Naar de inhoud

Mieren zijn de baas

Bron: Peter Louter in NIVO

Mieren zijn de baas
In Polen hebben we een stukje land. Het is ons dierbaar. Vanaf april tot oktober proberen we er zo vaak mogelijk te zijn. Het is onze stressvrije plek. Geen krant, geen televisie, geen post, geen reclame, geen elektriciteit en geen lawaai. Als Kasia, het buurmeisje verderop, alles weer eens heeft gemaaid, ziet het er op zijn mooiste uit. Genietend kijken we dan naar ons geschoren bezit en werpen elkaar een tevreden blik toe. Het is goed hier. Op zulke momenten willen we helemaal nergens anders zijn.

Na zo’n moment, uitgestrekt op een ligbed, bedacht ik eens dat bezit in feite maar schijn is. Je hebt het, maar je hebt het ook niet. Iedere vierkante meter is betaald, maar het eigendom van ons landje geldt eigenlijk alleen maar ten opzichte van andere mensen. Het hek om het landje is niet meer dan een signaal dat hen vertelt dat ze ongenood niet welkom zijn. Bij mensen werkt dat. De natuur trekt zich er echter niets van aan. Daar hebben ze nooit gehoord van eigendomsrechten of dingen als kadaster. Dat zijn typisch uitvindingen van mensen.

Vogels bijvoorbeeld komen gaan en gebruiken ons landje als een voederplaats. Ze pikken in de grond, eten bessen en zaden. Een stel geelgorzen beschouwt de schuur als een geschikte nestelplaats. Vogels gedragen zich alsof ze alle rechten hebben en ons landje kunnen gebruiken naar het hen goeddunkt. Wat ons betreft zijn het welkome gasten. Ze gedragen zich ook niet als eigenaar, maar meer als gebruikers, net als wij. Net als wij komen ze in de lente en vertrekken ze als de zomer op zijn einde loopt.

Dat geldt niet voor de mollen. Soms heb ik de indruk dat die niet blij zijn met onze aanwezigheid op hun land. Als ik ’s morgens op mijn klompen hun versgegraven hopen platstamp, kan ik er op rekenen dat er de volgende dag er meer en hogere voor terugkomen.
Het geldt ook niet voor de vos die ons landje als zijn jachtterrein beschouwt. Als we ’s nachts een keer de voortent loslaten, kunnen we er op rekenen dat de volgende dag onze slippers twintig meter verder te vinden zijn. Zijn manier om duidelijk te maken dat kadastrale bewijzen voor hem geen betekenis hebben.

Ook het everzwijn trekt zich daar niets van aan. Het is ons een raadsel hoe hij binnenkomt. Menig ochtend vinden we een deel van het terrein omgeploegd omdat mijnheer Ever de onder de zoden levende larven als zijn rechtmatige maaltijd beschouwt. In ons houten toilethuisje verblijven zwarte insecten waarvan ik de naam niet ken. Ze verdwijnen regelmatig tussen de naden van de planken en ik ben bang dat wanneer ik niet kijk ze zich te goed doen aan ons huisje. Wij leven ook in het jachtgebied van muggen. Warmbloedigen die zich op ons terrein bevinden, beschouwen ze als rechtmatige bronnen voor een slokje bloed. Als je niet uitkijkt, zijn wij hun vee. Wespen oogsten de zoetigheid van onze tafel alsof ze daar meer recht op hebben dan wij. Over muizen, torren, kevers, krekels, libellen, rupsen, wormen, slangen, hagedissen, vlinders, haslstarrig onkruid en een diertje dat behoefte heeft aan een gangenstelsel direct onder oppervlakte, praat ik maar niet. Stuk voor stuk gedragen ze zich als rechthebbenden die op ons terrein hun goddelijke gang kunnen gaan.

Het bontst maken het echter de mieren. Ze zijn overal en nemen alles in bezit. De door ons geplante berkenboompjes hebben ze bijna zonder uitzondering gekoloniseerd met luizen die door hen als vee worden behandeld. Ze verdedigen hun ‘bezit’ met hand en tand. Twee van onze gasten hebben al eens een nacht in de auto doorgebracht omdat de mieren vonden dat hun tent op de verkeerde plek stond. Goedbeschouwd zijn zij het eigenlijk die op ons landje de dienst uitmaken. Ze zijn klein en nietig, maar hun aantal en ijver geeft ze overwicht.
Als we ons aan hun wetten houden, worden we geduld. In feite zijn zij het die het landje bezitten en exploiteren. Wij hebben slechts het papieren eigendom.

De enige plek waar wij de dienst uitmaken in binnen de caravan waar ieder kruipend of vliegend gedierte genadeloos sterft onder onze duim of vliegenmepper. Binnen een straal van een paar meter houden we ook de mieren onder de duim. Iedere keer als ze weer een nieuwe weg naar binnen hebben gevonden, strooien we gif in de dichtstbijzijnde nesten onder de wanhopige aanroep: ‘oh mierenkoningin, laat ons in de caravan tenminste met rust.
Ze vechten wij dagelijks om een paar luttele vierkante meters van ons bezit als exclusief en ongestoord eigendom te mogen beschouwen, terwijl iedereen maar denkt dat wij daar uitsluitend luieren.

Peter Louter

9 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • Het is toch mooi hoe ons wegennet vroeger in heel Europa bekend stond als het beste wegennet er nu door de korte termijndenkers van de afgelopen 70 jaar compleet te niet gedaan is. Hoofdaders worden niet verbeterd en zijwegen versmald vanwege schijnveiligheid. Zie de landen om ons heen nu met standaard 4 baans wegen en of tolwegen waar je vaker 140 km/u of sneller mag (uitgezonderd de beperkingen). Het was niet voor niets dat de Nazi's in 1940 met het grootste gemak ons land binnenvielen met tanks en vrachtwagens. Nu redt je het nauwelijks nog met een SUV of een wanstaltige Tesla op de wegen.😅 Een ritje Valkenburg LB naar huis kost je tegenwoordig 5 uur lang file na file.

  • Mieren zijn sociaal levende, statenvormende insecten.
    Een mierenstaat bestaat veelal uit een groot aantal individuen. Binnen een dergelijke staat komen al naar gelang hun werkzaamheden sterk gespecialiseerde mieren voor. In het nest van de zwartbruine wegmier treft men bv. een of meerdere koninginnen aan, werksters in grote aantallen en in een bepaalde tijd van het jaar mannetjes en jonge koninginnen. De koningin en de mannetjes zorgen voor de voortplanting en de werksters zorgen voor het verzamelen van het voedsel, het verzorgen van het broed, het onderhoud van het nest en in voorkomende gevallen de verdediging van het nest.

    Uiterlijk:
    De zwartbruine wegmier behoort tot de subfamilie Formicinae, de "schubmieren". Deze subfamilie draagt de naam omdat het gedeelte tussen het borststuk en het achterlijf, de achterlijfsteel, naar boven toe verbreed is tot een schub.
    De zwartbruine wegmier is zwartbruin tot zwart van kleur, met overvloedige fijne beharing. De koninginnen zijn donkerbruin en de kop is smaller dan het borststuk. De mannetjes zijn donker- tot zwartbruin. De vleugels van de mannetjes en koninginnen zijn doorzichtig. De werksters zijn 3-5 mm, de mannetjes 3,5-4,2 mm en de koninginnen 8-9 mm lang.

    Leefwijze:
    De zwartbruine wegmier komt overal voor in de vrije natuur, in tuinen, maar ook bij en in gebouwen. De mieren voeren zich met andere insecten maar ook met zoetigheid. De werksters verzamelen bv. honingdauw; een uitscheidingsproduct van bladluizen. De mieren "melken" hiertoe bladluizen d.w.z. ze bewaken en verzorgen deze teneinde zoveel mogelijk uitscheidingsproducten te bemachtigen. Als een werkster een rijke voedselbron, bv. een bladluizenkolonie, heeft gevonden, maakt zij de overige werksters hierop attent, die dan langs de die dan langs de door de vindster aangegeven weg naar de bron gaan om hulp te bieden bij het binnenhalen van het gevonden voedsel. Zo ontstaan de zgn. mierenstraten. Deze geven dus de richting aan waarin men het mierennest moet zoeken, een waardevol gegeven bij de bestrijding. Voornamelijk in juli en augustus vindt de 'bruidsvlucht" plaats. Tijdens deze vlucht bevruchten de mannetjes de koninginnen. Deze gaan daarna nar een bestaand nest waar ze meewerken aan de uitbreiding, of ze proberen een nieuw nest te stichten.

    Bestrijding:
    Het bestrijden van mieren dient alleen plaats te vinden wanneer deze insecten in gebouwen werkelijk last veroorzaken. Wanneer deze insecten echter een nest hebben gemaakt van waaruit ze steeds in aantallen een huis of een gebouw binnenkomen, kan een bestrijding uit hygiënisch oogpunt nodig zijn. In tuinen, parken en bossen zijn mieren nuttig door het verdelgen van allerlei schadelijke insecten. Het opruimen van mierennesten op dergelijke plaatsen op plaatsen met behulp van insecticiden brengt over het algemeen veel schade met zich mee. Niet alleen de mieren worden dan gedood, ook vele andere insecten, zoogdieren en vogels kunnen dan worden vergiftigd. De gehele natuurlijke levensgemeenschap dreigt daardoor dan onnodig te worden verstoord.

  • Vergeet niet de eieren om te ruilen voor stenen, dan blijven de ganzen namelijk ook weg.

  • Rubber, ik vind het nog wel meevallen. Het is een bepaalde groep jongeren die de.openbare weg als circuit gebruiken. Die moeten ze aanpakken. En die herken je zo aan het type auto of motor.

  • “Vooraf was het voornemen om er vooral een leuke en gezellige dag van te maken. Nou, dat is absoluut gelukt. Wat hebben we een topdag gehad, mede dankzij het prima weer en de uitstekende begeleiding door Wouter, Lyda en Riekie. Bij het openen van de bruggen, iets wat blijkbaar niet zo vaak gebeurt in hartje Amsterdam, trokken we veel bekijks en er werden er zelfs foto’s door toeristen gemaakt. Ria (en ook Aad) hebben echt genoten. Ze waren na afloop total-loss, maar ze hadden het voor geen goud willen missen. Wij zullen deze dag nooit vergeten en wij willen iedereen die er aan meegewerkt heeft om dit mogelijk te maken heel hartelijk bedanken. Jullie zijn toppers.”