Naar de inhoud

Volendam, schildersdorp

Bron: Peter Louter in NIVO

Volendam, schildersdorp
Het is een prachtig boek geworden: “Volendam schildersdorp 1880-1940”. Voor Volendammers en mensen die verbonden zijn met Volendam is het een waardevol boek dat met schilderijen en foto’s een prachtig beeld geeft van die periode. Een boek dat iedereen die zich verbonden voelt met de geschiedenis van Volendam zou moeten hebben.

Voor mij geldt een dubbele betrokkenheid. Ik houd niet alleen van Volendam, ik ben ook een echte liefhebber van de schilderkunst uit de periode van dit boek. Niet zo lang geleden kwam ik in het bezit van een ander boek over de schilders van Volendam. Dit boek: “Volendammer Schilderboek” van B. Veurman uit 1972 bevat naast de uitvoerige geschiedschrijving helaas alleen afbeeldingen in zwart-wit. In dit nieuwe boek zijn de foto’s zwart-wit en alle schilderijen in kleur afgedrukt. Als ik een bedrijf had, wist ik het wel. Een beter relatiegeschenk voor goede klanten is nauwelijks denkbaar.

De informatie is op een logische manier door het boek verspreid. De enige kritiek die ik kan hebben is dat een aantal foto’s de helderheid missen die ze in het echt wel bezitten. Soms lijkt er sprake te zijn van iets te weinig scherpte.

De prachtige rode voorkant van het boek bracht bij mij direct een aantal gedachten naar boven. De periode van 1880 tot 1940 die het boek beslaat, is ook de periode van de opkomst van het socialisme. De impressionistische en symbolische schilderkunst uit die periode laat zien hoe het denken in die periode socialer werd. Vincent van Gogh bijvoorbeeld was een sociaal bewogen man. Zijn visie vind je bijvoorbeeld terug in zijn bekende schilderij van de ‘aardappeleters’. Dat was een schokkende keuze in die tijd. Een schilderij moest toen vooral een statusverhogend sieraad zijn. Wie de ‘aardappeleters’ boven zijn buffet zou hebben gehangen, gaf daarmee aan dat hij genoeg had van de gestileerde en geïdealiseerde werkelijkheid en de wereld wilde laten zien zoals hij is. Veel schilders uit dit boek waren aanhangers van de gedachte dat de schilderkunst de werkelijkheid moest laten zien en niet verbergen. Volendam bood daarvoor voldoende dagelijkse taferelen. Volendam was ook aantrekkelijk omdat daar, in de ogen van de kunstenaars, nog sprake was van een onbedorven en simpel leven, hét ideaal van het socialisme.

Als ‘missionarissen’ van het socialisme waren de kunstenaars hier aan het verkeerde adres. Dat is bijvoorbeeld goed te zien op de tekening van Tom Browning (pag. 59) waar de Volendammer jeugd een ‘socialistisch’ geklede kunstenaar uitlacht. Veel schilderijen laten zien dat Volendammers in die tijd de hardheid van het leven accepteerden en meer van God verwachtten dan van hun medemens. Willy Sluiter (pag. 93-99) lijkt zich van die opvatting af te keren. Hij brengt vooral feestend Volendam in beeld. De knipoog op het schilderij van de Dansende Volendammer lijkt een commentaar te zijn op de sociale bewogenheid van veel andere schilders.  Mijn favorieten uit dit boek zijn het schilderij van Augustin Hanicotte: ‘de begrafenis van een visser’ (pag. 18) en het schilderij: ‘Maartje in het rode interieur’ van John Rettich op pagina 81.

Een groot voordeel van schilderijen is dat ze niet altijd hoeven te worden uitgelegd. Iedereen mag er zijn eigen gedachten bij hebben. Zo’n schilderij is bijvoorbeeld dat van George Clausen op pagina 63 waarop een groep kinderen en vrouwen buiten voor de overvolle kerk geknield bidden. Een plaatje dat ik in Polen nog iedere zondag in het echt tegenkom, maar hier in Nederland is verdwenen. Een onderwerp waar je zo weer een halve dag over kunt denken. Te denken geeft ook het feit dat Clausen de groep niet voor de Vincentius plaatst, maar voor de ingang van de monumentale Nicolaaskerk in Monnickendam. Weliswaar prachtig in beeld gebracht, maar toch een leugen evenals de niet bestaande beelden die Clausen er bij schilderde. En dat is dan weer de andere les. Plaatjes kunnen liegen, maar dat weet je alleen als je de echte feiten kent. Zo kun je gemakkelijk op verkeerde gedachten worden gebracht als je niet alle feiten kent.

En dat brengt me weer op andere feiten. De samenstellers van dit boek heb ik menigmaal bekritiseerd voor hun gezochte aanvallen op het museumbestuur. Of er een (verboden) relatie ligt tussen hun onmiskenbare liefde voor schilderkunst en de zich in het museum bevindende schilderijen is een zaak waarover ik ga nadenken. Mijn kritiek in die zaak verhindert me echter niet om dit boek zonder enig voorbehoud aan te bevelen. Het is werkelijk een prachtig boek. Wie het deze winter op schoot neemt kan veel beleven als hij daarbij zijn of haar gedachten de vrije loop laat. Mijmeringen, herinneringen, herkenningen, verbindingen, gedachten, vragen, theorieën en beschouwingen zijn het mooiste dat dit boek eigenlijk te bieden heeft.

Ik heb het al.
Peter Louter

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.