De restanten van de rommeltafel
Bron: NHD
De restanten van de rommeltafel
De rommeltafel van De Zedde – dé bowling, zoals ze hier zeggen – is een fenomeen in Volendam. Het recept voor een gezellig avondje met familie, collega’s, voetbalteam of vriendengroep. Een uurtje ’kegels klappen’ en daarna aanschuiven aan de rommeltafel, afgeladen met vlees en vis. Voor elk wat wils en steevast veel te veel. En de restanten? Die belanden uiteindelijk op de Dijk.
Volendammers zijn op vele vlakken uitblinkers, en zeker op het gebied van de horeca. Hier wordt service nog met hoofdletters geschreven. Kun je niet alleen in restaurant, maar ook in de kroeg een tafel reserveren. Om vervolgens de hele avond bediend te worden. Komt de barman naar jou toe in plaats van andersom. Goed voor de omzet, maar ook prettig voor de klant.
Wie ’aan’ de Dijk woont – ook al is het maar voor een weekje zoals wij – kan de verlokkingen van de vele cafés daardoor onmogelijk weerstaan. Gezelschap is er immers nooit ver weg. Zelfs niet op maandagavond. Zo heeft café De Molen een ‘vol huis’ en bovendien Vølenbock op tap. Bockbier van eigen bodem, en ook nog eens recentelijk gekozen tot lekkerste van het land.
Vrolijke kastelein Jan tapt de glazen ’amberkleurig’ vol en aan de bar zit dorpsfotograaf Cor Kes. Altijd in voor een goed gesprek over het leven. Met een grijns tegen de andere klanten: ,,Gedragen jullie je een beetje, die jongens zijn hier te gast. Slapen aan de overkant in het piepende huis.’’
De opperbeste stemming wordt nog verder verhoogd, als de mensen van de bowling binnenkomen. Mét de restanten van de befaamde rommeltafel onder de arm. Een groot blad met slippies – gebakken slibtong – een luxe visschotel, stokbroodjes en gebakken spek. De lekkernijen gaan in het rond en alle klanten eten ’voor nop’ een hapje mee. ,,Is een beetje traditie hier, de vaste klanten rekenen er haast al op.’’
Vooral het gebakken spek valt in de smaak. Allejezus lekker, klinkt het herhaaldelijk op z’n Volendams. Fotograaf Cor Kes, een half leven in de horeca achter de rug, raadt het geheim van de kok. ,,Ze bakken het ab-so-luut nog eventjes op en doen er ook nog iets zoetigs mee. Is het inderdaad honing? Zei ik toch jongens! Mij hoeven ze niks meer te leren. Nemen we er nog een?’’
Natuurlijk. We kunnen immers lopend naar huis. En schommelen doet het toch al op het water.
Volendammers zijn op vele vlakken uitblinkers, en zeker op het gebied van de horeca. Hier wordt service nog met hoofdletters geschreven. Kun je niet alleen in restaurant, maar ook in de kroeg een tafel reserveren. Om vervolgens de hele avond bediend te worden. Komt de barman naar jou toe in plaats van andersom. Goed voor de omzet, maar ook prettig voor de klant.
Wie ’aan’ de Dijk woont – ook al is het maar voor een weekje zoals wij – kan de verlokkingen van de vele cafés daardoor onmogelijk weerstaan. Gezelschap is er immers nooit ver weg. Zelfs niet op maandagavond. Zo heeft café De Molen een ‘vol huis’ en bovendien Vølenbock op tap. Bockbier van eigen bodem, en ook nog eens recentelijk gekozen tot lekkerste van het land.
Vrolijke kastelein Jan tapt de glazen ’amberkleurig’ vol en aan de bar zit dorpsfotograaf Cor Kes. Altijd in voor een goed gesprek over het leven. Met een grijns tegen de andere klanten: ,,Gedragen jullie je een beetje, die jongens zijn hier te gast. Slapen aan de overkant in het piepende huis.’’
De opperbeste stemming wordt nog verder verhoogd, als de mensen van de bowling binnenkomen. Mét de restanten van de befaamde rommeltafel onder de arm. Een groot blad met slippies – gebakken slibtong – een luxe visschotel, stokbroodjes en gebakken spek. De lekkernijen gaan in het rond en alle klanten eten ’voor nop’ een hapje mee. ,,Is een beetje traditie hier, de vaste klanten rekenen er haast al op.’’
Vooral het gebakken spek valt in de smaak. Allejezus lekker, klinkt het herhaaldelijk op z’n Volendams. Fotograaf Cor Kes, een half leven in de horeca achter de rug, raadt het geheim van de kok. ,,Ze bakken het ab-so-luut nog eventjes op en doen er ook nog iets zoetigs mee. Is het inderdaad honing? Zei ik toch jongens! Mij hoeven ze niks meer te leren. Nemen we er nog een?’’
Natuurlijk. We kunnen immers lopend naar huis. En schommelen doet het toch al op het water.