Naar de inhoud

Lena Runderkamp omarmt zes jaar na Nieuwjaarsbrand nieuw leven

Bron: NIVO

Lena Runderkamp omarmt zes jaar na Nieuwjaarsbrand nieuw leven
Of het nou één jaar, drie, of zoals nu, zes jaar na de Nieuwjaarsbrand is, het verhaal is misschien hetzelfde, maar eigenlijk nooit hetzelfde. Je gaat er iets beter mee om, zegt Lena
Runderkamp. Lange tijd werd ze geleefd door de `Dood van Dennis'. Het is bewegen tussen gewenning en gemis. Praten over haar zoon, destijds 22 jaar oud, zorgt het ene moment voor een twinkeling in de ogen, het andere moment breekt haar stem voortdurend aan het eind van een zin. Ze stond vooral alleen, voor de verwerking. De eenling vond kracht ij de groep. Oud & Nieuw nadert. Het oude doet pijn, het nieuwe, de geboorte haar eerste kleindochter, schenkt verse levensvreugde. Net als diverse ouders vertelde zij over haar rouwproces in het recentelijk verschenen boek van Leo Fijnen (KRO's Kruispunt). Tegenover Eddy Veerman belicht zij enkele aspecten.

Het boek
“Het is een mooi en aangrijpend boek (`De ouders van Volendam') geworden. Heb het in één keer uitgelezen. Komt natuurijk ook omdat het over ons gaat. Ik kan alleen nog verhalen van lotgenoten lezen. Een boek, een roman, ik kom niet verder dan bladzijde één. Het kan me niet interesseren en dan kan ik me ook niet concentreren."

De nacht
“Hij heeft heen en weer gelopen met ontbloot bovenlijf. Was voor negentig procent verbrand. Had problemen met zijn longinhoud. Ik probeer het, maar kan me niets bij voorstellen. Ik heb de verhalen gehoord dat hij heeft geholpen. Toen mijn moeder eens op het graf was, stond . daar een andere grootmoeder. Ze wees naar de foto van Dennis en zei: `Die jongen heeft mijn kleindochter, eruit gehaald'. “Die meid zou ik best nog willen spreken. Misschien heeft Dennis iets tegen haar gezegd. Zoiets is altijd zwaar, maar het kan voor allebei goed zijn."

“Hij is ondertussen naar De Dijk gegaan en terug naar de WirWar. Waar hij naar beneden is gevallen bij het sneeuw en ijs. Paar hebben mensen jassen over hem gedaan. Frank en Ellen Schilder (de Witte) hebben hem verzorgd. Brandweerman Tom ‘Mop' heeft ook een tijdje bij hem gezeten: Hij dreigde te stikken. De ambulancebroeder heeft me later verteld dat hij zelf van de brancard op het intensivecarebed stapte. En steeds naar zijn horloge wees, zo van: hoe lang duurt het voordat we er zijn. Daarna maakten ze hem ‘weg’. Dennis knikte. Het was goed. Denkende dat ze hem zouden gaan helpen. Hij heeft niet beseft dat hij nooit meer wakker zou worden.”

“Toen ik bij hem kwam, lag er een mummie. Ze konden hem nog één, twee dagen leven houden. Maar dat wilde ik helemaal niet. Ik vroeg de verpleegster of hij me kon horen. Ze knikte bevestigend. Ik heb tegen hem gezegd dat hij beter naar zijn - al overleden - bap kon gaan. Binnen een minuut was-ie weg... Moest ik hem daarna nog met een rechercheur identificeren. Kwam een arts met een zwart colbert binnen. Dat was helemaal niet van hem. Was het toch niet Dennis...? Het jasje bleek van Jack Tol (van Thomas Tol) te zijn, een oude buurjongen, die het om Dennis heen had gedaan... Het was `m dus wel. De laatste keer... Eén dichte kist..."

“De bijrijder van de ambulance is nog eens op Visite geweest. Hij raakte door die nacht, een jaar uit zijn werk. Zijn moeder heeft me zelfs een paar keer gebeld om te praten. Een oudere vrouw. Toch bijzonder, zulke gesprekken."

Onverschillig zijn
“Na de dood van Dennis ben ik flink aangekomen., Dat is inderdaad een teken van onverschilligheid. Het kon me niks schelen. Ik had zoiets van: als ik er zelf aan onderdoor ga, zullen ze een zware til aan me hebben. Ik ben naderhand 23 kilo afgevallen."

Rouwen
“Er gaat een stukje van jezelf dood. Je moet opnieuw leren leven. In het begin heeft niks meer nut. Daarna komt het verlangen. Een brok van je hart is weg, dat groeit nooit meer aan. Ik doe het voornamelijk alleen, maar wij hebben `de groep'. De groep is mijn redding. Opgezet dankzij de tussenkomst van Johan en Geer Schokker. Regelmatig komen we bijeen in de pastorie en regelmatig met de moeders bij mij thuis. Vind ik heerlijk. Huilen mag, lachen traag. Moeders rouwen en voelen toch anders dan vaders. Dat zie je ook terug in het boek."

“Deze maand hebben we allemaal een dip. Het is een k-u-t-maand. Is-ie ook jarig. Je herbeleeft alles. 1 januari is helemaal bedroevend. Op 2 januari valt er echt een blok van me af. De laatste jaren gaan we naar een kasteeltje en een klooster in Doetinchem, met de groep. Om even bij te tanken voorde maand die komen gaat. De feestdagen zijn moeilijk. Er ontbreekt er steeds één'... Vorig jaar had ik rond deze tijd hartkloppingen, nu heb ik steeds last van m'n maag."

“Na Dennis dood bleef ik alleen achter, trok mijn moeder een jaar bij me in. Ik weet bijna niks meer van dat jaar. Je leeft niet. In dat jaar zat ik ook in een uitzending van KRO's Kruispunt bij Leo Fijen. Zag ik mezelf later terug. Jeetje, wat was ik verstijfd. Waar heb ik de kracht vandaar gehaald om dat te doen?"

“Weet je, Dennis wilde nooit over de dood praten. Als we het daar over hadden werd-ie stil of ging naar boven. Ook toen we het, een paar weken voor ‘de brand’ over begrafenisliedjes hadden. Liep hij naar zijn kamer. Hij propte zijn dagen altijd vol, hij deed zoveel, hij leefde dubbel. Alles bij elkaar alsof hij gevoeld heeft dat het maar kort ging duren. Zou-ie zoiets gevoeld hebben? Dat vraag ik me wel eens af. "

Medium
Ze wil zichzelf niet al teveel in het spirituele verdiepen. “Maar ik weet wel dat er iets is. Vroeger ging bij Dennis altijd alles kapot. Hij kende zijn eigen kracht niet. Sinds zijn dood stapelen de signalen zich op. Na zijn dood heb ik allerlei voorwerpen aan vrienden en bekenden gegeven. Een aantal dingen raakte kapot. Bij de onthulling van het kunstwerk in het Don Bosco College zat er een barst in één raam, zijn raam. Toen we twee keer tijdens een verjaardag om een teken vroegen: één keer kwam er een schroef in een autoband en één keer een sterretje in de autoruit. Ik kan nog zovéél dingen opnoemen. Toen Leo Fijen me hier kwam interviewen, bleek zijn bandrecorder naderhand kapot. Eenmaal gerepareerd kon hij het nog wel, enigszins vertraagd, afluisteren. Maar dan weet ik: Hij was hier." Ook als de Nivo-verslaggever zijn verhaal heeft uitgewerkt en daarna weer op wil halen... blijkt de harde schijf gecrasht en is niets meer te herstellen.:. Lena lacht: “Sorry, maar dit is zo sterk, zo bijzonder.”

“Elk jaar vraagt Jaap Braan van de dansschool me in oktober de Dennis Runderkamp-bokaal uit te reiken. Hij heeft er acht jaar op dansles gezeten. Elke keer kijk ik er tegenop. Laatst ook. Stapte ik, daarna in de auto en meteen het eerste liedje op de radio was 'Against all odds', een liedje van zijn begrafenis. Ik kan niet zo goed huilen; schiet meestal in een emotionele lachbui. Dat ligt heel dicht bij elkaar. Maar toen moest ik flink gillen. En toen Dennis neef Marcel de Boer (corn) enige tijd na de ramp overleed, kwam alles er even uit "

“Eigenlijk heb ik er niet zoveel mee; een medium bijvoorbeeld. Toen ik jong was, liet ik een keer tijdens dansles een handoplegging doen. Zei-ie dat ik op m'n' achttiende zou trouwen, een oudere man zou krijgen en een moeilijk leven... Het is allemaal uitgekomen. Pas een jaartje geleden ben ik echt een keer meegegaan, naar Nicole in de Reigerstraat. Wat zij allemaal zei, dat kan helemaal niet! Ze pikte opeens mijn dochter Susan eruit en zei dat ze zwanger was - iets wat ze nog niet aan iedereen had verteld - en dat Dennis heel blij was ook omdat hij vernoemd zou worden. Dat het een meisje zou worden, zou het inderdaad Denise gaan heten, zoals uiteindelijk is gebeurd."

“Toen ik die avond buiten stond, was ik erg opgelucht. Ik ben geen gelovig type, niet kerkelijk. Sommigen zeggen ook dat ze het als groep goed hebben `daarboven'. Het zal wel, Ik hoop het, Ik kom, er pas achter als ik zelf 'ga'. Er is nog nooit iemand teruggekomen om hier te vertellen hoe mooi het `daar' is..."

Klaas
“Ik was altijd overbezorgd als het om Dennis ging. Dat liet ik merken. Op zaterdagnacht lag ik beneden in de bank te wachten tot-ie thuiskwam. Ook op z'n twintigste. Hij werd er gek van. Komt ongetwijfeld,omdat ik eigenlijk al zolang alleen ben. Mijn man Klaas is elf jaar geleden opgenomen in Castricum. Noodgedwongen omdat hij thuis niet langer hanteerbaar, was. Verschrikkelijk. Hij heeft hersenletsel opgelopen. Leeft in zijn eigen wereld,. spaart de gekste dingen en verstopt ze. Soms is hij nog heel scherp, heeft hij nog humor. Nu is hij ook lief."

“Dat Dennis doodging, vond hij verschrikkelijk. Meer kon en kan hij niet zeggen of tonen. Naar het graf wil hij niet. Ik heb de kinderen alleen opgevoed. Maat ik zou hem niet kunnen missen. Hij is ziek geworden, daar heeft hij niet om gevraagd. Drie keer per week ga ik naar hem toe, ik maak zijn kamer schoon. Het geeft me een doel in het leven. Het is mijn taak, mijn lot, mijn Klaas. Ik zou hem niet in de steek kunnen laten."

Denise
“Ze is acht weken oud. Zo'n schat, som wil ik haar wel `opeten'. Het is nieuw leven. Geeft vreugde. Het houd me op de been. Het is heel dubbel. Wat zou-ie trots geweest zijn op haar. Hij was zo gek op kinderen. Alles is dubbel. Elk jaar stond ik op Oudejaarsavond om 12.00 uur op het graf met mijn moeder: Sta je daar tussen het vuurwerk... Maar deze keer ga ik op Denise passen. Het bijzondere is wel dat je op de begraafplaats nieuwe kennissen opdoet Lotgenoten die dezelfde shit delen.”

De plek
“Tot een jaar geleden kon ik er niet heen. M’n hart klopte in m'n keel. Ina, de moeder van Yvonne Veerman die na de ramp mijn vriendin is geworden, nam me een keer mee langs die plek. Ik kan er niet naar kijken. Heb ook geen behoefte om naar binnen te gaan. Aan de andere kant weet ik dat des te langer ik dat uitstel, des te moeilijker het gaat worden Net als zijn kamer, sommige ouders durven er niet meer naar binnen. Ik heb alles bij het oude gelaten, alleen wat opgeruimd. Het is als een soort museum. Alle briefjes die in het stiltecentrum destijds voor hem zijn geschreven, heb ik opgehangen.”

“Bij dat opruimen bladerde ik wat door zijn agenda's en heb ik wat spullen als herinnering aan vrienden en bekenden gegeven. Die kwamen met allerlei verhalen over Dennis. Dan pas kom je aan de weet hoe hij was. Of het vreemd is dat je je dan pas meer in je kind verdiept? Vind ik niet. Als kind vertel je nou eenmaal niet alles aan je vader en moeder. Je hebt ook een stuk eigen levensopbouw. Eén van de bekenden, Bart Smit-chauffeur Patrick Smit, komt elke verjaardag even langs. Haalt-ie herinneringen over Dennis op. Vind ik mooi. Voor de rest wordt het groepje dat nog over hem praat steeds kleiner.”

“Ondertussen krijg je soms ook vreemde reacties. Dat blijft zo. Die mensen voelen het niet aan, dat weet je pas als je het zelf hebt. Toen de zoon van mijn zwager overleed bij een auto-ongeluk, vond ik dat verschrikkelijk, maar het leven ging verder. Ik wist niet wat ze voelden. Nu weet ik pas wat zijn als ouders hebben doorgemaakt.”

Klik hier voor het naschrift "Hart van Goud" over Dennis Runderkamp.

Klik hier voor het gedenkboek van Dennis Runderkamp.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.