Naar de inhoud

Pleitnota bij RvS

Bron: Cor Veth namens Oud Edam

Pleitnota Vereniging Oud Edam inzake bestemmingsplan Zuidpolder-Oost, gemeente Edam-Volendam, zaaknummer: 2005 08 2991/RI, zittingsdatum 4 augustus 2006



Geacht college, voorzitter,

De Vereniging Oud Edam wil van deze gelegenheid gebruik maken om een aantal onderdelen uit haar beroepschrift kort te benadrukken. Allereerst spreek ik namens de vereniging onze waardering uit voor het uitgebreide en gedegen advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak.

Vanaf het tijdstip van het voornemen van het gemeentebestuur in het gebied Zuidpolder-Oost woningbouw te ontwikkelen (1998) hebben wij bij alle mogelijke gelegenheden zowel bij het gemeentebestuur als het provinciaal bestuur onze zienswijzen en bedenkingen ingediend. Met als sluitstuk in deze procedure ons beroepschrift bij uw college dd. 14 oktober 2005.
Het advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak van 8 mei 2006 bevestigt onze vereniging in een groot aantal van de beroepsgronden in ons beroepschrift.

Ontbrekende onderzoeken
Een aantal bij de voorbereiding en de vaststelling van het bestemmingsplan noodzakelijke onderzoeken ontbrak.

Wij noemen hier slechts kort het ontbreken van uitvoerig verkeersonderzoek naar de bestaande en toekomstige verkeersstromen als gevolg van de ontwikkeling van omvangrijke woningbouw in het plangebied. Het ontbreken van dit onderzoek klemt te meer nu de aanleg van de nieuwe ontsluiting tussen de Dijkgraaf Poschlaan en de provinciale weg N244/247 nog slechts in het stadium van een haalbaarheidsonderzoek verkeert en er nog een m.e.r. gemaakt moet worden. De aanleg ervan is dus in het geheel nog niet zeker en had dan ook bij de besluitvorming over het bestemmingsplan geen rol mogen spelen. De nog onvoldoende gewaarborgde infrastructuur is bovendien strijdig met (het gestelde op blz. 51 van) het Streekplan Noord Holland Zuid.

Ook is in het kader van de planvoorbereiding en de vaststelling van het bestemmingsplan geen specifiek onderzoek gedaan naar de te verwachten effecten op de luchtkwaliteit als gevolg van de verkeersbewegingen bij het realiseren van het bestemmingsplan. Het Besluit luchtkwaliteit geeft duidelijk aan dat bestuursorganen bij het uitoefenen van hun bevoegdheden (en het vaststellen van een bestemmingsplan is één van die bevoegdheden) de grenswaarden van het Besluit luchtkwaliteit in acht nemen. Om aan te tonen dat het bestemmingsplan daaraan voldoet had dan ook tijdig gedegen luchtkwaliteitonderzoek moeten plaatsvinden. Te meer daar het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een fors aantal woningen en de daarbij behorende verkeersbewegingen. Dat, zoals de gemeente stelt, de overschrijdingen buiten het plangebied niet zijn of hoeven te worden onderzocht omdat het gaat om verplaatsingen van verkeersbewegingen in plaats van extra verkeersbewegingen is een uitleg die niet strookt met het Besluit luchtkwaliteit dat spreekt over in acht nemen van grenswaarden bij het uitoefenen van bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit. Daarbij wordt naar onze mening geen onderscheid gemaakt tussen extra verkeersbewegingen en verplaatsingen.

In het kader van de flora en fauna is ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende onderzocht of de realisering van het bestemmingsplan significante gevolgen heeft voor de vogelsoorten waarvoor het Markermeer als speciale beschermingszone is aangewezen en voor de weidevogels waarvoor Polder Zeevang als speciale beschermingszone is aangewezen. Dat onderzoek heeft eerst in 2006 plaatsgevonden, in juni 2006 is het rapport daarover verschenen.

Een goede ruimtelijke ordening vereist bij het opstellen en vaststellen van een bestemmingsplan en dus ook voor een plangebied van de omvang van Zuidpolder-Oost dergelijke onderzoeken. Het Besluit op de ruimtelijke ordening is daar duidelijk over in de artikelen 9 en 12. Dat dit niet is gebeurd, is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. In verschillende uitspraken[1] heeft uw afdeling uitgemaakt dat het ex tunc karakter van de door de bestuursrechter te verrichten toets zich verzet tegen het inbrengen van geheel nieuw onderzoek in de procedure bij de bestuursrechter. In dit geval betreft dat in elk geval het luchtkwaliteitonderzoek en het verkeersonderzoek, maar ook het in juni 2006 verrichte onderzoek naar de effecten van woningbouw op twee Natura 2000 gebieden is naar onze mening te beschouwen als nieuw, omdat dat niet eerder in de procedure is onderzocht.

Woningbehoefte
De onderbouwing van de woningbehoefte wijkt sterk af van de prognose. De in de Structuurvisie door de gemeente aangegeven ontwikkeling van het aantal inwoners (29.500 in 2005 en 30.100 in 2010) is volgens het CBS 28.333 op 1-1-2005 en 28.478 op 1-1-2006. Op grond van de feitelijke inwonersontwikkeling is de noodzaak voor de realisering van de woningen in het gebied Zuidpolder-Oost dan ook niet aangetoond.

De gemeente geeft in haar verweer toe dat de bevolkingsgroei tot nu toe niet volgens de prognose verlopen is. Echter, zo stelt zij, dit komt vanzelf weer op het geprognosticeerde aantal zodra er voldoende woningen beschikbaar zijn. Deze bewering lijkt tegenstrijdig aan het eerder beweerde ten aanzien van het aantal verkeersbewegingen. Hier verwacht men immers geen toename, maar slechts verplaatsingsbewegingen. Naar onze mening is het zo dat het bevolkingsaantal toeneemt zodra er meer woningen beschikbaar zijn en dan zal in dat verband dus ook het aantal verkeersbewegingen toenemen.

Zorgcomplex
Ten aanzien van de bebouwing van het zorgcomplex blijven wij van mening dat deze bebouwing op grond van het bestemmingsplan veel omvangrijker kan worden dan de verwachtingen en bedoelingen die de gemeente daarover tot nu toe geuit heeft. Het bestemmingsplan biedt eenvoudigweg die ruime invullingmogelijkheden door het opgenomen bebouwingspercentage en de maximale hoogte (inclusief vrijstellingsmogelijkheid van 10%). Gemeentelijke verwachtingen en bedoelingen van vandaag over de invulling van deze bestemming kunnen over 5 jaar geheel anders zijn. Door het ontbreken van begripsomschrijvingen als zorgcomplex, zorgwoningen of zorgeenheden en seniorenwoningen en het ontbreken van maximale aantallen of oppervlakten daarvan is de invulling van deze bestemming volstrekt onzeker en in elk geval heel veel ruimer dan gemeente en provincie kennelijk voor ogen hebben gehad met het bestemmingsplan. En wanneer gesproken wordt over seniorenwoningen in plaats van zorgwoningen (zoals in de beantwoording door de gemeente van de ingediende zienswijze) is de vraag of dat, zoals ook de STAB constateert, geen woningen zijn die in een gewone woonbestemming thuis horen. Dat van gemeentezijde wordt gesteld dat zorgwoningen meer omvatten dan seniorenwoningen wordt in het bestemmingsplan door het ontbreken van definities in elk geval niet duidelijk gemaakt.
Het mogelijk te realiseren aantal van ruim 900 woonzorgeenheden zoals de StAB heeft berekend, wordt van gemeentezijde weliswaar volstrekt onrealistisch genoemd, maar dat neemt niet weg dat een dergelijke, kennelijk nu nog volstrekt onrealistisch geachte invulling op basis van het bestemmingsplan wel mogelijk is. De onderbouwing van de gemeente ten aanzien van deze bestemming is dan ook niet zorgvuldig en daarmee in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

Bouwhoogten
De grote bouwhoogten die het plan mogelijk maakt, zowel binnen de bestemming voor het zorgcomplex als binnen de bestemming Woondoeleinden achten wij in strijd met de uitgangspunten van het bestemmingsplan m.b.t. de bestaande stedenbouwkundige structuur en cultuurhistorie. De in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte hoogtematen wijken sterk af van de in omgeving van het plangebied en in de gemeente reeds aanwezig bebouwing. Dat de gemeente meent dat, wanneer in andere gemeenten (gemeenten van een grotere schaal en omvang) dergelijke hoge bebouwing wel gerealiseerd is, dat betekent dat dergelijke hoogten ook aanvaardbaar zijn in Edam is niet relevant, omdat het in dit geval gaat om de stedenbouwkundige structuur en cultuurhistorie van Edam.

Vrijwaringszone
Ook voelen wij ons gesterkt in onze mening door de StAB dat de in de vrijwaringszone van minder dan 100 m geplande bouw- en aanlegactiviteiten strijdig zijn met rijks- en provinciaal beleid ter zake.

Wijzigingsbevoegdheid
Wij blijven van mening dat de algemene wijzigingsbevoegdheid in artikel 16 van de voorschriften een zodanig ruime redactie kent - de bestemmingsgrenzen kunnen bij toepassing daarvan maximaal 50 m opschuiven - dat het plan een geheel andere structuur kan krijgen, hetgeen in strijd is met constante jurisprudentie hierover. Daar doet de mening van de gemeente, namelijk dat het hier gaat om een globaal eindplan en dat daarbij een dergelijke bevoegdheid ruim geformuleerd kan zijn, niet aan af. Ook doet de stelling van gemeentezijde dat in het gebied ook andere functies moeten worden gerealiseerd daar niet af. De interpretatie van gemeentezijde, dat de vrijwaringszone buiten toepassing van de wijzigingsbevoegdheid blijft, valt uit artikel 16 niet af te leiden omdat het enige voorbehoud dat daarin gemaakt wordt de in achtneming van de bouwgrenzen betreft. Door de wijzigingsbevoegdheid toe te passen kan dan ook wel degelijk binnen de grenzen van het plangebied een geheel andere structuur ontstaan.

Onzorgvuldig gevoerde procedure
Wij herhalen nogmaals ons standpunt dat zowel de gemeente als de provincie in de bestemmingsplanprocedure niet zorgvuldig hebben gehandeld.

Wij merken daarbij in aanvulling op ons beroepschrift nog het volgende op.
De provincie heeft van de op 5 juli 2005 gehouden hoorzitting geen verslag gemaakt. Bij het ons toegezonden goedkeuringsbesluit was geen verslag van de hoorzitting gevoegd en ook waren de verschillende pleitnota’s niet bij het besluit en de overwegingen van GS daarbij gevoegd.

Door uw afdeling is eerder overwogen[2] dat de verslaglegging van de hoorzitting die gehouden is naar aanleiding van ingebrachte bedenkingen dient ter ondersteuning van de besluitvorming in het college van Gedeputeerde Staten. Nu de besluitvormingsstukken die aan de indieners van bedenkingen zijn toegezonden uitsluitend het verweer van de gemeente bevatten op hetgeen op de hoorzitting naar voren is gebracht, heeft de besluitvorming van GS op dit punt dus niet zorgvuldig plaatsgevonden.

In het verweerschrift van de provincie met betrekking tot het advies van de StAB maakt de provincie opnieuw geen eigen afweging, maar wordt ingestemd met de reactie van gemeentewege. Dat is naar onze mening een miskenning van de eigen verantwoordelijkheid van de provincie in het kader van de goedkeuring van bestemmingsplannen.

Conclusie
Wij zijn van mening dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ook zijn wij van mening dat GS in redelijkheid niet tot algehele goedkeuring hebben kunnen besluiten. Wij verzoeken u dan ook het bestemmingsplan alsnog niet goed te keuren.

Tenslotte
Tenslotte wil ik u enkele voor onze vereniging bijzonder onaangename gevolgen van de uitspraak in voorlopige voorziening van 22 december 2005 niet onthouden. 



  • De werkgever van de vice voorzitter van ons verenigingsbestuur kreeg een telefoontje met de mededeling dat deze in zijn functie bij de Rabobank Edam-Volendam niet te handhaven zou zijn gelet op zijn functie van vice voorzitter van de Vereniging Oud Edam; 

  • Ikzelf kreeg via een e-mail de bedreiging dat mijn voorzitterschap van de Vereniging Oud Edam niet verenigbaar zijn zou met het voorzitterschap van de IBEV (Industrie- en Bedrijvengroep Edam-Volendam);

Op deze wijze wordt kennelijk geprobeerd de vereniging feitelijk monddood te maken. Is het niet nu dan wel op termijn. Het vinden van kandidaten voor bestuursfuncties is er inmiddels zeer zeker door bemoeilijkt.

Ik dank u voor uw aandacht



[1] Zie onder meer de uitspraken d.d. 13 april 2005 (nr.2004007748/1), 22 juni 2005 (nr. 200406190/1 en nr. 20046192/1) en 7 juni 2006 (nr. 200506118/1)

[2] Zie de uitspraak van 3 maart 2004 (nr. 200502564/1)

6 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • @Meester Kluessien
    Je kunt er de klop op gelijk zetten,
    Zeg iets ten nadele van allochtonen en Meester John slaat je om de oren.
    Vorige week moest ik een aantal dingen in Purmerend doen, Deels rijdend, deel lopend. Veel fatbikes gezien. Allochtone jongeren waren royaal oververtegenwoordigd. Zag geen verkeersovertredingen. Lopend kwam ik twee groepjes jongeren met fatbikes tegen. Allemaal allochtoon. Bij de tweede groep werd een jongen lastig gevallen. Ik riep hé, ophouden. Dat deden ze en tot mijn verbazing hielden ze hun mond. Geen gescheld of verontschuldiging.
    De fatbikes vervangen de scooters als eerder geliefd vervoersmiddel.
    Hoe is die oververtegenwoordiging te verklaren?

  • https://www.wonen-volendam.nl

    Die grond is toch van Scholtens?

    Gaat de gemeente Edam-Volendam nou het financiële risico van die ontwikkeling op zich nemen om die hele polder te bebouwen (op de top van de markt)?

  • Het was gisteravond reuze gezellig in de PX bij de albumpresentatie van Jacob D. Edward. Heerlijk mengen met gelijkgestemden en genieten van geniale muziek in een Liefdevolle sfeer vol hartjes en ballonnetjes.

    Snaar werd zelfs door een collega publicist aangesproken over haar heldere en humoristische verwoording van het goed verborgen Geheim van Volendam:

    Afgunst. Je weet wel: “Moekôkè”.

    Weet je Volendammer, jij kunt Snaar niet zien. Je kunt ook John K. niet zien.
    Wat jij ziet is het BEELD dat jij in jouw eigen hoofd vormt van anderen.
    Geldt ook voor Snaar en John K. Wij kunnen jou óók niet zien, alleen maar een BEELD wat wij van jou máken.

    Dus beeldvorming bepaalt wat je ziet en wat je wilt zien en wat je gedachten er vervolgens van máken.

    Snaar is dol op jouw creatieve teksten, buitengewoon inspirerend.
    Wie weet is Rick Beukers zich al gezellig aan het inlezen en inleven op GW.