Naar de inhoud

Een kranige reddingsactie in 1924

Bron: Volendams Museum en Oud Volendam

Een kranige reddingsactie in 1924
Uit het inmiddels veelgeprezen Museumjaarboek 2006 publiceren wij artikelen die na veel historisch onderzoek door de werkgroepen tot stand zijn gekomen en waarvan de reacties buitengewoon positief zijn overgekomen bij het bestuur en de vrijwilligers. Dat is zeker een stimulans om op de ingeslagen weg door te gaan. Komende maanden zullen wij de lezers hiervan in kennis stellen.

Heldhaftig reddingsteam kreeg lovende pers
Diverse kranten en tijdschriften maakten eind februari 1924 melding van een riskante reddingsactie die vanuit Volendam werd ondernomen voor de in het ijs vastgelopen Hoornsche stoomboot De Vereeniging. In de winter van 1924 viel half februari nog een vierde periode van vorst in waardoor onder meer de veerdienst van de Lemmerse boot moest worden gestaakt. Het was een late winter maar het ijs was door de vele wakken en het door de haast voorjaarsche zon opgewelde water moeilijk te berijden. Op 16 februari vroor het ’s ochtends om 7 uur in Utrecht slechts 61/2graden Celsius, maar op de Zuiderzee maakte de ijsgang het varen tot een hachelijke zaak. De op donderdagavond vanaf Amsterdam vertrokken Hoornsche boot liep op zaterdagmorgen 16 februari 1924 vroeg tussen Marken en Volendam vast in het ijs. Op het herhaalde noodsignaal van vier stoomstoten besloot eerst een zestal Markers ’s morgens om 8 uur het schip lopend te bereiken maar zij zakten herhaaldelijk door het ijs en konden na een lange terugtocht maar ternauwernood terug aan wal komen. Om 9 uur vertrokken vanaf Volendam met de reddingsvlet, voorzien van levensmiddelen de volgende vissers: H. Bootsman (Slappe), K. Smit, C. Schilder, Jb. Schilder, D. Bont (Duim), D. Kwakman (Paus), H. Veerman (Potter), K. Schokker, J. Kwakman, K. Tuijp (Okke), en J. Veerman (Kluit). Deze mannen maakte gebruik van de op een lorrie bevestigde ijsvlet van de St.Petrusbond, die was gestationeerd in een speciale loods (nu aanbouw van Peter Schokker) naast het laatste dijkhuis aan het Noordeinde, dat destijds werd bewoond door Sentenie. De vlet is menigmaal ingezet om vanuit de bevroren haven een vrije doorgang naar zee te forceren. In de volgende passage staat beschreven hoe dat in zijn werk ging.

Krantenverslag uit februari 1924
Het was een gevaarlijk waagstuk dat men ondernam en dat door een talrijke menigte die zich op den zeedijk had verzameld, met groote spanning werd gevolgd. Eén persoon begaf zich over planken, die voorzichtig tot op een 50-tal meters over het ijs werden geschoven voor de vlet uit en bevestigde vervolgens een anker stevig in het ijs. Met behulp van een touw dat aan dit anker was bevestigd, trok men de vlet dan vooruit, waarna dezelfde manoeuvre herhaald werd. Op deze wijze vorderde men, daar het ijs zeer slecht was, uiterst langzaam.

Tweetal jeugdige Volendammers voor geen kleintje vervaard
Een tweetal jeugdige Volendammers, die voor geen kleintje vervaard bleken te zijn, duurde dit te lang. Het waren Thames Steur, meer bekend onder den naam ‘Olivier’ en Klaas Kil (bijnaam Pontje). Zonder eenige reddingsmiddelen bij zich begaven deze knapen zich op het uiterst zwakke ijsvlak en wisten onder groote spanning van het publiek op de dijk het zeldzame waagstuk te volvoeren en de stoomboot te bereiken. Hier vernamen zij, dat de boot hoewel enigszins overhellende, niet direct in gevaar verkeerde, doch alleen verzocht werd om een sleepboot. De jongens, door den kapitein van de boot voorzien van een stuk touw, dat zij om hun middel bonden, begaven zich thans eerst naar de vlet, die nog onderweg was en deelden de bemanning daarvan hun ervaringen mee. Daarna zetten zij hun tocht naar den wal voort. Bijna hadden zij dezen bereikt, toen plotseling ‘Olivier’ voor de tweede keer door de zwakke ijskorst zakte. Tot groote verademing van de angstige menigte op de dijk, wist hij, met behulp van vriend ‘Pontje’ het veege lijf nog te bergen. Enkele tientallen meters scheidden het moedige tweetal nog van den dijk, die verder zonder ongelukken bereikt werd. De vlet met bemanning keerde eveneens, na een tocht van ruim 6.5 uur, te half vier in den namiddag te Volendam terug. Hiermede eindigde de veel bewogen geschiedenis. Uiteindelijk kon het ingevroren vaartuig met hulp van een ter assistentie gearriveerde stoomboot uit Hoorn, naar de Hoornsche haven terugkeeren.

Met dank aan de werkgroep media archief en met vriendelijke groeten van de redactiecommissie van het Volendams Museum en Oud Volendam

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.