Tien maanden cel voor poging brute overval
Tien maanden cel voor poging brute overval
Ze hadden gehoord dat er 200.000 euro lag in een woning aan de Damcoogh in Volendam. Dat bracht een groepje jongeren uit Volendam en Monnickendam ertoe een gewelddadige overval te beramen op de bewoners. Met messen, alarmpistool, bivakmutsen en handschoenen togen de vier op 17 maart naar dit huis, maar de poging mislukte omdat niemand open deed. Officier van justitie R Hagemeier eiste bij de Haarlemse rechtbank vijftien maanden celstraf tegen een 19-jarige man uit Monnickendam, die bij de poging zou zijn betrokken. De zaken tegen zijn medeverdachten waren achter gesloten deuren; zij zijn minderjarig.
„We gingen voor het geld", vertelde de verdachte, die toegaf dat hij een alarmpistool bij zich had. „Zo'n ding kun je bij elke dumpzaak in Amsterdam kopen." De groep had in de dagen voor de poging enkele keren 's avonds aangebeld bij het huis om te kijken of iemand opendeed. Dat bleek niet het geval en dus probeerden de jongens het op 17 maart overdag. De verdachte gaf toe dat de groep de bewoners wilde bedreigen en vastbinden en dan te gaan zoeken naar de buit. Bij hun vertrek wilden ze de telefoondraden doorsnijden, zodat de bewoners niet direct de politie konden bellen.
Zover kwam het niet. De jongens klommen over het hek en belden aan. Opnieuw deed niemand open, omdat de bewoonster de bel niet had gehoord. Haar kinderen van één en twee jaar lagen te slapen. „Je moet er toch niet aan denken wat er was gebeurd als jullie je plannen hadden uitgevoerd", zei rechtbankvoorzitter Goossens tegen de verdachte. „Het was niet zo serieus bedoeld”. „Maar jullie zijn er drie keer gaan kijken", reageerde de voorzitter. „Da's waar. Ik was jong en stom, maar ik heb een hart. Zo ben ik niet dat ik deze dingen doe."
De groep ging na de mislukking naar een volgend huis, waar ook veel geld zou zijn. Daar hield de politie de jongens aan in de tuin, nadat getuigen alarm hadden geslagen. De rechtbankvoorzitter vond het onbegrijpelijk dat de verdachte, die een opleiding volgde in de beveiliging, aan de overval had meegedaan. „Dat is ook stom", antwoordde hij. „Nu ben ik alles kwijt, mijn opleiding, mijn vriendin. Ik dacht dat geld me gelukkig zou maken, maar dat is niet zo."
Officier van justitie R. Nagemeier vond dat het om een ernstig misdrijf ging. „ Ik heb hem niet gehoord over spijt voor de slachtoffers. De bewoonster is achteraf erg geschrokken. Ze heeft veel geluk gehad." Advocaat P Visser vroeg de rechtbank de jongen een forse werkstraf op te leggen, zodat hij gauw vrijkomt en aan een opleiding kan beginnen. Hij heeft al ruim honderd dagen vastgezeten. De rechtbank doet 10 juli uitspraak.