Uit de militaire historie van Volendam (deel V, slot)
Uit de militaire historie van Volendam (deel V, slot)
Uit de vele positieve reacties van de lezers valt op te maken dat de artikelen over de militaire geschiedenis van Volendam in de smaak zijn gevallen. Veel onderzoek in binnen- en buitenland is hieraan vooraf gegaan. Het bestuur en de leden van de werkgroep hebben kosten noch moeite gespaard om een op waarheid beruste weergave te geven van de militaire historie van Volendam en danken de informanten voor hun onmisbare hulp. Het fabeltje van ‘buitenstaanders’ die telkens met niet aflatende ijver in valse rapporten beweren dat Volendam niet gezagsgetrouw en geïsoleerd was, kan naar het Rijk der Fabels verwezen worden. Volendammer stonden steeds hun mannetjes vooral als hulp van onze medemensen gevraagd werd zoals de huisvesting van mensen die Hoogland moesten verlaten in mei 1940 en o.a. in Volendam werden ondergebracht terwijl in Volendam de Meer al onder water was gezet. De Hooglanders waren Volendam tot op de dag van vandaag dankbaar hiervoor.
Spanning op het Spoorplein
Op 10 mei 1940 werd Nederlands hoop op neutraliteit de bodem ingeslagen door de plotselinge inval van het mobiele Duits leger. Ter versterking van ons onderbewapende leger in de Vesting Holland gingen op de dagen van 10 tot 14 mei nog de achtereenvolgende oproepen uit naar de reservedienstplichtigen en de oudste vijf lichtingen van de landstorm. Vooral op Tweede Pinksterdag 13 mei 1940 was het rond één uur ’s middags een warrige en zenuwachtige toestand op het Spoorplein. Voor een grote groep mannen van de oudere Landstormlichtingen was de dag gekomen om zich te melden bij hun onderdeel. Al dan niet in uniform gehuld stonden de mannen temidden van hun nerveuze familie en bekenden te wachten op de komst van de diverse tramwagens.
Militaire uitmonstering van straatmaker en vrijgezel Jan Kok van Guurtje liet veel te wensen over
De gevoelens van verslagenheid en beklemmende spanning vonden toch nog enige ontlading toen stratenmaker en vrijgezel Jan Kok van Guurtje in zijn uitmonstering als landstormer zijn opwachting maakte vanuit café Jan Motje. Samen met zijn collega’s van gemeentelijk grondwerk en bestrating Job Veerman (Rooie Job) en Frans Heesters had Jan een afscheidsborrel genomen die wat was uitgelopen en waarbij Jan nog wat laatste centen meekreeg omdat het toch allemaal voor de laatste keer was. Bij het zien van Jan’s militaire outfit, die ooit betere dagen moest hebben gekend, kregen de aanwezigen een spontane lachaanval. In de schamele resten van zijn Landstormkostuum met nog één puttee (beenwindsel) en zijn door de motten aangevreten en met henneptouw vastgemaakte uniformjas en dito kistjes deed hij denken aan de brave soldaat Schweick.
Niettemin begeleidden Job en Frans hun maat met een groot brok in de keel naar de instapplaats waar Jan wat onzeker de treeplank beklom. Met zijn karabijn uit 1898 stevig vastgeklemd riep hij de achterblijvenden vastberaden toe dat hij die kelére-moffen wel even hun vet zou geven! Met het verstrijken van de laatste minuten voor vertrek steeg de paniek bij getrouwde dorpsgenoten als Jan Koning (van Broer), Jaap Tol (van Kleine Sijmen) en Kees Koning (Ouwe Kesieman) en zwagers Jaap Buys en Kees Sier van de Edammerweg. De laatste drie hadden als een tactische ‘move’ hun vertrek eerst al een dag uitgesteld en waren vastbesloten om bij een familielid in Amsterdam onder te duiken. Met loden schoenen hadden ze temidden van hun familie de gang gemaakt naar het Spoorplein. Ze stonden al op het punt om hun huilende vrouwen en kinderen vaarwel te zeggen toen van hogerhand plotseling rond twee uur ‘s middags de mededeling kwam dat de oproep officieel was ingetrokken. Waarschijnlijk had munitiegebrek in combinatie met de penibele situatie de legerleiding tot dat besluit gebracht, maar daar zullen de betrokkenen maling aan hebben gehad. Opgelucht en uitzinnig van vreugde vielen de aanwezigen elkaar in de armen om vervolgens naar de dijk of huiswaarts te keren. De dag erna om 13.22 uur ’s middags begon het bombardement van Rotterdam waarna de legerleiding besloot om de wapens neer te leggen. Op 15 mei 1940 om 10 uur in de morgen begonnen in Rijsburg de besprekingen die leidden tot de capitulatie. Daarna begon voor allen “de nacht van vijf benauwde jaren”.
Volendam in de meidagen van 1940
Toen het Duitse leger tegen alle militaire codes in op 10 mei 1940 ons land binnenviel moesten 100.000 mensen evacueren in verband met de verdedigingsopstelling bij de Grebbelinie. Daarbij waren 4177 inwoners van het bij Amersfoort gelegen Hoogland, waar veel huizen en boerderijen moesten verdwijnen. Tijdens de watersnood van 1916 had de bevriende pluimveevereniging van Hoogland maandenlang gastheer gespeeld voor de 60.000 geredde eenden uit Volendam. Als tegenprestatie bood Volendam zich volgens Kees Bootsman mogelijk aan om in geval van nood te dienen als evacuatieadres voor de Hooglanders, waarvan er een aantal jarenlang als maaiers dienst deden bij Volendamse boeren. Overigens genoot Volendam sowieso de voorkeur van de evacuatiecommissie vanwege het feit dat de Hooglanders overwegend katholiek waren.
Vluchtelingen uit hoogland waren welkom bij particulieren, in hotels en in het Sint Agnesklooster
Toen op de avond van 10 mei 1940 in de haven van Volendam de eerste boten afmeerden, waren de vluchtelingen welkom bij particulieren, in de hotels en in het St. Agnesklooster. Uit die tijd zijn de namen van de gastgezinnen Jan Molenaar (VD 60), Jan Kwakman (Baap) en de boeren Dirk Tol en Maas tot op heden bekend gebleven. Op de morgen van 11 mei 1940 arriveerden in de haven de toeristenschepen van de Holland-Veluwelijn de Kasteel Staverden en de Stad Amsterdam die hun capaciteit van resp. 600 en 400 passagiers aanzienlijk hadden moeten overschrijden. Door een paniekerige reactie van het polderbestuur werd die dag juist de Volendammer Meer onder water gezet zodat daar 300 huizen ontruimd moesten worden. Volgens onderzoek van de Historische Kring Hoogland en het rapport van de evacuatie- commissie kwam het er in de praktijk op neer dat Volendam niettemin in staat bleek om 1000 van de 3900 vluchtelingen op te nemen. De overige evacués vonden onderdak in de Purmer, de Zeevang en in Edam. Vanaf 17 mei begon de terugreis van de ‘gasten’ naar Hoogland waar veel gezinnen nog lang in tijdelijke onderkomens moesten verblijven. Uit dankbaarheid liet de gemeente Hoogland een herdenkingszuil vervaardigen die later werd vervangen door een marmeren zitbank die terechtkwam in het Raadhuis van Edam.
Hein Kroon (Pedel) lag in de vuurlinie
In de vijf dagen voor de capitulatie bood het Nederlandse leger hevige tegenstand op de Grebbeberg en bij de kazematten van Kornwerderzand waar de Volendammer Hein Kroon (Pedel) in de vuurlinie lag. Ook bij het Rotterdamse vliegveld Waalhaven werd hevig gevochten en de bij de luchtmacht gedetacheerde matroos Andries Kes (de Poei) was erbij toen vliegveld Ockenburg op Duitse parachutisten werd heroverd. Onze (deels her-bewapende) luchtafweer haalde maar liefst 360 Duitse vliegtuigen neer (waarvan 220 transporttoestellen), maar terwijl de onderhandelingen over overgave aan de gang waren bombardeerden de Duitsers op 14 mei Rotterdam, waar 800 doden vielen en 24.000 huizen werden verwoest.
Besluit
Nederland voelde zich na het bombardement van Rotterdam, het dreigement dat ook Utrecht aan de beurt kwam en het verlies van de vele slachtoffers gedwongen om de wapens neer te leggen en tekende op de ochtend van 15 mei 1940 de capitulatie. Het aantal burgerslachtoffers bedroeg 2500. Het leger telde 2700 gewonden waarvan 850 blijvend invalide bleven en bij de Grebbeberg vielen 400 van de om en nabij 2200 gesneuvelde Nederlandse soldaten waaronder 140 vrijwilligers van de Landstorm. Slager Wim Runderkamp van het Zwartepad kon bijtijds op zijn motor aan krijgsgevangenschap ontsnappen, maar Nars Karhof (melkboer uit de Boegstraat) en Jaap Veerman (de Bok, van Thoom de Koe uit de W. J. Tuynstraat) raakten daadwerkelijk bij de gevechtshandelingen aan de Grebbelinie betrokken. De verliezen aan Duitse kant waren aanzienlijk en Duitse soldaten maakten later gewag van de trefzekerheid waarmee ze werden beschoten.
Vrijwillige Landstorm moest haar activiteiten van de Duitsers per 1 september 1940 staken
De Nederlandse krijgsgevangenen werden na te zijn ontwapend weer vrijgelaten en de Vrijwillige Landstorm moest haar activiteiten met ingang van 1 september 1940 van de Duitsers staken. Veel Nederlandse militairen die ontkwamen naar Engeland vochten door in geallieerd verband of gingen in eigen land bij het verzet. Na de oorlog in 1946 werden ‘onze jongens’ (waaronder zo’n 80 Volendammers) zonder enige oorlogservaring ingezet in de guerrillaoorlog tegen de Indonesische vrijheidsstrijders en Nederlandse vrijwilligers vochten daarna weer in Korea tegen communistisch China. In de tijd van de Koude Oorlog werd ons leger gemoderniseerd totdat de internationale ontspanning de regering er op 1 mei 1997 toe bracht om de dienstplicht op te schorten. Dit betekent dat er geen burgers worden opgeroepen voor de dienstplicht zolang de veiligheidssituatie dat niet vereist en sindsdien bestaat ons leger volledig uit (vrijwillige) beroepssoldaten.
Museumjaarboek met Premiefoto nog steeds tekoop
Deze 5 afleveringen zijn te lezen in het Museumjaarboelk 2006. Het jaarboek met Premiefoto is nog steeds verkrijgbaar aan de balie van het Volendams Museum. Iedere dag is het museum geopend van 10.00 - 17.00 uur tot en met zondag 26 november 2006. U kunt ook een tip geven aan Wim Keizer tel.: 0299 365186 of 06 20737155 of Kees Tol tel.: 0299 364769.
Heeft u nog materiaal (foto's of dokumenten, aanvullingen over de Volendamse Bijzondere Vrijwillige Landstorm dan houden wij ons als museum van harte aanbevolen. Met vriendelijke groeten van de redactiecommissie van Volendams Museum en Oud Volendam.