Naar de inhoud

Het is oktober...

Bron: Peter Louter in NIVO

Het is oktober...
Mijn laatste kladblokje was van eind april. Tussen toen en nu liggen heel veel uren warme zonneschijn. Zo langzamerhand glijden we weer af naar de seizoenen waarin de koude ons er aan herinnert dat het leven twee kanten heeft. “Je moet weer kladblokjes gaan maken”, zegt mijn echtgenote, “er zijn genoeg mensen die hopen dat je de pen weer oppakt.”

“Ik moet helemaal niks”, protesteer ik voor de vorm. Want ik weet ook wel dat de stapel kladblokjes die zich in mijn hoofd aan het vormen zijn alleen maar wachten op de dag dat ik afscheid van de zomer neem. Die dag lijkt te zijn gekomen. Terwijl ik dit schrijf verzetten de bomen voor ons huis zich tegen de wind. Ze lijken op mij, filosofeer ik. Hun verzet is een tevergeefs protest tegen het feit dat de zomer niet eeuwig duurt. Het is ook mijn protest. Maar deze herfststorm maakt een einde aan de illusie dat niks moet, (bijna) alles kan worden uitgesteld en dat van zorgeloosheid, als gift van het leven, genoten moet worden. Mijn protest is niet meer dan een verzet tegen discipline. Stukjes hebben deadlines, moeten op tijd klaar zijn, gecontroleerd en geredigeerd worden, ja ook schrijven is een bezigheid waarvan de medaille twee kanten heeft. Maar de tweestrijd is overwonnen. Als ik mee wil doen, moet ik (weer) accepteren dat er daarvoor regels gelden.

Trouwens, denk niet dat ik alleen maar geluierd heb. Kratten vol boeken zijn er mee gegaan naar mijn stressvrije plek in Polen. Daarmee heb ik gezaaid, gemest, gewied en geoogst. Mijn hoofd zit vol rijpe vruchten voor mijn kladblokkraampje. En ik heb zo veel gedacht dat mijn echtgenote wel eens vroeg: “is er iets, je bent zo stil?” 

Natuurlijk heb ik ook aan u gedacht. Aan de bewoners van het Siriusplein bijvoorbeeld. Aan Peter Veerman die vindt dat je dat gerust mag volbouwen. Ja, daar kom ik nog wel op terug. Ook aan de jongeren die op een huis wachten, heb ik gedacht, toen ik las dat de Zuidpolder voorlopig onbewoond blijft. Aan het college heb ik gedacht toen het een motie van wantrouwen aan zijn broek kreeg en aan de VVD natuurlijk die, om het een beetje geloofwaardig te maken, van euro’s guldens maakte om te kunnen roepen dat er een ton was cadeau gedaan. En moest ik, terugkomend uit Polen, denken over het verdwijnen van de natuurlijke achtergrond van de Katwouder molen. Met het verdwijnen van dat landschap hebben we allemaal wat verloren. Ook het tragische aspect dat daar, achter die molen, wordt gebouwd voor toeristen, terwijl de bouw van woningen is geblokkeerd, is me niet ontgaan.

Dat het CBW en het SKOV weer on speaking terms zijn met het college, heeft me verlost van een paar denkonderwerpen. Maar begrijp me goed, het onderwerp: diversiteit in het onderwijs, blijft op het lijstje van dingen waar ik me druk over maak. Het onderwerp waar ik het meest over heb nagedacht is de Islam, het verband tussen cultuur en religie en de daar aan verbonden integratieproblematiek. Het is een onderwerp dat zich niet zo thuisvoelt in kladblokjes, zodat ik u er maar weinig van kan laten zien. Maar een citaat van de theoloog Hans Küng die een prachtig boek over de Islam schreef, wil ik u niet onthouden: “Geen wereldvrede, zonder godsdienstvrede”. En dat was dan ook weer de rede waarom ik voor het eerst sinds lange tijd weer welwillend ging denken over een paus. Dat we met beschaafd denken over onze eigen denkhekjes heen kunnen kijken, vond ik een aanstekelijk verhaal.
Een verhaal dat je eigenlijk op iedere situatie, waarin een meningsverschil een ernstige rol speelt, van toepassing kunt verklaren. Het vergt natuurlijk wel discipline. Je zorgeloos in je eigen standpunt blijven baden en zwelgen in je eigen gelijk, schenkt je dan wel gemoedsrust, maar het getuigt vooral van luiheid. Verschillen overbruggen vergt inspanning. Inspanning om ook de andere kant van de medaille serieus te nemen.

Dat is iets wat wel bij me past. Medailles omdraaien om de andere kant te laten zien. Maar laat ik bescheiden blijven. In mijn persoonlijk leven lukt me dat ook niet altijd als vanzelfsprekend. Ik moet dus ook mijzelf toespreken om op dat punt gedisciplineerder te zijn.
Zo, dat lijkt me wel weer genoeg voor de eerste keer. De volgende keer zal ik me bezig houden met de openstaande post. Het meldpunt voor Discriminatie krijgt nog antwoord van me.

Peter Louter

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.