementengebouwen in hoogte zakken, kan spoedig de eerste kuub zand de Zuidpolder in.