Over leven na de dood van je kind
Over leven na de dood van je kind
Leo Fijen, presentator van het KRO/RKK tv-programma Kruispunt, tekende de verhalen op van de ouders van de jongeren die zes jaar geleden bij de nieuwjaarsbrand in Volendam omkwamen. „Elk jaar komt een groep ouders in december een weekeinde bijeen. Ik zag dat deze mensen nog diep in hun verdriet en bitterheid zaten. Ze zeiden me: De mensen willen het niet horen, er is geen aandacht voor ons in Volendam. Ik heb ze gevraagd hun verhaal op papier te zetten. Maar dat vonden ze moeilijk, dus heb ik het voor ze gedaan.'
Kees en Nel Buijs verloren hun 13 jarige dochter Liesbeth in de nieuwjaarsnacht van 2001. „Sindsdien", zegt Leo Fijen, „Kan Kees Buijs het Onze Vader niet meer bidden en kijkt hij met een vuil oog naar het kruisbeeld. Hij ziet God als de almachtige die dit drama niet heeft voorkomen. Maar er is ook Jaap Sombroek, die zijn Sharon verloor, en die de woorden juist weer heeft geleerd." Fijen gaf het boek De ouders van Volendam' de ondertitel 'Over leven na de dood van je kind'. De opbrengst gaat geheel naar de stichting van de ouders die zich inzet voor hulp aan hen en hun familie, nu en in de toekomst.
Confronterend
Vijf van de ouders wilden niet dat hun verhaal werd opgeschreven. Sommigen omdat ze geen contact hebben met andere ouders, anderen omdat ze het te confronterend vinden of omdat ze bang zijn voor negatieve reacties. Fijen wilde al de ouders een stem geven, hun verhaal laten vertellen aan alle Volendammers, maar ook aan andere mensen die een kind verloren hebben. Dat de impact daarvan nooit ophoudt. „Ze zeggen wel eens dat het boek gesloten is, nou geloof me, dat boek is nooit gesloten." Het zijn stuk voor stuk, verhalen die je naar de keel grijpen. Sommige ouders vertellen voor het eerst hoe ze de nacht hebben beleefd. Hoe ze die nog altijd, elke dag weer; beleven. 'Er is geen later, nu zitten we middenin het later', zegt een moeder.
Fijen sprak ,et de ouders over het gebrek aan belangstelling voor hun leed, over de botheid van sommige artsen, geestelijken en politiemensen. „Ze zadelen mensen op met schuldgevoelens, vaders die zich afvragen waarom ze niet assertiever zijn geweest die nacht. Een vader mocht tien seconden naar zijn zoon kijken om hem te identificeren, waarna een politieman de deken weer over het gezicht van de jongen trok. Hij vertelde dat hij nog elke dag spijt heeft dat hij zijn zoon niet nog even heeft aangeraakt, geen kus op zijn wang heeft gegeven. Wat dacht je van de ouders van die jongen die met dat sterretje de brand zou hebben veroorzaakt. Dat de recherche belde dat ze naar het bureau moesten komen, de dag na de ramp. “Weet je dan niet wat hij heeft aangericht”, zeiden ze. En toen de kist met het lichaam van die jongen nog maar net in huis was de politie kwam om de ouders te vertellen dat hun zoon de brand had veroorzaakt. Wat een schuldgevoel hebben die mensen, dat gaat nooit meer weg."
Bisschop Punt
Alle ouders vertelden Fijen over het bezoek van bisschop Punt van Haarlem. Die zei dat hun kind nu gelukkig was bij de Heer. Kees Buijs zegt in het boek: 'Ik heb hem eruit gegooid. 'Wegwezen', heb ik gezegd. Het jaar erop heb ik hem gebeld en hem netjes gezegd dat hij niet welkom was bij de eerste herdenking. En als hij wel zou komen, zou ik wegblijven of hem persoonlijk van het altaar trekken." Het bezoek van de bisschop was niet de enige blijk van gebrek aan inlevingsvermogen dat Kees en Nel Buijs meemaakten: Kees vertelt hoe hij en zijn vrouw in de nacht van de ramp bij het bed van hun dochter zaten: 'Op een gegeven moment kwam er een dokter de kamer binnen waarin Liesbeth lag. Hij zei: 'Zijn we hier nu nog mee bezig? We waren er toch al uit' En ineens draait hij alle knoppen van de machines uit. 'is ze dan niet te maken, vroegen we. Hij schudde zijn hoofd.' En zo Nel en Kees verbijsterd achterlatend. Enkele uren later overleed Liesbeth.
Andere ouders kregen van artsen te horen dat ze hun stervende kind niet mochten zien. Een moeder vertelde dat ze nog altijd blij was dat ze doorgezet had, ook al was haar kind van top tot teen verbrand. Artsen zeiden dat een kind niet te redden was en dat het daarom niet behandeld werd. Twee weken later hoorden de ouders dat behandeling wel mogelijk was geweest als zij daarom gevraagd zouden hebben. „Het meest schokkende is dat in al,DC meeste broers en zusters gaan nooit naar het graf. Ze praten er thuis niet over, ook niet met hun ouders. Daar ben ik het meest van geschrokken. De jongen die zijn hbo-opleiding opgeeft en glazenwasser wordt, de broer die twee jaar lang geen woord heeft gezegd thuis. in elk gesprek waren er momenten dat er ongelooflijk gehuild werd, ook na zes jaar. Op een gegeven moment begon ik het zelf in mijn lijf. te voelen. Moet je je voorstellen hoe het voor die mensen moet zijn. Ze zijn ook reëel hoor, ze hebben hun leven en de dagelijkse werkelijkheid. Maar wat ze niet kunnen accepteren is dat er geen aandacht is voor hun leed. Ze voelen zich in de steek gelaten, gemarginaliseerd, ze zijn een vergeten groep."
Hoeveel verdriet kan een mens verdragen?
Neem nu Jaap en Aagje Kwakman: deze week begroeven zij hun kleinzoon die vorig weekeinde verongelukte. Bij de nieuwjaarsbrand kwam hun zoon Nico om het leven en Jaap verloor zijn ouders toen hij 23 was, als oudste in een gezin van: twaalf kinderen. Vooral de kracht van deze mensen raakte Fijen. En hoe sterk hun geloof is en hun geestkracht.
Man met de hamer
Hoe Aagje tegen haar zoon Nico mopperde toen het afgelopen zomer maar bleef regenen en het zomerkamp op het recreatieterrein het Slobbeland in het water viel. Of hij daar niet iets aan kon doen. Nico was, altijd actief op het Slobbeland. Haar Nico, die De Hemel goed kende omdat hij er gewerkt had en die de bewuste nacht telkens weer het inferno van vuur en rook inging om kinderen uit de brandende kroeg te halen. Ze vonden hem met Edward Jonk in zijn armen, hem kon hij niet meer redden.
„Sommigen, vooral de mannen, zijn direct na de begrafenis weer aan het werk gegaan, misschien zou ik het zelf ook doen. Maar het is wel gebleken dat dat het slechtste is wat je kunt doen. De man met de hamer, die komt. Er is geen receptenboek over hoe om te gaan met rouw als eenkind is gestorven: Mijn drijfveer voor het schrijven van dit boek is dat ik wil dat er aandacht komt voor deze mensen en ik hoop dat mensen in het land die een kind verliezen troost vinden in dit boek."
“Neem bijvoorbeeld het verhaal van Jaap en Anja Veerman. Eerst valt Lennart weg, en daarna hun te vroeg geboren dochter Madelène. En toch hebben deze mensen nog ruimte om pleegkinderen in huis te nemen. Daar neem ik heel diep mijn pet voor af. Wat een levensmoed, dat is een levenskracht die een mens stil maakt"
Ouders van Volendam, Uitgeverij Ten Have ISBN 10-90 2595625 4, Prijs 14.90 euro. Het boek verschijnt 14 december; de opbrengst komt ten goede aan de Stichting Nabestaanden Nieuwjaarsramp.