Brandexpert buitenspel: "Ik word afgerekend op mijn conclusie dat overheid faalde bij Volendam-ramp"

Brandexpert buitenspel: "Ik word afgerekend op mijn conclusie dat overheid faalde bij Volendam-ramp"
„Mij is niet gebleken dat de heer Vos als voldoende deskundig kan worden beschouwd.” Met deze vage zin veegde de Haarlemse rechter-commissaris mevr. mr. M. Koole de benoeming tot getuige-deskundige van drs. Fred Vos in de geruchtmakende Schiphol-brand van tafel. Daarbij kwamen op 27 oktober vorig jaar elf gedetineerden om het leven. Vos is één van de voornaamste brandexperts in ons land en onderzocht de laatste jaren alle grote brandrampen. Mr. Eduard Damman uit Amersfoort had Vos gevraagd een uitgebreid onderzoek in te stellen naar de gang van zaken in de rampnacht. Hij verdedigt de 25-jarige Libiër Achmed al J., die door justitie van brandstichting in zijn cel wordt beschuldigd, waardoor hij de dood van zijn medegevangenen zou hebben veroorzaakt.
De Libiër, die zelf zo zwaargewond raakte aan armen en benen dat hij in het ziekenhuis twee weken in coma gehouden moest worden, houdt vol dat hij een sigarettenpeuk heeft weggegooid. Deze was kennelijk niet goed uit en kwam in een prullenmand terecht, waardoor de brand ontstond. Volgens justitie heeft hij deze prullenmand bewust aangestoken en dat ook met de bovenkant van zijn bed gedaan. Een onderzoeker van het Nederlands Forensisch Instituut zet vraagtekens bij deze conclusies. Hete NFI trekt de bevindingen van de technische recherche in twijfel en stelt dat uit het onderzoek van de aangetroffen brandsporen op de wanden van de cel niet kan worden afgeleid op hoeveel plekken de brand is ontstaan.
De advocaten van Achmed al J. besloten daarop diepgaand onderzoek te laten uitvoeren door drs. Fred Vos uit het Duitse Schottheide, een dorpje net over de grens bij Nijmegen. Dat verzoek is nu door rechtercommissaris mr. Koole afgewezen. Mr. Eduard Damman is verbijsterd. Hij zegt: „Als de heer Vos geen deskundige meer is, wie is dat dan wel in Nederland? Hij heeft onderzoek gedaan in tal van brandzaken en zijn deskundigheid werd overal geaccepteerd door de rechtbanken. Ik zal volgende week donderdag tijdens de pro-formazitting, die dan in de rechtbank van Schiphol plaatsvindt, nog een laatste poging doen hem toch aangesteld te krijgen.”
Volgens mr. Damman is de weigering gebaseerd op de constatering van de rechtercommissaris dat ’de rapportage van Vos over de Volendambrand onder de maat was’.
Vos is woedend. Hij dreigt een proces tegen de Staat der Nederlanden aan te spannen indien hij op grond van ’ondeskundigheid’ niet geaccepteerd zou worden door de rechter-commissaris: „Ik heb indertijd twee uur lang college gegeven aan de twee zaakofficieren van justitie die de Volendam-ramp voor de rechter moesten brengen. Het rapport heeft in de civiele zaak van de slachtoffers tegen Veerman geleid tot een schikking. Er was dus kennelijk niets mis mee.”
Het voormalige hoofd officiersopleidingen aan de Rijksbrandweer Academie en buitengewoon opsporingsambtenaar zegt: „Mevrouw Koole heeft een buitengewoon listige formulering gebruikt in de beschikking over de weigering van de klacht tegen de afwijzing. Van de uiteindelijke afwijzing door de raadkamer heb ik geen afschrift gekregen. Mevrouw Koole is niet gebleken of ik als voldoende deskundig kan worden beschouwd. Daar kan je alle kanten mee op. Zij heeft mij nooit gehoord. Het lijkt er zelfs op dat zij niets heeft onderzocht, want dan was ze wel tot een andere conclusie gekomen.”
Fred Vos onderzocht de afgelopen jaren de geruchtmakende Hercules-ramp op het vliegveld Eindhoven, de Enschedese vuurwerkramp en de Volendam-brand in café ’t Hemeltje. In de Hercules-zaak was hij de enige branddeskundige die onderzoek deed, met als resultaat dat de aangeklaagde luchtverkeersleider, de commandant van de basis en de lokale brandweercommandant werden vrijgesproken van dood door schuld.
In december 2003 stelde het gerechtshof van Den Bosch de Roermonder P. naar aanleiding van verklaringen van Vos nog tijdens de zitting onmiddellijk op vrije voeten. De Limburger zat een straf van vier jaar uit wegens brandstichting en had al anderhalf jaar opgesloten gezeten. „Hij kon samen met mij het gerechtshof uitwandelen. Buiten hebben we een biertje zitten drinken, terwijl P. tranen met tuiten huilde”, zegt Fred Vos over deze emotionele dag.
Zijn deskundigheid op het gebied van brandpreventie en onderzoek naar brandoorzaken werd ook in tal van andere rechtszaken geaccepteerd door rechtbanken en gerechtshoven.
Net als voor mr. Damman staat het voor Vos vast dat zijn rapport over de schokkende Volendam-brand in de nieuwjaarsnacht van 2001 de reden van de weigering is. Op 31 mei 2003 voltooide hij dit rapport, dat hij de omvangrijke titel ’De ondersteen moet tot in ’t Hemeltje komen ondanks De Aloude Weg der Boosdoeners’ meegaf. Hij was op verzoek van de verdediging van caféhouder Veerman aangesteld door de rechter-commissaris van de rechtbank Haarlem.
In het rapport liet drs. Vos geen spaan heel van de handelwijze van de overheid met betrekking tot de brandpreventie in het uitgebrande café, waar veertien kinderen het leven lieten. „Ik denk dat justitie en de rechter-commissaris in Haarlem daarom geen nieuw rapport van mij willen in de zaak van de Schipholbrand. Volgens mij heeft die vele overeenkomsten met de Volendam-brand. Ik vecht al jaren voor veel betere brandpreventie en controle daarop, maar men is er niet van gediend dat de overheid, die zijn plicht verzaakt – zelfs tot in de ministeries aan toe – ter verantwoording wordt geroepen.”