Een terugblik op de stadsfeesten in 1957 met mevrouw Reilingh: 'Iedereen buiten en op de stoep'

Een terugblik op de stadsfeesten in 1957 met mevrouw Reilingh: 'Iedereen was buiten en zat op de stoep'
Van het comité dat vijftig jaar geleden de stadsfeesten in Edam organiseerde, is alleen mevrouw Reilingh nog in leven. "Ja", verzucht ze, zonder al te veel sentiment. "Vrouwen worden nu eenmaal ook wat ouder en ik was de enige vrouw". Wat de voormalige doktersvrouw het meest is bijgebleven is de saamhorigheid van die feesten. "Iédereen deed mee. Burgemeester van Baar is vlak voor de grote opening zelfs overstag gegaan en heeft op het laatste moment nog voor een kostuum gezorgd. Die saamhorigheid van toen zie je nu ook weer een beetje op gang komen."
"Vanaf de opening op 12 juli 1957 tot en met het slotdéfilé is het tien dagen alleen maar feest geweest," herinnert mevrouw Reiling zich nog. "We hadden 10.000 gulden van de gemeente gekregen. Dat was dus 1000 gulden per dag. En daar moest alles van betaald worden. Dat is ons ook bijna gelukt, al hebben we voor het eindvuurwerk hulp gekregen van Nick Bouwes. Hij woonde een samenkomst van ons comité bij en kon niet geloven dat we een mooi vuurwerk voor 1000 gulden wilden organiseren. 'Laat dat maar aan mij over' zei hij en hij heeft vervolgens voor prachtig vuurwerk, voorbij de Grote Kerk, gezorgd en dit zelf betaald."
'Je loopt anders, met een pak aan'
Een eerste dag van een tiendaags feest is altijd een verrassing, maar de opening op vrijdag 12 juli mag een hoogtepunt genoemd worden. "Er waren zoveel mensen, allemaal in kostuum. En iedereen stroomde rustig de Grote Kerk binnen, een geweldig gezicht. Het leek echt of we in de Middeleeuwen terug waren. Iedereen liep ook zo statig! Je loopt ook anders met een pak aan hoor. De opening was prachtig, Ik weet niet of dat nog een keer zo kan, ik hoop van wel. Wat ook zo leuk was aan die feesten was dat iedereen steeds buiten was, iedereen zat op de stoep. Wij zaten nooit op de stoep, maar toen wel."
Hoewel er alle dagen even veel mensen op de been waren die de verschillende evenementen vierden, heeft mevrouw Reilingh niet alles van even dichtbij meegemaakt. "Mijn man en ik hadden een dokterspraktijk aan huis en dat werk ging gewoon door. De extra taken die ik had voor het feest zorgen ervoor dat ik het normale huishouden niet eens kon bijhouden. Daarom kwam er een tante van mijn man bij ons in huis, die het huishouden deed, zodat ik mijn taken voor de feesten en mijn werk in de praktijk wel kon uitvoeren."
'Ik had nog nooit een koe van dichtbij gezien!'
"Mijn functie binnen het comité in die tien dagen was het controleren van de versieringen, elke dag. En omdat er bij elk evenement iemand van ons aanwezig moest zijn, kreeg ik de West-Friese dansers en de koeienkeuring toegewezen. Waarom ze mij daarvoor hebben gevraagd is me nog steeds een raadsel", lacht ze. "Ik had nog nooit een koe van dichtbij gezien en ik moest ineens de 'spiegel' bij de achterkant van de benen in de gaten houden. Och, wat heb ik gelachen die dag! Volgens mij hadden ze beter iemand anders kunnen vragen, zoals melkboer Hooijberg, maar misschien had niemand er zin in."
'Ik moest statig praten, dat zouden ze in Zuid-Afrika prima verstaan'
Met het boek 'Weet u nog... Edam 600 jaar stad' van Kees Bootsman en haar eigen fotoboek bij de hand komen er nog veel meer herinneringen boven. "Ja, de Wereldomroep was zelfs naar Edam gekomen om verslag te doen van ons feest. Dat was tijdens de optocht van de praalwagens. De verslaggever was een Zuid-Afrikaan en hij wilde mij interviewen, omdat ik alle journalisten rondleidde en te woord stond. Ik kon de man prima verstaan! Het enige wat ik hoefde te doen om mezelf over de radio in Zuid-Afrika verstaanbaar te maken was enigszins statig praten, over de praalwagens, die allemaal een bekend thema met zich meedroegen, zoals de brand in de Grote Kerk, Jacoba van Beieren en het huishouden van Jan Steen."
Voorbij komen de modeshow, die net als bij de komende feesten al eerder werd gehouden, de pionnenrace van antieke auto's, de kaasmarkt, waarbij de burgemeester werd gewogen, de verlichte boottocht over de grachten, het waterskiën, de boerenbruilof van J. van Oostveen en Gré Klein, de Marinierskapel, de harddraverij in de Purmer, het Wagenspel. "Ja, dat was prachtig. Een praalwagen trok door de stad en voerde op verschillende plaatsen een toneelstukje op. En niet zomaar toneel hoor, echt van een hoog niveau. Eén van de toneelstukken was 'De Pastei', gespeeld door Piet Smit, Jan van Essen, Wim Klepper en Klazien Franke. De regisseur was Chris Baaij, een erg bekende regisseur in die tijd. En hij had voor de toneelstukken de beste acteurs uit Edam bij elkaar gezocht."
'Er stonden mensen te huilen omdat het voorbij was'
Als het slotdéfilé aan de beurt komt, begint mevrouw Reilingh te stralen. "Dat was bij nader inzien nog indrukwekkender dan de opening. Duizenden mensen uit de omgeving waren naar Edam gekomen om de slotoptocht bij te wonen. Aan het einde van de optocht is het comité naar de Dam gegaan om de sleutel van de stad weer te overhandigen aan burgemeester Van Baar. En daarna werd ons symbool, 'het Mannetje' verbrand. Er stonden toen werkelijk mensen te huilen omdat ze het zo jammer vonden dat het voorbij was."
"Maar het was nog niet helemaal voorbij. We zijn door de VVV Amsterdam gevraagd om het slotdéfilé nog eens te herhalen, de zondag erop, omdat er nog veel meer mensen waren die het mee wilden maken. Opnieuw waren er toen duizenden mensen naar Edam gekomen en was het weer een prachtig evenement."
Of het feest van toen in 2007 is te evenaren, is volgens mevrouw Reilingh niet aan de orde. "Vijftig jaar geleden was in één woord geweldig, maar je kunt het niet met elkaar vergelijken want het waren toen andere tijden. Op de Dam waren vaak honderden mensen bij elkaar als één grote mensenmassa. En daar liep dan één politieagent tussen! Dat is nu ondenkbaar. Bovendien waren er toen maar weinig auto's, dus van parkeerproblemen van geen sprake. En Edam was natuurlijk veel kleiner."