Nelle Vuur ging door hel van kampen en gevangenissen
Bron: NHD
Nelle Vuur ging door hel van kampen en gevangenissen
Hij is er niet bij, bij de herdenking van de Februaristaking. Hij zou dolgraag willen, maar kan het niet. De kanker vreet aan zijn lijf en hij kan de tocht fysiek niet meer aan. Als hij aan de oorlog denkt, kijkt hij naar zijn handen. Gevoelloos geworden toen hij voor 'die bloedhonden van nazi's' lijken moest ruimen uit ingestorte gebouwen. De oorlog zit diep in Nelle Vuur uit Edam en die zal pas verdwijnen als hij zijn ogen voorgoed sluit.
De oorlog is nooit weg. De beelden zijn altijd bij hem. Zijn levensverhaal is dan ook welhaast onvoorstelbaar. Zestien jaar was hij nog maar toen in de buurt van Hilversum in het eerste oorlogsjaar werd opgepakt. Hij had een flink stuk telefoonkabel losgesneden om het binnenvaartschip van zijn broer voort te slepen. Dat was handiger dan die dikke tros die telkens vastraakte. Hij wist niet eens dat het een telefoonkabel was. Even verderop, bij een sluis, was een troep Duitsers neergestreken. ,,Mijn broer riep, ze hebben soep, vraag maar of we iets mogen. Zaten we even later soep te eten, toen er ineens werd geroepen 'Sabotage Telephon'. Ze hadden het al snel door, ik werd gepakt en heb me toen een pak slaag gekregen. Het doet me nog zeer.''
Hij ging op transport naar Duitsland en daarna volgde een schier eindeloze rij gevangenissen en werkkampen. Hij valt stil als hij erover begint. ,,Ik heb zoveel gevangenissen gezien, zoveel. Als ik eraan denk, kunnen ze de dokter roepen, dan word ik gek.'' Hij werd veroordeeld tot vier jaar tuchthuis en dwangarbeid voor de duur van de oorlog. Weer ging het van het ene kamp naar het andere. Waar slavenarbeid nodig was, werden de gevangenen gehaald. Soms had hij mazzeltjes. Toen hij bijvoorbeeld uitgekozen werd om als chauffeur te gaan werken voor een hoge nazibons die in de levensmiddelenhandel zat. Zijn bluf dat hij chauffeur was pakte goed uit. ,,Ha, ik had maar een keer in mijn leven achter het stuur gezeten, van zo'n oud T-Fordje.''
De oorlog is nooit weg. De beelden zijn altijd bij hem. Zijn levensverhaal is dan ook welhaast onvoorstelbaar. Zestien jaar was hij nog maar toen in de buurt van Hilversum in het eerste oorlogsjaar werd opgepakt. Hij had een flink stuk telefoonkabel losgesneden om het binnenvaartschip van zijn broer voort te slepen. Dat was handiger dan die dikke tros die telkens vastraakte. Hij wist niet eens dat het een telefoonkabel was. Even verderop, bij een sluis, was een troep Duitsers neergestreken. ,,Mijn broer riep, ze hebben soep, vraag maar of we iets mogen. Zaten we even later soep te eten, toen er ineens werd geroepen 'Sabotage Telephon'. Ze hadden het al snel door, ik werd gepakt en heb me toen een pak slaag gekregen. Het doet me nog zeer.''
Hij ging op transport naar Duitsland en daarna volgde een schier eindeloze rij gevangenissen en werkkampen. Hij valt stil als hij erover begint. ,,Ik heb zoveel gevangenissen gezien, zoveel. Als ik eraan denk, kunnen ze de dokter roepen, dan word ik gek.'' Hij werd veroordeeld tot vier jaar tuchthuis en dwangarbeid voor de duur van de oorlog. Weer ging het van het ene kamp naar het andere. Waar slavenarbeid nodig was, werden de gevangenen gehaald. Soms had hij mazzeltjes. Toen hij bijvoorbeeld uitgekozen werd om als chauffeur te gaan werken voor een hoge nazibons die in de levensmiddelenhandel zat. Zijn bluf dat hij chauffeur was pakte goed uit. ,,Ha, ik had maar een keer in mijn leven achter het stuur gezeten, van zo'n oud T-Fordje.''
Lees meer in Dagblad Waterland van 24 februari