Brandveiligheid
Bron: Trouw
Brandveiligheid
Het lijkt na Enschede, Volendam en de Schipholbrand te bizar voor woorden. Nog maar een paar jaar nadat de overheid een strenger beleid afkondigde op het gebied van brandveiligheid, worden de regels weer versoepeld. Horeca-ondernemers, maar ook gebruikers van bedrijfsgebouwen, hoeven binnenkort geen zogenoemde gebruikersvergunning meer aan te vragen. Daarin staan ook eisen aan de brandveiligheid. Zij zijn straks zelf verantwoordelijk voor het naleven van de regels. Die worden voor het hele land gelijk, wat het toezicht door de overheid makkelijker maakt.
Bij de vuurwerkramp in Enschede (2000) en de cafébrand in Volendam (2001) bleek dat vergunningen niet klopten of dat een loopje was genomen met de veiligheidsvoorschriften. De aanscherping van het beleid die hieruit voortvloeide, hield in dat voortaan juist strenger zou worden gecontroleerd of bedrijven wel over de vereiste vergunningen beschikken.
Het argument van het ministerie van VROM om hier na vijf jaar al weer op terug te komen, luidt dat het vergunningensysteem vooral tot veel bureaucratie heeft geleid, zonder dat de veiligheid is verbeterd. Een feit is is dat er zo veel vergunningen nodig zijn, dat een achterstand bijna onvermijdelijk is. Gaat er straks iets mis, dan kan de ondernemer zich mede achter de overheid verschuilen. Er is daarom veel voor te zeggen de verantwoordelijkheid daar te leggen waar die hoort: bij de eigenaar of gebruiker van het gebouw,
Wat bovengenoemde voorbeelden echter vooral leren, is dat niet alleen de overheid haar taak verzaakte, maar dat het ook ernstig schortte aan het verantwoordelijkheidsbesef van de eigenaar/beheerders van de desbetreffende gebouwen. Waarom zouden zij zich straks wel ongevraagd aan de regels houden?
De vraag is of het besluit de vergunningplicht weer af te schaffen niet eerder door ideologische dan door praktische overwegingen is ingegeven. Vermindering van de lastendruk voor ondernemers is een speerpunt van het kabinet. Meer eigen verantwoordelijkheid is ook hier het motto. Ondernemers hebben echter meerdere belangen te behartigen. Het streven de kosten zo laag mogelijk te houden, staat daarbij op gespannen voet met de eis veiligheidsvoorzieningen te treffen.
Het betekent niet dat alle ondernemers een loopje nemen met de regels, maar het oude systeem leert dat de verwachtingen beter niet te hooggespannen kunnen zijn. Wat betreft het overheidstoezicht werkt het nieuwe systeem eerder contraproductief. Met het wegvallen van de inkomsten uit leges worden gemeenten bepaald niet gestimuleerd meer aan preventie te doen.
Aan papieren veiligheid heeft niemand iets, maar zolang niet vaststaat dat het oude vergunningsysteem faalt, is het beter niet te snel het roer om te gooien. Door de maatregel in de vorm te gieten van een Algemene Maatregel van Bestuur heeft de Tweede Kamer helaas het nakijken. Het debat moet maar wachten op de volgende ramp.
Bij de vuurwerkramp in Enschede (2000) en de cafébrand in Volendam (2001) bleek dat vergunningen niet klopten of dat een loopje was genomen met de veiligheidsvoorschriften. De aanscherping van het beleid die hieruit voortvloeide, hield in dat voortaan juist strenger zou worden gecontroleerd of bedrijven wel over de vereiste vergunningen beschikken.
Het argument van het ministerie van VROM om hier na vijf jaar al weer op terug te komen, luidt dat het vergunningensysteem vooral tot veel bureaucratie heeft geleid, zonder dat de veiligheid is verbeterd. Een feit is is dat er zo veel vergunningen nodig zijn, dat een achterstand bijna onvermijdelijk is. Gaat er straks iets mis, dan kan de ondernemer zich mede achter de overheid verschuilen. Er is daarom veel voor te zeggen de verantwoordelijkheid daar te leggen waar die hoort: bij de eigenaar of gebruiker van het gebouw,
Wat bovengenoemde voorbeelden echter vooral leren, is dat niet alleen de overheid haar taak verzaakte, maar dat het ook ernstig schortte aan het verantwoordelijkheidsbesef van de eigenaar/beheerders van de desbetreffende gebouwen. Waarom zouden zij zich straks wel ongevraagd aan de regels houden?
De vraag is of het besluit de vergunningplicht weer af te schaffen niet eerder door ideologische dan door praktische overwegingen is ingegeven. Vermindering van de lastendruk voor ondernemers is een speerpunt van het kabinet. Meer eigen verantwoordelijkheid is ook hier het motto. Ondernemers hebben echter meerdere belangen te behartigen. Het streven de kosten zo laag mogelijk te houden, staat daarbij op gespannen voet met de eis veiligheidsvoorzieningen te treffen.
Het betekent niet dat alle ondernemers een loopje nemen met de regels, maar het oude systeem leert dat de verwachtingen beter niet te hooggespannen kunnen zijn. Wat betreft het overheidstoezicht werkt het nieuwe systeem eerder contraproductief. Met het wegvallen van de inkomsten uit leges worden gemeenten bepaald niet gestimuleerd meer aan preventie te doen.
Aan papieren veiligheid heeft niemand iets, maar zolang niet vaststaat dat het oude vergunningsysteem faalt, is het beter niet te snel het roer om te gooien. Door de maatregel in de vorm te gieten van een Algemene Maatregel van Bestuur heeft de Tweede Kamer helaas het nakijken. Het debat moet maar wachten op de volgende ramp.