Zienswijze Ouid Edam inzake parkeren langs de Singelweg
Zienswijze Ouid Edam inzake parkeren langs de Singelweg
Aan het college van Burgemeester en wethouders
van de gemeente Edam-Volendam,
Postbus 180,
1130 AD Volendam
Edam, 19 juli 2006
Betreft:Zienswijze tegen voornemen vrijstelling te verlenen ex artikel 17 WRO t.b.v. parkeerplaatsen in weiland naast Singelweg te Edam
Geachte college,
Als cultuurhistorische vereniging staan wij voor het behoud van de karakteristiek van Edam en het omringende landschap. Vanuit die doelstelling dienen wij een zienswijze in tegen uw voornemen om vrijstelling ex artikel 17 WRO te verlenen voor de inrichting van een parkeerterrein in het weiland naast de Singelweg te Edam. Wij hebben een aantal bezwaren tegen het verlenen van genoemde vrijstelling. Deze bezwaren treft u onderstaand aan en zijn, behalve op de aantasting van het beschermd stadsgezicht, gericht op de gebrekkige onderbouwing van de voorgenomen vrijstelling en de strijdigheid met geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie.
1.Aantasting openheid en beschermd stadsgezicht
Allereerst betekent het verlenen van deze vrijstelling een aantasting van het open landschap aan die zijde van Edam. Bij de aanwijzing tot Beschermd Stadsgezicht door de Minister van C.R.M. dd. 24 augustus 1977 is in de daarbij behorende toelichting bepaald dat het waarborgen van het behoud van het vrije uitzicht op de Provinciale weg op de vesting en de daarachter gelegen stad noodzakelijk is voor het behoud van de beeldbepalende en cultuurhistorische waarden van het Beschermd Stadsgezicht, hetgeen resulteerde in twee open poldergebieden ten noorden en ten zuiden van Edam aan de Provinciale weg gelegen. Op de bij dat besluit behorende tekening 267 is de grens van dat open gebied aangegeven.
Deze cultuurhistorische en stedenbouwkundige waardevolle onderdelen uit de toelichting van de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht zijn vervolgens vastgelegd in het bestemmingsplan Stadsgezicht Edam, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van 9 december 1986.
In het vigerende Streekplan Noord-Holland Zuid is met een rode contour de bescherming van dat gebied ook nog eens duidelijk aangegeven. Door op deze gronden parkeerplaatsen aan te leggen tot een aantal van maximaal 60 en deze af te schermen met een hekwerk (zie de begroting voor deze inrichting van de gronden) wordt die openheid, en daarmee het beschermd stadsgezicht aan die zijde, aangetast. Niet alleen door een hekwerk maar ook door een zeer groot aantal (dagelijks en gedurende lange tijd) geparkeerde auto’s.
2.Tijdelijkheid parkeervoorziening en behoefte daaraan gerelateerd aan de kantoorplekken niet onderbouwd
Voor de toepassing van artikel 17 WRO is het noodzakelijk dat er sprake is van een tijdelijke behoefte aan de voorziening waarvoor de tijdelijke vrijstelling wordt verleend. De toelichting van de wet spreekt zich in die zin uit en ook de jurisprudentie is op dat punt helder. Is de behoefte niet tijdelijk dan is toepassing van artikel 17 WRO niet mogelijk en is een procedure ex artikel 19 lid 1 of 2 WRO of een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. De onderbouwing van de tijdelijkheid valt uit de ruimtelijke onderbouwing bij uw voornemen niet af te leiden. Er is sprake van een bestaand kantoorgebouw waar een intensivering van het gebruik van het gebouw plaats zal vinden zonder dat het gebouw zelf wordt uitgebreid. Het kantoorvloeroppervlak blijft gelijk aan het huidige vloeroppervlak. Niet valt in te zien dat een intensivering zou moeten leiden tot de aanleg van meer parkeerplaatsen en al helemaal niet tot het aantal dat genoemd wordt in uw voornemen, namelijk 50-60. Wanneer bovendien vermeld wordt in de ruimtelijke onderbouwing dat deze parkeerplekken ook gebruikt kunnen worden ten behoeve van de kaasmarkt is in het geheel geen sprake van een tijdelijke behoefte. Immers de kaasmarkt bestaat al jaren. De daarbij behorende parkeerbehoefte is derhalve een permanente en geen tijdelijke behoefte.
Uit de ruimtelijke onderbouwing bij het voornemen om vrijstelling ex artikel 17 WRO te verlenen blijkt niet wat de relatie is tot het aantal werkplekken en het te realiseren aantal parkeerplaatsen. Bij kantoren is het overigens gebruikelijk om de parkeernorm te relateren aan het kantoorvloeroppervlak en niet aan het aantal werkplekken. Ook de ASVV/CROW gaat uit van een parkeernorm per m2 kantoorvloeroppervlak. De rijksoverheid hanteert eveneens geen parkeernorm per werknemer of werkplek bij kantoren, maar relateert de parkeernorm aan het kantoorvloeroppervlak.
Overigens wekt het bevreemding dat niet het betreffende bedrijf maar de gemeente een oplossing zoekt voor de parkeerproblemen die zouden ontstaan door een intensivering van het gebruik binnen de bestaande bebouwing. Wij zijn van mening dat van het verlenen van een tijdelijke vrijstelling ex artikel 17 WRO een onwenselijke precedentwerking uit kan gaan.
3.Verkeersaantrekkende werking en luchtkwaliteit
Van de aanleg van een aantal van 50 tot 60 parkeerplaatsen gaat een extra verkeersaantrekkende werking uit. De parkeerplaatsen zijn beweerdelijk nodig voor de extra werkplekken binnen een bestaand kantoorgebouw, hetgeen zowel in absolute als in relatieve zin een toename van de hoeveelheid verkeer op in elk geval de Singelweg zal veroorzaken. De gevolgen van een en ander voor de luchtkwaliteit zijn echter niet onderzocht.
De Raad van State heeft bij herhaling uitgesproken dat bestuursorganen bij het uitoefenen van bevoegdheden dan wel toepassingen van wettelijke voorschriften die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit de grenswaarden in acht nemen volgens het Besluit luchtkwaliteit 2005. In de uitspraak van 12 april 2006, nummer 200509482/1 inzake Capelle aan de IJssel heeft de Raad van State opgesomd bij welke artikelen uit de Wet op de Ruimtelijke Ordening dat geldt. Een van die artikelen is artikel 17 WRO, de tijdelijke vrijstelling. Aangezien in casu een luchtonderzoek ontbreekt, is niet aangetoond dat aan de grenswaarden van het Blk 2005 wordt voldaan. Dit is in strijd met geldende wet- en regelgeving en met vaste jurisprudentie.
4.Onderzoek naar gevolgen voor flora en fauna ontbreekt
Omdat de parkeerplaatsen worden aangelegd volgens uw voornemen in het weiland langs de Singelweg zou een onderzoek naar de mogelijke gevolgen daarvan voor de flora en fauna ter plaatse in de rede hebben gelegen. Het is immers een open weidegebied. Een dergelijk onderzoek komt in de stukken die ter inzage liggen echter niet voor en kan naar onze mening niet worden gemist in een goede ruimtelijke onderbouwing. Het gaat er daarbij immers om een afweging te maken van alle relevante aspecten en niet slechts van een deel daarvan.
5.Conclusie
Vanwege bovenstaande gebreken in de ruimtelijke onderbouwing bij uw voornemen om vrijstelling te verlenen voor de aanleg van 50-60 parkeerplaatsen in het weiland langs de Singelweg zijn wij van mening dat het verlenen van die vrijstelling in strijd is met:
- geldende wet- en regelgeving
- jurisprudentie
- een goede ruimtelijke ordening nu geen relatie is gelegd met de omgeving, de cultuurhistorisch waardevolle openheid van het beschermd stadsgezicht wordt aangetast en onderzoek naar mogelijke gevolgen voor flora en fauna ontbreekt.
Een kopie van deze zienswijze zenden wij aan GS, de Inspecteur voor Ruimtelijke Ordening en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
Hoogachtend,
Vereniging Oud Edam
D.J.C. Rinkel, G. Zijlmans
Plaatsvervangend voorzitter secretaris